TE VEEL MENSENRECHTEN

DE laatste keer dat ik hem op de radio hoorde, werd hij abusievelijk aangekondigd als 'professor Clitoris', dus aan zijn naamsbekendheid moet nog worden gewerkt, maar Cliteur timmert als publicist flink aan de weg....

In het tijdschrift Liberaal Reveil wist Cliteur zowaar iets wat op een discussie leek aan te zwengelen door stelling te nemen tegen de proliferatie van mensenrechten. Hij wees met een beschuldigende vinger naar de Verenigde Naties die voortdurend nieuwe rechten zouden bedenken en deze toekennen aan de meest onwaarschijnlijke subjecten. Mensenrechten zijn echter een beperkte categorie van zeer fundamentele rechten. Als men dit niet in de gaten heeft (of krijgt), wordt de waardevolle mensenrechtentraditie steeds verder ondermijnd, stelt Cliteur.

Klachten over de wildgroei van mensenrechten gaan doorgaans gepaard met verwijzingen naar de zogenaamde 'collectieve rechten'. Deze derde generatie van mensenrechten is opgekomen omdat bij de eerste (de klassieke rechten, zoals vrijheid van vereniging, vergadering en meningsuiting) en de tweede (de sociale rechten, zoals recht op onderwijs, volkshuisvesting en gezondheidszorg) de legitieme behoeften van groepen te weinig aandacht zouden krijgen. Tot de collectieve rechten worden onder meer gerekend het recht op vrede, op ontwikkeling, op interne zelfbeschikking en op het behoud van culturele identiteit.

Tegen het proclameren van dergelijke 'solidariteitsrechten' kan men een aantal bezwaren aanvoeren. Allereerst dringt de vraag zich op hoe men mensenrechten aan groepen kan toekennen. Komen mensenrechten niet vanzelfsprekend toe aan individuen? Daar komt bij dat de collectieve rechten in de regel wat vaag zijn en vaak onduidelijk is wat ze in de praktijk behelzen. Ook bestaat de vrees dat collectieve rechten worden gebruikt ter rechtvaardiging van schendingen van individuele rechten. Het recht op zelfbeschikking van een volk kan bijvoorbeeld worden opgevat als een vrijbrief om het met de traditionele mensenrechten niet zo nauw te nemen.

Deze bezwaren worden ook genoemd in een pas gepubliceerde notitie over collectieve rechten van de Adviescommissie Mensenrechten Buitenlands Beleid. Uit het rapport

(je) blijkt dat deze raad van wijze mannen en vrouwen verdeeld is over de vraag of collectieve rechten als mensenrechten dienen te worden beschouwd. Wel is de raad unaniem van mening dat die rechten een waardevolle rol kunnen spelen, in zoverre zij de structurele factoren die het volledig genot van de rechten van de mens in de weg staan, 'zichtbaar en bespreekbaar' maken. Zo erkent het gezelschap van mensenrechtenexperts het recht op vrijwaring van genocide.

Misschien wreekt zich hier mijn geringe juridische kennis, maar ik vroeg mij af wat het verbod op genocide toevoegt aan de vrijwaring van moord en doodslag die de klassieke mensenrechten al (dienen te) garanderen. Volgt uit het feit dat men individuen niet mag elimineren en het zwijgen mag opleggen, ook niet automatisch dat een vernietiging van een verzameling van individuen taboe is?

Met betrekking tot andere collectieve rechten, zoals dat op een eigen cultuur en op ontwikkeling, neemt de Adviescommissie een wat halfslachtige positie in door mee te delen dat deze pas onder bijzondere omstandigheden of na verdere studie en uitwerking voor eventuele erkenning in aanmerking komen. Wel zegt de commissie er zich in ieder geval van bewust te zijn dat het ondernemen van nieuwe normstellende activiteiten op het terrein van de collectieve rechten risico's met zich brengt.

Deze constatering is juist. Activisten gaan op mensenrechtenvlak vaak uit van het adagium 'hoe meer, hoe beter', maar dat is hier een onverstandige richtlijn. Cliteur heeft gelijk als hij opmerkt dat het respect voor mensenrechten zal worden ondergraven naarmate het aantal 'fantasierechten' toeneemt, vage, utopische verlangens die soms niet of nauwelijks kunnen worden gerealiseerd. Zo deed het ook afbreuk aan de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens dat het essentiële recht om niet gefolterd te worden, op één lijn gesteld werd met het recht om van kunst te genieten. Utopisme vormt een grotere bedreiging voor de rechten van de mens dan cynisme, aldus Cliteur.

Dat het toezien op naleving van de bestaande rechten een stuk belangrijker is dan het bedenken van nieuwe, is een mening die eveneens wordt aangehangen door Peter Kooijmans. In een interview met het Amnesty International-tijdschrift Wordt Vervolgd pleitte de oud-minister van Buitenlandse Zaken voor een moratorium op de vaststelling van mensenrechten.

'Het invoeren van steeds nieuwe categorieën mensenrechten werkt onvermijdelijk excuserend voor het niet-honoreren van eerdere categorieën. Het leidt de aandacht af van de mensenrechtenproblematiek van het heden door de aandacht te verschuiven naar de oplossingen van morgen.' Dit zijn wijze woorden.

Meer over