Te groot om te slagen

Dewey & LeBoeuf was een grote naam in de New Yorkse advocatuur: een garantie voor dure kwaliteit. Dit voorjaar stortte de megafirma plotseling in door financiële problemen en mogelijke fraude. Een getuigenis van de implosie, Hollywood-stijl.

Van buitenaf gezien was er niets aan de hand. Met zijn pasje kon Paul Fields, advocaat van de advocatenfirma Dewey & LeBoeuf, zoals altijd het hoofdkantoor in. In de lobby en de lift van de wolkenkrabber aan Sixth Avenue, hartje Manhattan, was alles in orde. Maar op de werkvloer van Dewey leek het op deze voorjaarsdag alsof er een tornado had huisgehouden. De enorme etage vertoonde tekenen van 'een apocalyptische gebeurtenis'.

Fields was net ontslagen. Dat was niets persoonlijks; zijn werkgever had een faillissement aangevraagd. Toch had de jurist het druk met een civiele rechtszaak, die gewoon doorliep. Er waren honderden miljoenen dollars mee gemoeid.

Hij werkte vrijwel nooit in het hoofdkantoor, maar was toevallig in de buurt en moest zijn urenstaten nog invullen. Fields beschouwt zichzelf als een fatsoenlijk mens: iemand die zoiets doet, ook al is zijn werkgever zojuist ten onder gegaan.

Met meer dan duizend advocaten in 26 kantoren in tien landen was Dewey & LeBoeuf een naam die in New York en ver daar buiten ontzag wekte. De firma haalde al jaren de beste juristen binnen. Werken voor Dewey was als voetballen in de Engelse Premier League: het hoogst haalbare in het vak. Het was een van de grootste kantoren ter wereld voor corporate law, bedrijfsjuristerij: de firma werd ingehuurd door ondernemingen van formaat, waaronder de grootste land- en onroerendgoedbezitters van New York, om hun belangen binnen en buiten de rechtszaal te verdedigen.

Ook de internationale arbitrage was een terrein waarop Dewey, en Paul Fields persoonlijk, schitterden. Dat is de voor advocaten uiterst lucratieve methode om internationale conflicten tussen bedrijven, en soms ook landen, buiten de rechtszaal te beslechten.

Dewey nam meerdere verdiepingen in beslag van het gebouw dat een compleet stadsblok beslaat. Tot voor kort was het een bruisende wereld, bevolkt door goed betaalde, strak geklede, druk bezette mannen en vrouwen zonder noemenswaardig leven buiten het kantoor. Dankzij de naam en reputatie mocht het gebouw van Dewey zelfs optreden als decor in Michael Clayton, een speelfilm uit 2007, met George Clooney als jurist die - mooi toeval - een schandaal bij zijn topfirma blootlegt.

Die dag in mei stapte Fields uit de lift en kreeg hij een misselijk gevoel. Er was geen sterveling te bekennen. Overal lagen papieren, kabels, snoeren, dozen. De stilte beangstigde hem. Eén computer bleek het nog te doen. Fields zat 2,5 uur in de hoek van de secretaresses, omringd door hun achtergelaten persoonlijke foto's en spulletjes.

'Krankzinnig', zegt hij. 'Alsof ik in een Hollywood-thriller zat.'

Hoe was het mogelijk dat zo'n solide bedrijf dit voorjaar in enkele maanden op een dramatische manier naar een failissement kon afglijden? De geschokte Fields, zijn collega's bij Dewey en duizenden advocaten in New York zoeken naar een antwoord.

Veel topadvocaten (de 'partners') hebben snel een nieuwe baan gevonden. Maar tal van minder ervaren juristen niet. Zij komen, net als het administratieve personeel, terecht op een overbevolkte arbeidsmarkt met nog altijd hoge werkloosheid. Wat er misging, is relevant voor iedereen in het vak. En een aanverwante vraag zingt rond: of de val van Dewey een domino-effect teweeg zou kunnen brengen, zoals de val van investeringsbank Lehman Brothers de financiële crisis in gang zette.

Advocaten staan er om om bekend dat ze altijd tot de winnaars behoren. Draait de economie goed, dan verdienen ze met fusies, overnames en start-up ondernemingen. Gaat het minder goed, dan verdienen ze met faillissementen, die de afgelopen jaren inderdaad een groeisector zijn geweest.

Maar de firma kreeg zelf een klap tijdens de economische neergang. Dewey Ballantine was in 2007 gefuseerd met de firma LeBoeuf, Lamb, Greene & MacRae. Het was, gezien de toen aanstaande recessie, geen goede timing voor een nieuw, naar juridische maatstaven gigantisch bedrijf. Het moest zijn draai, onder de nieuwe naam Dewey & LeBoeuf, nog vinden.

Tijdens de recessie zag de gehele advocatuur in de VS voor het eerst in decennia de inkomsten dalen, zei Martin Bienenstock kort geleden. Hij zat het afgelopen voorjaar tijdelijk in het bestuur om de firma te redden en verliet als een van de laatsten het zinkende schip, vorige maand. Bienenstock gaf de recessie de schuld, maar hij erkende dat de malaise op Wall Street niet de enige reden was voor het ongehoord snelle bankroet.

Het onderliggende probleem was dat Dewey enorme sommen bood aan gerenommeerde advocaten; de meesten van hen dienden als equity partners, die fungeren als topwerknemers en aandeelhouders. Zij kregen naar verluidt 5 miljoen dollar per jaar, voor een termijn van minstens vier jaar, ongeacht hun prestaties. Dat laatste is ongewoon in die kringen. Het was de bedoeling om zo de primary business generators vast te houden: de lieden die de grootste zaken en cliënten konden binnenhalen op hun naam en reputatie.

Na de fusie werd Dewey, volgens een advocate van een concurrent, beroemd om 'astronomische' garanties, die ongedekt bleken te zijn. 'Als businessmodel is het niet slim: 5 miljoen dollar, los van prestatie', zegt zij. 'Dat is vragen om problemen.'

In 2011 werd haar - breeduit gedeelde - opvatting bevestigd. De inkomsten bleven tegenvallen. Cliënten waren minder gretig met het betalen van 'top-dollar', de zeer hoge uurtarieven voor de bekendste adocaten: 700 tot 1.000 dollar. Maar de maandelijkse arbeidskosten waren snel gegroeid. Het personeel en Dewey als geheel waren immers snel gegroeid, ook al wankelde de economie. In januari van dit jaar kwam naar buiten dat de oorspronkelijk gemelde omzet van 980 miljoen dollar over het voorbije jaar in werkelijkheid 200 miljoen lager was, terwijl de winst ook flink was gedaald.

Dewey leende van de bank om het tekort te dekken en beloofde partners dat hun geld later zou komen. Maar het afgelopen voorjaar verloren veel van de duurbetaalde partners het vertrouwen. Een exodus van hoogvliegers zonder loyaliteit begon. De partners vonden ander werk; samen met hun cliënten verdwenen zij.

Paul Fields zag het met lede ogen aan. Hij was een jaar geleden met open armen ontvangen, want hij had een zaak binnengebracht die om honderden miljoenen draaide en ook miljoenen dollars zou opleveren voor Dewey. Fields zegt dat hij zelf overigens geen garanties kreeg.

Het was een teken aan de wand toen de grootste namen wegliepen. Toch bleef Fields nog kalm. 'Ik ben zelf ook overgestapt, dat gebeurt zo vaak', dacht hij.

Tot in mei had hij geen idee van de teloorgang. Fields had het druk met zijn miljoenenproces en hij beschouwde Dewey als een 'degelijk, robuust, dynamisch' bedrijf. Het management deed wel vrij panisch over mogelijke lekken, beseft hij nu. En de communicatie vanuit de top was minimaal. Nu begrijpt hij waarom er enkele maanden geleden opeens e-mails binnenkwamen: 'Positief blijven! We werken aan een oplossing.'

Maar toen de topverzekeringsjuriste Cynthia Shoss vertrok, kwam een beeld op in Fields' hoofd: 'Het kaartenhuis was aan het instorten.' Een ander beeld: de bemanning was de zinkende Titanic aan het verlaten en hij zat nog aan boord. 'Het ging razendsnel.'

Veel Amerikaanse bedrijven die 'bankroetbescherming' aanvragen in een zogenoemde Chapter 11-procedure, verwachten op te krabbelen en verder te gaan. Dewey meldde eind mei echter geen wederopstanding te verwachten. De website bevat alleen nog boodschappen rond het faillissement: 'Wilt u eigendom van Dewey & LeBoeuf overnemen, stuur dan een e-mail.'

De implosie is al wekenlang in het nieuws in New York. Vrijwel elke dag meldt de website law360.com dat weer een of andere partner van Dewey door een oud-concurrent is opgepikt, waarbij vooral de aartsrivaal Morgan Lewis lijkt te profiteren van het drama aan Sixth Avenue.

'Het is eng', zegt de vrouw die bij een concurrent van Dewey werkt. 'Dit was een topfirma met kwaliteitsjuristen. Ik ken ze, het zijn de allerbeste corporate advocaten. Niemand had door wat er gaande was.'

Zij benadrukt dat meerdere topkantoren in New York onlangs de deuren hebben gesloten. Dewey was de grootste firma die ooit bankroet ging, maar niet de eerste. 'Het is een nachtmerriescenario. Mijn eigen firma is ook zo'n gigant. Altijd maar groeien. Waarom zou het ons niet gebeuren?' Net als Paul Fields praat zij met collega's over 'de volgende Dewey'. Niemand weet wie het zal zijn, maar iedereen heeft het gevoel dat er een volgend slachtoffer komt.

Lehman Brothers als dominosteen dient als een spookbeeld en daar is reden voor, betoogt hoogleraar rechten Stephen Lubben. Veel geleend geld werd gebruikt om de elite van partners af te betalen, wat de kwetsbaarheid van Dewey vergrootte. De partners die dit door kregen, maakten dat ze wegkwamen. Daarmee kromp het kapitaal van de firma verder, dat immers berust op de totale inkomsten die de advocaten binnenhalen. Het krimpende kapitaal was een waarschuwingsignaal voor de overgebleven partners: er was steeds minder geld te verdelen.

Wat volgde was een soort omgekeerde run on the bank, een collectieve vlucht. 'Het is vergelijkbaar met het proces dat Lehman naar de faillissementsrechtbank joeg', aldus Lubben.

Volgens een oud-partner van het toenmalige Dewey Ballantine is er reden tot 'consolidering' in de hele corporate advocatuur. Net als Paul Fields stond hij cliënten bij met diepe zakken. Hij verliet het kantoor kort na de fusie van 2007, voor een kleinere 'boetiekfirma'. Het mammoetkantoor werd te groot: 'Onbeheersbaar.' Amerika's topbanken kregen overheidssteun omdat ze 'te groot om te falen' waren. Dewey, daarentegen, was te groot om te slagen - 'te groot om te managen', zegt de oud-partner.

Door agressief te groeien, hebben kantoren zich inderdaad kwetsbaar opgesteld, betoogt Stephen Poor, de topman van een firma in Chicago met 800 advocaten. Hij zegt dat '99 procent' van de branche te snel te groot is geworden, te veel risico's neemt en daar ooit voor zal moeten betalen, zoals Dewey heeft laten zien. 'We moeten het beter doen, of we gaan eraan', luidt Poors conclusie.

Van de Dewey-partners die weg wílden, is vrijwel iedereen goed terechtgekomen. Van de juristen die in hun slipstream móesten vluchten, beseffend dat ze op de Titanic zaten, zijn de meesten voor een koopje 'opgepikt' door firma's als Morgan Lewis. 'Het zijn de besten in het vak', zegt Fields. Maar hun salariseisen zijn geslonken, sinds de val van Dewey.

Het vertrouwen in zijn eigen juridische toekomst wankelt. Net als tal van collega's heeft hij een claim ingediend voor zijn laatste salaris. Net als zij verwacht hij er weinig van, want Dewey heeft hoge schulden (225 miljoen dollar) en van de vele schuldeisers staan de banken voor in de rij.

De naam 'Dewey' op je visitekaartje was sexy, zegt Fields. 'Nu eerder besmet.' Om zich heen kijkend neemt hij 'Dewey-moeheid' waar in New York. De markt raakt verzadigd met advocaten van zijn firma, vreest Fields.

Maar zijn eigen carrière baart hem minder zorgen dan de toekomst van beginnende advocaten en administratieve krachten. De advocatenvereniging New York Bar Association heeft noodsteun voor werkloze juristen van Dewey geboden. Maar sommigen hebben daar niets aan. Een oud-medewerker van Fields heeft een arbeidsongeschikte echtgenote, opgroeiende kinderen en de last van hun studieschulden. Hij zit zonder werk. Contractueel is Dewey hem twintig maandlonen verschuldigd. 'Good luck', sombert Fields. 'Die krijgt hij nooit.'

De advocaat denkt aan de verlaten etage in New York. 'Het zag er uit als na een ramp. En voor veel mensen ís het een ramp.'

Justitie doet onderzoek naar voormalige top

Advocaat Paul Fields zal zijn oud-werkgever Dewey & LeBoeuf niet aanklagen vanwege achterstallig salaris. Hij acht zo'n zaak kansloos.

Maar vorige week bleek dat andere oud-werknemers er anders over denken. Zijn voormalige collega Henry Bunsow heeft de top van Dewey aangeklaagd wegens fraude: het bestuur zou langdurig, systematisch hebben gelogen over de financiële stand van zaken.

Naar het voormalige bestuur en topman Steve Davis is ook door justitie al een onderzoek ingesteld. Justitie heeft ook de opvallende uurtarieven van de ingehuurde advocaten om het faillissement af te handelen (800 à 900 dollar) in het vizier. 'Moeilijk uit te leggen in het huidige economische klimaat', zei een woordvoerder de afgelopen week.

De externe controleur Price Waterhouse Coopers had al in april harde woorden voor de firma. De top had liefst 83 procent van de winst gebruikt 'voor frauduleuze en oneigenlijke betalingen aan zichzelf en bevoorrechte partners'. De voormalige top ontkent alle beschuldingen.

De naam Paul Fields is gefingeerd. De advocaat wil zijn verhaal vertellen, maar niet met zijn naam in de publiciteit. Ook andere geïnterviewde ingewijden willen niet dat hun identiteit naar buiten komt.

undefined

Meer over