Tanita Tikaram

De zangeres met de hese stem heeft niks met mode, zegt ze, maar haar herinneringen laten haar soms in de steek....

Onlangs passeerde de Londense taxi waarin ik zat, een indrukwekkend art-decobouwsel dat het Royal Institute of British Architects bleek te zijn. Ik was het gebouw alweer vergeten toen een paar weken later Tanita Tikaram voorstelde om elkaar juist daar, in de architectenclub, te ontmoeten. Hoe toevallig.

Ik zocht Tanita op omdat ik a) dol ben op haar hese stem, b) mezelf liefhebber noem van haar dikwijls curieuze en onterecht onsuccesvolle platen en c) al tijden mijn vriendin Jessica van lesboblad GLU beloofd had om zuster Tikaram voor haar op te snorren.

Mijn interesse in Tanita begon overigens ooit met ergernis. Haar hit Twist in my sobriety was zo’n nummer waarvoor ik in 1988 steevast de radio uitzette. Pas jaren later sloeg mijn mening om en begon ik Tanita grijs te draaien. (Net zoiets had ik met 4 Non Blondes. Ik gruwde van dat liedje What’s up en zag pas later zangeres Linda Perry’s genialiteit in: What’s up is een fantastisch liedje en de perfecte soundtrack bij een orgasme – maar ik dwaal af.) Tanita belde stipt om elf uur met die kenmerkende hese stem om te zeggen dat ze al aan een kop thee begonnen was. Ik was nog onderweg. Gaf niks, zei ze. En inderdaad, Tanita bleek verrassend weinig met het begrip ‘tijd’ te hebben. Zelden zo’n ontspannen persoon ontmoet. Ze is rijk sinds ze als tiener die wereldhit had, en dus wijdt ze haar dagen aan wandelingen door het park. Met een hond? Tanita schoot in de lach. Nee, niet met een hond. Gewoon, alleen. Zomaar. Een prettig leven. Ze schreef weleens een nieuw liedje. Drie jaar geleden maakte ze nog een album. Daarvoor was het een jaar of acht stil geweest. Ze had geen idee wanneer er een nieuw album af zou zijn. ‘Zes maanden? Zes jaar? Ik zie wel.’

Ik had Tanita al eens eerder gesproken, vijftien jaar geleden, toen ze een nieuw album uit had en ze in het Amsterdamse American Hotel neergestreken was voor promopraat. Ik herinner me een geanimeerd gesprek, een beetje over muziek en dat nieuwe album, en verrassend veel over mode. Tanita was van plan om na het interview de P.C. Hooftstraat in te duiken, op zoek naar Reflections, de modewinkel waar ze de kleren van Ann Demeulemeester, Dries van Noten en Walter van Beirendonck hoopte aan te treffen. ‘Heb ik dat gezegd?’, zei ze nu, vijftien jaar later, en ze schoot weer in de lach – een lach die te laag was om schaterlach of giechel te heten, en die deels vrolijkheid en deels verlegenheid in zich droeg. ‘Ik weet niks van mode’, zei ze. Goed, ze gaf toe dat ze inderdaad jarenlang Demeulemeester had gedragen. ‘Tot ik er tot mijn schrik achter kwam dat ze voor lange mensen ontwerpt. Eigenlijk niks voor mij dus.’ Ze lachte weer. Een nieuwe favoriete ontwerper had ze daarna niet meer gevonden. Ze vond het een kwestie van energieverspilling om zich al te veel over haar uiterlijk druk te maken, en dat was natuurlijk haar goed recht. Maar ze zag er goed uit in haar geslaagde poging om er niet modieus uit te zien; in een spijkerbroek met flairs op All Star-gympen van Converse onder een vormeloos jurkje als blouse. Ze droeg een regenjas die volstrekt non-descript en tegelijk mooi was. ‘Deze jas? O, Jil Sander’, zei ze, en lachte weer. ‘Maakt me dat modebewust?’ Eh, ja.

Meer over