Te slim om voor knock-out te gaan

Vrouwenboksen is vanaf 2012 een olympische sport. Het toppunt van emancipatie? Of juist een dieptepunt? 'Je moet het zien als sport, niet als vechten.'

Ze zijn niet van de straat, eerder van de studie. Accountant, grafisch ontwerpster, fysiotherapeut. En toch zijn ze bezeten van boksen. Damesboksen, zoals ze zelf het liefst zeggen.

'Het zijn absoluut geen bitches van de straat', zegt bondscoach Ton Dunk over de drie Nederlandse vrouwen die komende week in Rotterdam meedoen aan de EK. Dat is niet zo gek, meent hij. Boksen is in veel westerse landen vooral populair bij hogeropgeleide vrouwen. Donk schat dat in Nederland 10.000 vrouwen recreatief boksen.

Voor veel vrouwen is boksen een stoere vorm van conditietraining. Dat geldt niet voor Marichelle de Jong, Nouchka Fontijn en Jessica Belder. Zij beoefenen al hun hele leven vechtsporten. Boksen is voor hen topsport. Ze zien niet in waarom de noble art of self defense, zoals de Britten de pugilistiek soms noemen, alleen geschikt zou moeten zijn voor mannen.

Het drietal is dan ook blij dat het IOC vrouwenboksen eindelijk heeft toegevoegd aan het olympische programma. Het was de laatste sport die alleen nog door mannen werd beoefend. Eerder werden al klassiek mannelijke sporten opgenomen als schermen (1972), schieten (1984), judo (1992), taekwondo (2000) en worstelen (2004).

De boksters vinden de olympische erkenning aan de late kant. Grafisch ontwerpster De Jong: 'Bij elke sport had je mannen en vrouwen. Ik vind het discriminatie dat vrouwen niet mochten meedoen.'

Bondscoach Donk vermoedt dat de late erkenning een politieke reden had. Het totaal aantal olympische deelnemers aan boksen mocht niet groter worden. De mannen wilde geen plaatsen inleveren om vrouwen te kunnen toelaten.

Daarnaast speelde mee dat de conservatieve, veelal oude leden van het IOC boksen en vrouwen geen gelukkige combinatie leken te vinden. Moesten vrouwen wel het recht krijgen elkaar op het olympisch podium in elkaar te slaan? Of zou de emancipatie daarmee zijn doel voorbij schieten?

Accountant Jessica Belder zou vrouwenboksen niet gauw het toppunt van emancipatie noemen. Zij ziet geen verschil tussen boksen en zwemmen, tennis of paardrijden. Zij bokst, omdat haar vader bokste. Als hij had getennist was ze dat vermoedelijk gaan doen. 'Maar ik vind wel dat vrouwen dezelfde rechten moeten hebben als mannen.'

In feministische kringen wordt olympisch vrouwenboksen eerder gezien als een grondrecht dan als een betreurenswaardige ontwikkeling.

Het verbaast hoofdredacteur Margriet van der Linden van maandblad Opzij dat de sport pas volgend jaar olympisch wordt. Profboksen voor vrouwen bestaat in Amerika al veel langer, de Nederlandse Lucia Rijker was zeer succesvol. Van der Linden per e-mail: 'Het lijkt me heel goed en terecht als ook vrouwen elkaar in de boksring knock-out proberen te slaan. Liever daar dan op straat of op het werk.'

Ook Tanja van den Berge, van de Vereniging voor Vrouw en Recht, meent dat het IOC terecht tot inkeer is gekomen. Uitsluiting op grond van sekse is discriminatie. Wetgeving ter bevordering van gelijke behandeling is opgesteld om mannen en vrouwen dezelfde kansen te bieden in de maatschappij, dus ook in de topsport.

Dat vrouwen elkaar misschien beter niet voor hun plezier zouden moeten slaan, is volgens Ten Berge een onzinnig argument om vrouwenboksen te weren van de Spelen. Dat zou betekenen dat er voor vrouwen andere morele regels zouden moeten gelden dan voor mannen. Op grond van dat dit soort gedachten zijn veel vrouwen uitgesloten van hogere functies.

Ten Berge vindt een vrouw zelf moet kunnen beslissen of ze aan boksen wil doen. De keuze is niet aan de maatschappij of het IOC. Uit haar e-mail: 'Het is volledig aan het individu om zijn of haar werkend leven in te delen zoals hij of zij dat wil.'

De drie EK-deelneemsters hebben hun keuze gemaakt. Ze brengen de meeste trainingsuren in de ring zelfs door met mannen, om de kans op olympische deelname te vergroten. Ze krijgen klappen, maar voluit slaan is de mannen verboden.

Fysiotherapeut Fontijn: 'We moeten wel tegen mannen boksen, omdat er te weinig vrouwen zijn van ons niveau. Als ze technisch boksen kunnen we wat van ze leren. Dat doen mannen trouwens ook vaak met elkaar. Het is niet de bedoeling dat ze elkaar steeds knock-out slaan.'

De vrouwen beseffen dat boksen gevaren met zich meebrengt, maar angst voor verwondingen hebben ze niet. Ze dragen, net als mannelijke amateurboksers, een beschermende helm. Hun gezichten zijn vrijwel ongeschonden, ook al staan ze al jaren in de ring. Hun neuzen staan recht, hun oogleden zijn redelijk gaaf.

Mannelijke boksers dragen een tok om hun geslachtdelen te beschermen. De vrouwen vinden borstbescherming niet nodig. Alleen in België is een soort verharde bh verplicht. In de praktijk krijgen ze weinig stoten op de borsten.

Belder: 'Een opstoot tegen de onderkant van de borsten zou gevoelig zijn. Ik heb het nooit gehad. Het is ook niet zo gevoelig als een mannelijk geslachtsdeel.'

De EK-deelneemsters en de bondcoach benadrukken dat hun sport veilig is. Boksen heeft zijn gewelddadige imago vooral te danken aan de profsport. Zij voelen niets voor een loopbaan in het profcircuit. Dat is hun wereld niet.

Bondscoach Dunk: 'Ik zeg niet dat een klap op je hoofd gezond is, maar ik sta achter de manier waarop wij de sport beoefenen. Het doel is niet een knock-out, of de ander verwonden. Het gaat om punten scoren en niet geraakt worden. Dat is een wezenlijk verschil. Je moet het zien als sport, niet als vechten.'

undefined

Meer over