Te weinig opvang voor slachtoffers loverboys

Nederland telt te weinig opvangplaatsen voor meisjes die slachtoffer zijn van loverboys. Minister Rouvoet van Jeugd en Gezin zou daar veel meer aan moeten doen. Dat stelde Corinne Dettmeijer, landelijk rapporteur mensenhandel, donderdag in het Radio 1-programma Dit is de Dag van de EO.

ANP

Het gaat haar om verschillende soorten opvang: zowel gesloten als open instellingen. ‘Soms moet je als opvang gesloten jeugdzorginstellingen hebben, al is het alleen maar om de meisje los te weken van hun achtergrond’, aldus Dettmeijer.

Zij benadrukt dat het geen gevangenisachtige instellingen moeten zijn. ‘Het kan ook een huis zijn met een hek eromheen, zodat je de loverboys buiten kunt houden en de meisjes kunt beschermen tegen hun verslaving aan die loverboys.’ Ook is het belangrijk dat het plekken zijn waar alleen meisjes worden geplaatst.

Ze betreurt het dat er binnen de zogeheten geïndiceerde jeugdzorg onvoldoende aandacht is voor en visie op methodiek en ontwikkeling om deze slachtoffers ‘echt goed’ te kunnen behandelen. Voorbeelden van behandelmethoden kunnen wel gevonden worden bij Asja van de opvangorganisatie Fier Fryslân en de proef met beschermde opvang voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen. ‘Het is belangrijk om juist wel een visie te ontwikkelen over hoe om te gaan met deze helaas grote groep zeer kwetsbare meisjes. Niet alleen voor de opvang maar ook voor vervolgbehandelingen.’

Nu vanaf 1 januari 2010 de scheiding tussen de strafrechtelijke en civielrechtelijk geplaatste groep een feit zal zijn, maakt Dettmeijer zich zorgen over de capaciteit voor deze laatste groep. ‘Bij een justitiële inrichting is sprake van een opvangplicht. Dat is straks niet meer het geval bij de instellingen voor gesloten jeugdzorg.’ Loverboy-slachtoffers kunnen zo tussen wal en schip raken.

Meer over