Te weinig wereldbeeld, te veel cynische hoerenloper

We moeten de auto voor het hek achterlaten. 'Bedrijfsgeheimen', zegt de buschauffeur van de pendeldienst die de bezoekers over het Philipsterrein rijdt naar de leegstaande fabriek verderop....

Achter twee loodzwaren metalen deuren strekt zich een verlaten hal uit waarin met sober meubilair en spaarzaam licht een wonderlijk intieme sfeer is gecred. Een sloep ligt op het droge, op de vloer nog wat natte plekken. Alsof net de zondvloed is geweest en dit Arkje van Noach gespaard is gebleven.

Het bootje functioneert als woonark van zuster (Jo)Hanna, die om wel te doen tussen de hoeren in de haven is neergestreken. Rond dit verweerde scheepje spelen zich een aantal ontmoetingen af tussen de weifelende non Hanna en de provocerende journalist Alexander.

Regisseuse Floor Huygen interviewde (gewezen en aankomende) priesters, (uitgetreden) kloosterzusters en 'gewone gelovigen' om te ontdekken wat dat anno 2004 nog is: geloven. En ze liet zich inspireren door Connie Palmens boek Geheel de Uwe (2002) waarin een uitgetreden non met een paar andere dames een portret schetst van hun geliefde: de journalist, hoerenloper, toneelcriticus en columnist Salomon Schwartz (lees: Ischa Meijer).

Dat laatste had Huygen beter niet kunnen doen. De tekst die Erik-Ward Geerlings op haar verzoek schreef, draait veel minder om de interessante confrontatie tussen twee wereldbeelden (van de ongelovige cynicus versus de standvastig gelovige) dan om de liefdesstrijd tussen een hoerenlopende alcoholist en een godsvruchtige maagd. De eerste kan zich niet binden, de tweede wil graag een man redden om de verstoting door haar vader en de verzwegen verliefdheid op een pater goed te maken.

De liefde die beiden te geven hebben vertrekt bij Hanna vanuit het hogere (haar overgave aan God), bij Alex vanuit het lagere (zijn voorkeur voor perverse seks). Dat ze aan het slot samenkomen is een wonderlijke ontwikkeling.

Al vanaf de eerste sc is de journalist een botte provocateur, een dilettant pur sang. Zijn brutaliteit wordt blijkbaar door vrouwen voor aantrekkelijk gehouden, gezien zijn reputatie. Bert Luppes maakt er met zijn vlegelachtige, leipe spel weliswaar een smeupersonage van, maar er schemert te veel Ischa Meijer doorheen. Als interviewer is Alex vanaf zijn eerstebinnenkomst nauwelijks serieus te nemen.

Zuster Hanna laat zich vervolgens te snel door hem uit haar doen brengen. Zenuwachtig prevelt ze gebeden, toch een routineklus. Iedere non zou de impertinente vragen van zo'n provocateur op afstand houden. Betty Schuurman niet, ze wrijft in haar handen, over haar habijt, zoekt wijdbeens toenadering. Ze reageert meer als onervaren maagd dan als ervaren kloosterling op het schofterige gedrag van de hoerenloper die zich zelfs voor de flank van haar boot aftrekt.

Voor de pauze maakt De ongelovige hierdoor een ongeloofwaardige indruk. We komen iets van de ijdele journalist te weten, maar niets van de bedremmelde non. Pas na de pauze krijgt het stuk vleugels. Schuurman doet breekbare stapjes in het wereldse leven, Luppes geeft zich langzaam gewonnen zonder zijn botheid te verloochenen. Ze draaien om elkaar heen, toegevend, ontwijkend, geestig. De personages gaan glimmen en glanzen. Maar de stroeve eerste helft duurde te lang om goed te kunnen worden gemaakt.

Waarom heeft Huygen haar zo succesvolle en maatschappelijk relevante interviewtheater ingeruild voor de gelovige herinneringen van Palmen aan haar goddelijke Meijer? Dat zal wel een bedrijfsgeheim van ZT Hollandia blijven.

Meer over