Tan Dun bezweert storm van stijlen in kopje thee

In Tan Duns kameropera Tea dient thee als symbool voor het leven, religie én de dood in een tragisch liefdesverhaal....

Van onze verslaggever Pablo Cabenda

Tuurlijk, een opera over cola had ook gekund. Als er één drankje bestaat dat de wereld in dezelfde mate heeft overspoeld als thee, dan is het wel cola. Mondiale zeggingskracht genoeg voor een componist die van het grote gebaar houdt. En ja, op zichzelf vindt Tan Dun (1957) het een intrigerend idee. Maar cola heeft geen eeuwenoude traditie. Thee wel. En daarbij wordt thee in de Chinese cultuur gezien als een belangrijk symbool, legt de Chinees-Amerikaanse componist uit.

In zijn kameropera Tea, die morgen in première gaat in het Amsterdamse Muziektheater en die werd geschreven in opdracht van het Japanse operahuis Suntory Hall, dient de wereldwijd verspreide drank als symbool voor het leven, religie én de dood in een tragisch liefdesverhaal.

De Japanse prins Seikyo is verliefd op de Chinese prinses Lan, maar moet voor hij haar hand krijgt, afrekenen met haar jaloerse broer. Die daagt Seikyo uit om Het Boek van de Thee naar het hof te brengen. Een haast mythisch naslagwerk dat tot in de details beschrijft hoe thee te bereiden en te drinken. En zoals het dagelijkse leven in China doordrongen is van thee, zo gaat elke dramatische handeling op het podium vergezeld van het innemen van het geurige mengsel. Zelfs in het liefdesspel van Lan en Seikyo weet de componist een erotische link te leggen met de Chinese theesoorten Oolong en Moli.

Lan: 'Rubbing the. . .'

Seikyo: 'Oolong, dark dragon, rises.'

Lan: 'Squeezing the. . .'

Seikyo: 'Moli, jasmine flower, opens.'

Tan Dun: 'Thee is in China zo alomtegenwoordig in het dagelijks leven, dat het haast onzichtbaar is geworden. Tegelijkertijd beschouwen Chinezen thee als iets heel spiritueels. We zien het als de spiegel van de ziel, een brug naar het spirituele.' Want als thee in zuivere verstilling wordt genoten, zo leert het taoïsme, kan de wereld van de zintuigen volledig naar binnen worden gehaald.

Dat daarbij de theeceremoniën van China en Japan in vorm van elkaar verschillen is een mooi dramatisch gegeven dat terug komt in de verhouding tussen Seikyo en Lan. 'Japanners maken met hun meditatieve ceremonie van het leven gestileerde kunst. Chinezen maken in een drukke aangelegenheid de kunst van het theedrinken juist tot iets levendigs.'

Muzikaal is Tea ook een amalgaam van uiteenlopende tradities. Tibetaanse monnikenzang die traploos overgaat in belcanto, lyrische sopraanpartijen met lang aangehouden zanglijnen en een glijdende intonatie die doet denken aan Chinese zang. Daarbij krijgen de elementen water, vuur, aarde en wind hun plaatsje in de percussie. Het geheel doet een holistische storm van stijlen vermoeden die Dun niettemin weet te bezweren in een verstild kopje heet water.

En zo is Tea weer Tan Dun in optima forma. De componist die in zijn opera Marco Polo al Mahler, Japans Kabukitheater en sitarklanken met elkaar verenigde. De componist die met zijn Symphony 1997 Heaven Earth Mankind Chinese gongs, een jongenskoor en YoYo Ma bij elkaar stopte. En de componist die in 2000 Today, de soundtrack voor een BBC programma, een snufje Carl Orff aan een beetje Bob Marley koppelde. De man die steevast oost en west muzikaal schijnt te willen verbroederen. En nu. Thee als universeel cultureel bindmiddel?

'Dat is niet mijn opzet. Ik maak geen muziek om culturen bij elkaar te brengen. Voor mij is opera nog steeds het ultieme vehikel om gezang op zijn mooist te laten weerklinken. Zoals Monteverdi een dramatisch verhaal wilde vertellen met muzikale middelen, doe ik dat met de middelen die mij ter beschikking staan.'

En dat is nu eenmaal alles wat Tan Dun ter ore komt. Hij is een muzikaal kanaal dat altijd open staat en om nieuwe impressies schreeuwt. Nee, zijn muziek is niet oosters en niet westers, gewoon Tan Dun. Hij veroorlooft zich vrijheden. 'De echte avantgarde is altijd vrij.' Dat die vrijheid ook wel eens tegen hem werkt, merkte Dun na de storm van kritiek die hij kreeg na projecten als zijn symfonieën 1997 en 2000.

De componist die in 1997 de Grawemeyer Award ontving als beste componist en in 2001 een Oscar kreeg voor de soundtrack van de film Crouching Tiger Hidden Dragon zou soms te gemakzuchtig shoppen op de muzikale supermarkt en zijn Chinese erfgoed exploiteren. In zijn beide symfoniën zou Yin en Yang te veel tingeltangel worden, gemengd met multiculti: 'een handig in elkaar gezette gelegenheidshutspot'.

'Ik trek me niets aan van wat critici zeggen. Elk stuk dat ik maak is een ontdekkingstocht, een experiment. En sommige zijn wat interessanter dan andere.'

Maar hij ziet het als zijn taak om zoveel mogelijk experimenten uit te voeren. 'Je moet jezelf toestaan te falen. Debussy werd ook bekritiseerd toen hij Balinese instrumenten integreerde in zijn werk. Waarom? Omdat critici met hun oude achttiende-eeuwse blik naar zijn muziek keken. Ik probeer met het oog van de avantgarde naar oude tradities te kijken. Dat is het verschil. Het multiculturele schuilt niet in het bij elkaar brengen van van alles en nog wat, maar om voor je zelf een nieuw en wijd perspectief te scheppen.'

Meer over