TE VEEL DEN UYL

DAT WAS afgelopen maand, als u het mij vraagt, wel een beetje erg veel Joop den Uyl. De dood, tien jaar geleden, van de socialistische straatvechter met intellectueel aura vormde voor heel wat media aanleiding terug te kijken op de spilfiguur in de tijd dat politiek nog boeiend heette te...

De toon was nostalgisch, maar zeker niet alle herinneringen waren even positief. Premier Kok merkte in het tv-programma Zembla bijvoorbeeld op dat Den Uyl in zijn diepste binnenste misschien een warme man mocht zijn, maar dat hij vaak bot en narrig overkwam.

Archiefbeelden lieten zien hoe de toenmalige PvdA-leider nogal onvriendelijk zijn secretaresse bejegende. Die onzorgvuldigheid in de persoonlijke omgang blijft een groot en opvallend contrast vormen met de charme, warmte en hoffelijkheid van rechtse tegenvoeters als Van Agt en Wiegel, politici die anders dan Den Uyl mensen belangrijker vinden dan de mensheid.

Of Den Uyls inzet voor de mensheid veel heeft opgeleverd, was een vraag die afgelopen zondag behandeld werd in een boeiende aflevering van het programma Buitenhof. Vier toppers van toen keken terug op de ambities en prestaties van het rode kabinet met de witte rand dat in de periode 1973-1977 een andere spreiding van kennis, inkomen en macht nastreefde.

Het resultaat van die inspanningen stelde nogal teleur, moesten zelfs enthousiaste aanhangers van het kabinet toegeven. Jan Pronk noemde als belangrijkste verdienste van Den Uyl en de zijnen dat zij de stijl van politiek bedrijven hadden veranderd en de omvang van de ontwikkelingshulp hadden vergroot.

Ed. van Thijn memoreerde het trieste lot van de meeste hervormingsvoorstellen waarmee het kabinet geschiedenis had willen schrijven. De vermogensaanwasdeling, de grondpolitiek, de wet op de investeringsrekening: er is allemaal maar weinig van terechtgekomen. Over wat Den Uyl zelf als het grootste succes van zijn kabinet beschouwde - de dekolonisatie van Suriname - werd kiesheidshalve maar gezwegen.

Gelukkig voor Van Thijn en Pronk zat ook Hans Wiegel in het programma, zodat zij pijnlijke vragen over het onverantwoorde financieel-economische beleid van het kabinet-Den Uyl konden pareren door te wijzen op de janboel die het kabinet-Van Agt I ervan gemaakt heeft.

Maar deze terechte kritiek laat onverlet dat de noodzaak voor de latere bezuiningen onder Lubbers al vóór 1977 was ontstaan. In de opstelling van Den Uyl, zo heeft Jan Pen weleens opgemerkt, wreekt zich het lang doorwerken van de gedachte dat bezorgdheid over belastingdruk eigenlijk rechts gezeur is, en dat de belastingdruk altijd nog wel een beetje omhoog kan. 'Als het politiek niet lukt, kun je met het type heffing een beetje sjoemelen. Aardgasopbrengst, versneld innen, solidariteitsheffing, noem maar wat.'

In het boek De kleine stappen van het kabinet-Den Uyl heeft Wim Duisenberg verteld hoe eenzaam hij als minister van Financiën stond te midden van progressieven die idealisme verwarden met het uitgeven van te veel belastinggeld. In vier jaar werd het begrotingstekort vertienvoudigd, van anderhalf naar vijftien miljard, iets wat Duisenberg in 1973 naar eigen zeggen nooit voor mogelijk had gehouden.

Pronk, Van Thijn en Wiegel spraken in Buitenhof vrij enthousiast over de roerige jaren zeventig, toen de tegenstellingen duidelijk waren en de debatten levendig. Minder warme herinneringen koesterde de vierde gast, Tjerk Westerterp, de KVP'er die samen met de agressieve progressieven probeerde te regeren.

De oud-minister van Verkeer en Waterstaat voelde zich in die tijd 'geminoriseerd', in de hoek gezet, vernederd door arrogante sociaal-democraten. Het was een door alle confessionelen gedeeld gevoel van gekrenktheid, dat een belangrijke rol zou spelen bij de formatie van een tweede kabinet-Den Uyl.

Het mislukken van die formatie onderstreepte nog eens het failliet van de polarisatiestrategie waarvan Van Thijn altijd zo'n fervente pleitbezorger was geweest. De uitkomst van al het gepolariseer was immers dat de eenheid in het christen-democratische kamp groeide, en dat rechts langdurig aan de macht kwam.

Zo stuiten we, terugkijkend op het tijdperk-Den Uyl, op een aantal paradoxen. Want wat zien we? Een socialistische voorman die zich fanatiek inzette voor de mensheid, maar de mensen in zijn omgeving vooral als instrument zag. Een PvdA die de solidariteit hoog in het vaandel had geschreven, maar de partijen waarmee ze samenwerkte, wilde vernederen en kapot maken. En een luidruchtig, zelfingenomen links kabinet dat weinig tot stand bracht en de overheidsfinanciën ontwrichtte, een ontwrichting waar vooral de zwakkeren in de samenleving nog heel lang onder hebben moeten lijden.

Al die terugblikken op Den Uyl en zijn kabinet leren dus in ieder geval één ding. Namelijk dat we ontzettend blij mogen zijn met Wim Kok.

Meer over