Te mooi om waar te zijn

Vermoedens dat er iets niet in de haak was met de Tilburgse hoogleraar psychologie Diederik Stapel bestonden al langer. Totdat drie jonge onderzoekers tijdens een koffiepauze besloten de incidenten systematisch te onderzoeken. 'Hij sputterde tegen.'

MAARTEN KEULEMANS

Ze was 'echt schijtbang', zegt ze. Zag het al helemaal gebeuren dat ze hem opeens op straat zou tegenkomen. 'Want Tilburg is klein, hè?' En dus vond ze zichzelf opeens terug bij hem thuis op de stoep. Trillend, dat wel. Waarom ze hier was? Ze weet het zelf niet precies. Laat het zoiets zijn geweest als een biecht, of een afscheid, of iets daartus- senin. Dus dronk Kim die middag thee met haar baas Diederik Stapel, acht dagen voordat hij voorpaginanieuws werd - als fraudeur.

Stapel wist toen al wat er speelde. Twee dagen eerder had zijn goede vriend en het hoofd van de afdeling sociale psychologie Marcel Zeelenberg urenlang met hem gesproken. Tientallen bewijsstukken van fraude, had Zeelenberg op tafel gelegd. Bewijsstukken, die drie jonge onderzoekers van de afdeling in tien maanden tijd en in volstrekte stilte bijeen hadden gezocht. Kim was een van hen.

'Ik geloof dat ik hem wilde zeggen: ik bedoelde het niet slecht, dit moest gewoon gebeuren', zegt ze. 'Maar Diederik zat toen nog helemaal in zijn excuusverhaal. Dat hij soms slordig was, dat hij zijn onderzoek veel te snel en te leuk wilde doen, dat hij het in de toekomst anders zou aanpakken. Maar wat me ook opviel, was dat hij niet ontkende. Daardoor werd ik rustiger.'

Kim, Jesse, Kees. Het zijn namen die de drie psychologen, lacherig, tijdens het gesprek met de krant verzinnen. De klokkenluiders willen anoniem blijven, een harde voorwaarde voor het gesprek. 'We staan aan het begin van onze carrière', legt Jesse uit. 'We willen niet dat onze naam hiermee voorgoed verbonden blijft.'

Dat ze toch, eenmalig en na uitvoerige onderhandelingen, hun verhaal willen doen, op de kop af honderd dagen nadat ze de fraude aankaartten, is omdat ze ook wel weten dat ze iets belangrijks hebben doorgemaakt. 'We zijn een fase verder. We komen nu op het punt dat mensen deze zaak in een context willen plaatsen. We denken dat ons verhaal daaraan bijdraagt.'

Je hoogleraar erbij lappen. Dat is niet iets dat zomaar gebeurt - je zwaait een deur open, zit daar Diederik Stapel te frauderen, betrapt! - nee, het is iets dat ontstaat. Een tintelend gevoel aanvankelijk, dat gaandeweg meer gaat knagen, tot het uitgroeit tot een 'vreselijk geheim' (Kees) en een 'loodzware last' (Kim).

Toen ze professor Stapel leerden kennen was dat heel anders. 'Hij was de beste onderzoeker, wist hoe hij zichzelf moest verkopen, en wist altijd feilloos aan te geven waarom iets maatschappelijk relevant was', zegt Kees. 'Slim, extreem creatief. Iemand die buiten de gebaande paden kon denken', herinnert Kim zich.

Dat er soms ook werd geroddeld over zijn wel érg glansrijke loopbaan, tja, op welke werkvloer gebeurt zoiets niet? Ook bij Jesse geen enkele twijfel: 'Zijn onderzoeksresultaten waren perfect. Maar dan dacht ik: hij is ervaren.' Kees: 'Ik wílde ook geloven dat het klopte, hè?' Deze aimabele en gezellige man, die geregeld zijn nek uitstak voor anderen. 'Als Diederik nu een nare tiran was geweest, zou je hem toch eerder hebben gewantrouwd', zegt Kim.

Wolkjes waren er wel, in Stapels paradijs. Kees was al in de zomer van 2009 iets raars opgevallen, bij drie oefenonderzoekjes waarvoor Stapel de ruwe cijfers aanleverde. Die waren afkomstig van een enquête, die hij op een school had laten uitvoeren, zei Stapel. Alleen: blijkens de cijfers waren de scholieren dan wél 19 jaar oud. 'We vroegen het aan Diederik. Die zei: o, dan heb ik het onderzoek zeker uitgezet op een hogeschool.' Toen er vervolgens ook nog eens een paar getallen niet leken te kloppen, namen Kees en zijn medestudenten dat voor lief. 'We dachten: dat zal vast een typfoutje zijn. De ingevulde vragenlijsten had Diederik wegens ruimtegebrek weggegooid, zei hij.'

'Het is net als met verliefdheid', zegt Kim. 'Als je verliefd bent op iemand, zie je de gebreken ook niet.'

Eind 2010: Tocht

'Ik geloof dat het in de sportschool was', vertelt Kees. 'We hadden het over de afdeling, zoals je het wel eens over je werk hebt. Toen heb ik Jesse verteld over het gerucht.'

Het was najaar 2010, en Jesse, Kim en Kees waren bevriend geraakt, samengebonden door de sportschool, congressen, terrassen en rookpauzes. En hoe onschuldig het gesprekje in de sportschool ook was: nu had Jesse hem ook, die tinteling. 'Alsof er een deurtje was opengegaan,' zegt hij.

De deur tochtte hevig. In december van dat jaar zag Jesse een presentatie van onderzoek van een van Stapels studenten, naar het verband tussen materialistisch denken en natuurbeelden. Proefpersonen kregen fruit te zien: aan de boom, op de grond, verpakt in een krat. Hoe minder 'natuur', des te meer materialistisch de proefpersonen zouden denken, was de aanname die werd onderzocht.

'Dat klopte perfect! Het verband was een perfect trappetje omhoog', zegt Jesse. 'Kom, denk je nou echt dat een sinaasappel op het gras bij mensen een heel andere reactie oproept dan een sinaasappel die in de boom hangt? Het leek gewoon te mooi om waar te zijn. Iemand die aanwezig was, grapte nog: je zou haast denken dat deze cijfers zijn verzonnen. Serieus!'

Jesse kreeg een ingeving: zelf aanhaken bij de datafabriek die Diederik Stapel heette. 'Gewoon om mijn nieuwsgierigheid te bevredigen. Ik wilde zien hoe dit eigenlijk werkte.' Dus zette hij een studie op, rond de vraag in hoeverre denken aan de financiële crisis de bereidheid van mensen om geld te doneren beïnvloedt. Stapel zou het onderzoek, verdeeld over drie experimenten, laten uitvoeren op zijn befaamde scholen. Nog geen maand later had Jesse de uitkomsten.

'Alles wat we in onze hypothese hadden voorspeld, was uitgekomen. En het was nog een groot effect ook. Ik dacht: zulke mooie uitkomsten, dat kan gewoon niet. Mij gebeurt het in elk geval nooit.'

Het maalde door zijn hoofd. Jesse besloot op zoek te gaan naar een getal dat wetenschappers 'Cronbachs alfa' noemen. Dat getal is een maat die, simpel gezegd, aangeeft of de antwoorden op een ingevulde vragenlijst wel consistent zijn. Iemand die op de vraag 'Ben je bang voor spinnen?' 'ja' antwoordt, moet op de vraag 'Ben je weleens ergens bang voor' immers ook 'ja' antwoorden - en het is precies die interne samenhang die het getal alfa meet.

De uitkomst was schokkend. 'Normaal gesproken zou je bij deze studie een alfa groter dan 0,9 verwachten', vertelt Jesse. 'Bij een alfa lager dan 0,65 is er iets onacceptabels aan de hand. En de alfa van Stapel was echt belachelijk laag: kleiner dan 0,45. Dat kan er haast alleen maar op duiden dat de vragenlijsten willekeurig waren ingevuld.'

Het was januari 2011, en Jesse had voor het eerst een concrete aanwijzing dat de gevierde en populaire hoogleraar en decaan de boel bedroog. 'Het was de enige keer dat ik er niet van heb kunnen slapen', zegt hij.

2011: Vogels

Maar ja: een raar getal, wat moet je ermee? Jesse werkte nog maar kort in Tilburg, kende de stafleden nog niet goed, en toen hij de zaak voorlegde aan een vertrouweling in het buitenland, zei die wat Jesse zelf ook wel wist. Het is maar statistiek. Ze kunnen je ontslaan. En trouwens, je hóéft er niet iets mee te doen.

Dat was het moment waarop Jesse, Kim en Kees hun vermoedens uitspraken. 'We zeiden niet met zoveel woorden: we gaan Diederik ontmaskeren. Maar we wilden weten of er meer van dit soort gegevens waren. En we beseften dat we onze vermoedens maar beter stil konden houden tot we het echt keihard konden bewijzen.'

Het is met zo'n fraude net als met de vogeltjes buiten: pas als je erop let, zie je ze overal en kun je je afvragen hoe je ze ooit over het hoofd hebt kunnen zien. Toen Jesse op eigen houtje het gulheids-onderzoek tweemaal herhaalde, bleken de prachtige verbanden die Stapel had gevonden opeens nergens te vinden. Omzichtig vertelde hij het aan Stapel. Die reageerde nonchalant als altijd. 'Hij sputterde tegen, zei dat de reviewers het vast niet erg zouden vinden, en dat ik moest vasthouden aan de eerste uitkomsten.' En toen haakte Stapel af. 'Hij liet het los. Vroeg nooit meer wat er van het onderzoek was geworden.'

Het werd lente en zomer, en gaandeweg, berekening na berekening, onderzoek na onderzoek, begon het dossier van de klokkenluiders te groeien. Kim beet zich vast in een onderzoek van een student naar het verband tussen politieke voorkeuren en de neiging om te stereotyperen: 'Alles wat ze hadden voorspeld, kwam uit. Maar toen bleek dat de theorie eigenlijk iets anders had voorspeld.' Een promovendus ontdekte dat een rijtje getallen uit een onderzoek exact overeenkwam met getallen uit een andere tabel. Stapel draaide weg: oeps, kennelijk is er iets misgegaan bij het invoeren van de cijfers, we draaien de studie wel opnieuw.

Zo liepen er veel mensen rond bij wie het ergens, diep van binnen, kriebelde. Een promovendus maakte een vreemd grapje toen hij een boekje ontving met daarin een onderzoek dat hij samen met Stapel had gedaan: 'Nou, ik geloof er toch niets van.'

Toch zijn de klokkenluiders het oneens met wat buitenstaanders al snel roepen: dat de fraude met wat meer oplettendheid eerder aan het licht was gekomen. 'Als je bezig bent met een analyse, ga je heus niet bedenken: daar en daar moet het óók precies kloppen', zegt Kees. Wie een kamer opmeet, komt ook niet op het idee om eerst eens te onderzoeken of de centimeters op de meetlat wel precies lang genoeg zijn. 'Soms moest je echt alles proberen om een verborgen correlatie te kunnen zien', zegt Kees.

Daarbij: het is toch niet niks, iemand aanpakken die behalve hoogleraar en gevierd onderzoeker ook nog eens decaan is, en bevriend met zowel de rector als het afdelingshoofd. 'Het is toch de grote baas.' Maar het dossier groeide - wanneer was het eigenlijk af?

'Kees en ik zaten op een avond op een terras, aangeschoten', zegt Kim. Ze waren lacherig, gefrustreerd, bang en beneveld. 'Dat was het moment waarop we besloten: we gaan ervoor', zegt Kees.

Nazomer 2011: Confrontatie

Kim heeft haar schoenen uitgedaan en zit languit op de bank in de ruimte waar we elkaar ontmoeten. Ze weet het nog precies. 'Ik zat in de vensterbank. En jij zat daar, en Marcel ongeveer waar jij nu zit, tussen ons in.'

Het was 's avonds laat, in een appartement waar ze wegens een congres verbleven. Of afdelingshoofd Marcel Zeelenberg misschien even tijd voor ze had. En toen begonnen ze. Over de alfascores. De gekopieerde tabellen. De niet kloppende correlaties. Het was een marathongesprek tot vroeg in de ochtend. 'Marcel zei dat hij het met Diederik wilde bespreken. Maar ik denk dat hij diep van binnen wel wist dat het foute boel was', zegt Kees.

'Ja, en de ochtend daarna kwam dus dat persbericht van die vleeshufters', zucht Kim. Dat was het geruchtmakende onderzoek van Roos Vonk dat zou aantonen dat denken aan vlees egoïstisch maakt. Gebaseerd op cijfers van Diederik Stapel. 'En Marcel kon niets doen: hij moest eerst met Diederik praten.'

'We hebben die avond vreselijk veel gedronken', zegt Kees. 'Dat weet ik ook nog.'

Daarna kwamen de gewichtige gesprekken. Vrijdag: Zeelenberg die Stapel confronteerde. Zaterdag: de rector werd van de tennisbaan gehaald, om te gaan praten met Zeelenberg. Zondagochtend: de 'schijtbange' Kim op bezoek bij Stapel. Zondagmiddag: Stapel bij de rector. Maandag: de rector aan tafel met de Kim en Jesse. 'Die rector was góéd', floept Kim eruit. 'Hij stelde ons gerust, schreef niks op en wist een week daarna alles nog.'

Dinsdag: de rector aan tafel met Stapel. En Stapel die draaide, ontkende, verbloemde.

Intussen zaten de klokkenluiders op de afdeling, opvallend onopvallend te doen. 'Iedereen wist dat er iets speelde', zegt Kim. 'Ze hadden er lucht van gekregen dat ik bij de rector was geweest. Dus kwamen ze nieuwsgierig bij me binnen: zo, dus je gaat hogerop? Maar we konden niets zeggen, dat hadden we beloofd.'

Dat was nog het moeilijkste: de collega's die bezig waren onderzoek te verwerken dat was gebaseerd op de spookgetallen van Stapel. 'Iemand stond op het punt een studie in te dienen voor publicatie. Toen heb ik toch maar vluchtig gevraagd wanneer ze dat van plan was', vertelt Kim.

Intussen spookte het door haar hoofd: hoe zou Stapel reageren? 'Ik zag hem in gedachten al zijn garage in rennen om snel alsnog al die formulieren met de hand in te vullen. De rector had hem gezegd: luister Diederik, we kunnen dit hier en nu oplossen als je me mee naar die scholen neemt.'

Maar dat gebeurde niet. De scholen waren een verzinsel. Een week later, op dinsdag 7 september, bekende Stapel, in het bijzijn van zijn advocaat en naar verluidt huilend, dat hij op grote schaal onderzoeksfraude had gepleegd. De bom was gebarsten zoals wetenschappelijke bommen altijd barsten: niet met een luide knal, maar in een reeks geleerde gesprekken over onderzoeksmethoden, correlatiecoëfficiënten en alfawaarden.

Vandaag

Haha, de Universiteit van Tilburg. Haha, die sociaal-psychologen met hun malle onderzoekjes ook. Op degene die een bedrieger tot koning kroont is het makkelijk schieten.

Aan de andere kant: het zijn diezelfde sociaal-psychologen die de zaak ontrafelden, gewapend met de methodes van de wetenschap. Precies zoals het hoort. Jesse, Kees en Kim hebben hun onvoorstelbare hypothese bewezen, niet met geroddel of geschreeuw, maar met geduldig, grondig statistisch onderzoek.

De klokkenluiders deinzen terug als je dat tegen ze zegt. Geen lof, a.u.b. 'De zaak heeft veel mensen negatief beïnvloed. Het allerlaatste wat ik zou willen, is daarmee eer behalen', zegt Jesse. 'De mensen die het moeten weten, weten het. Dat is genoeg.'

Het lot van de klokkenluider: als de zaak eenmaal is beklonken, is het de klokkenluider die weer gewoon aan het werk moet, een schaduwfiguur waarvan niemand weet of hij nu een held is of een verrader. Er is veel lof over hen uitgestort, dat weten ze best. 'Maar met sommige mensen is mijn relatie bekoeld', zegt Kim. 'Ik snap dat ook wel. De mensen willen verder. En steeds als ze mij zien, worden ze er toch weer aan herinnerd.'

Kim begint over de slachtoffers. 'Iemand die ik ken zei me eens: hier onderzoek doen is het eerste wat ik echt bereik. Maar nu kan hij al zijn onderzoek in de prullenmand gooien. Hij is zijn motivatie om de wetenschap in te gaan totaal verloren. En dat is zomaar een van de vele gedupeerden.'

En Diederik Stapel? Jesse heeft hem nooit meer gezien, Kees ziet hem soms nog fietsen, voor Kim was het bezoek aan zijn huis de laatste ontmoeting. 'Ik ben emotioneel veel kanten opgegaan', zegt ze. 'En ik ben cynischer geworden. Over de wetenschap in het algemeen, over wat mensen presenteren en zeggen. Een goede wetenschappelijke houding natuurlijk, maar ik hoop dat ik er niet in doorsla.'

Stapel of niet: 'Ik blijf de schoonheid van de wetenschap zien', zegt ze. 'Omdat ik weet dat die er is.'

JONGE ONDERZOEKERS DOORZIEN VAKER WETENSCHAPSFRAUDE

Vergeet de 'beroepsbeoordelaars' die wetenschappelijke artikelen beoordelen voordat ze in druk verschijnen: opvallend vaak zijn het juist jonge onderzoekers die wetenschapsfraude aan het licht brengen.

1974

Een onderzoeksassistent van transplantatie-arts William Summerlin ontdekt dat stukjes 'getransplanteerde' huid waarmee Summerlin zegt te werken met vilstift op zijn proefdieren zijn getekend.

1981

Twee jonge postdocs van Harvard-internist John Darsee vissen papieren uit de prullenbak die bewijzen dat Darsee al jarenlang onderzoeksgegevens verzint: de grootste onderzoeksfraude ooit komt aan het licht.

1995

In Duitsland neemt een promovendus zijn promotor in vertrouwen: in het lab waar hij werkt zouden kankeronderzoekers Friedhelm Herrmann en Marion Brach op grote schaal gegevens verzinnen. Een Amerikaanse promovendus had daarover al eerder tevergeefs geklaagd.

2004

Ja Min Koo, een Zuid-Koreaanse promovenda, vertelt dat zij en een mede-onderzoekster eicellen afstonden voor de experimenten van haar begeleider, de gevierde kloonarts Woo-Suk Hwang. Niet in de haak, en in het onderzoek dat volgt blijkt dat Hwang ook zijn 'gekloonde' mensencellen heeft verzonnen.

2007

Het bestuur van de Harvard-universiteit krijgt een brief van enkele studenten: hun baas, de vooraanstaande apenonderzoeker Marc Hauser, zou zijn waarnemingen van apengedrag niet eerlijk opschrijven. Hauser wordt uiteindelijk schuldig bevonden aan acht gevallen van fraude.

2011

Een jonge onderzoeker van het Erasmus MC in Rotterdam stapt naar de vertrouwenscommissie: hij vertrouwt de werkwijze van hoogleraar Don Poldermans niet. Na onderzoek blijkt Poldermans onzorgvuldig te zijn omgesprongen met patiëntentoestemmingen: ontslag volgt.

DE ZAAK STAPEL IN EEN NOTENDOP

2006

Diederik Stapel wordt hoogleraar in Tilburg. Daarvoor was hij verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen (2000-2006) en aan de Universiteit van Amsterdam, waar hij in 1997 cum laude promoveerde in de sociale psychologie.

2010

Stapel wordt decaan van de faculteit sociale wetenschappen (FSW).

2011

7 september

De Tilburgse rector magnificus Philip Eijlander maakt bekend dat Stapel onderzoek heeft gefingeerd. Stapel is op non-actief gesteld; de universiteit stelt een onderzoekscommissie in om de omvang van de zaak te bepalen, onder leiding van Pim Levelt.

8 september

Roos Vonk, hoogleraar sociale psychologie in Nijmegen, neemt af- stand van het geruchtmakende 'vleesonderzoek' dat ze samen met Stapel had gedaan.

31 oktober

De commissie Levelt presenteert haar tussenrapport: Stapel heeft gedurende meerdere jaren minstens dertig onderzoeken gefingeerd. Daarmee is de zaak een van de grootste onderzoeksfraudes ooit.

10 november

Stapel doet vrijwillig afstand van zijn doctorstitel. De KNAW laat onderzoek doen naar hoe fraude voortaan is te voorkomen.

22 november

Roos Vonk wordt door haar universiteit berispt, maar vrijgesproken van fraude: zeer waarschijnlijk werkte Stapel alleen. De universiteiten van Groningen en Tilburg doen aangifte tegen Stapel bij de districts-recherche.

1 december

Het vakblad Science trekt als eerste een onderzoek van Stapel in.

21 december

Het wetenschapsblad Nature merkt Stapel aan als een van de tien mensen die in 2011 'het verschil maakten', én prijst Nederland voor zijn snelle en open aanpak van de zaak.

undefined

Meer over