Analyse

Taliban en het Westen zoeken voorzichtig toenadering om humanitaire crisis te bedwingen

Noodgedwongen kruipen de Taliban en het Westen naar elkaar toe. Deze week praat een delegatie van de beweging in Oslo met officiële vertegenwoordigers van de VS, de Europese Unie en Europese regeringen. Het is voor het eerst dat in Europa met de nieuwe Afghaanse machthebbers wordt gesproken, en niet eerder was de agenda zo breed: de humanitaire crisis, vrouwenrechten en het vormen van een ‘inclusieve regering’.

Rob Vreeken
Een Talibandelegatie in een hotel in Oslo. Drie dagen lang praten de Taliban en  vertegenwoordigers van onder meer de VS, de EU en de Verenigde Naties in de Noorse hoofdstad.  Beeld AP
Een Talibandelegatie in een hotel in Oslo. Drie dagen lang praten de Taliban en vertegenwoordigers van onder meer de VS, de EU en de Verenigde Naties in de Noorse hoofdstad.Beeld AP

Dat Noorwegen de gastheer is van het driedaagse verblijf van de Taliban is niet zonder precedent. Diverse malen eerder was de Noorse regering bemiddelaar of facilitator in burgeroorlogen en internationale conflicten. Ook de akkoorden tussen Israël en de PLO in de jaren negentig werden in Oslo voorbereid.

Westerse zegslieden benadrukken dat de ontmoeting – in een hotel net buiten Oslo – niet betekent dat de Talibanregering wordt erkend of dat diplomatieke banden worden aangeknoopt. Omdat echter niet over zoiets als een alomvattend vredesakkoord wordt gesproken, maar over praktische zaken, ligt de lat niet heel hoog. Daarom kunnen al snel concrete afspraken worden gemaakt, zeker als het gaat om het lenigen van de noden van de Afghaanse bevolking.

De humanitaire crisis is immers zo groot, dat de internationale gemeenschap niet werkeloos kan toekijken en haast wel gedwongen is zaken te doen met de feitelijke gezagsdragers in Kabul. ‘We kunnen niet hulp blijven distribueren buiten de Taliban om’, zegt Kai Eide, voormalig VN-gezant in Afghanistan, tegen persbureau AFP. ‘We kunnen niet de Afghaanse bevolking collectief straffen’, zei VN-chef António Guterres vrijdag.

Humanitaire ramp

De tendens naar samenwerking met de de facto autoriteiten sluit aan op wat in het veld in Afghanistan al steeds meer praktijk is. Na de val van Kabul werden alle buitenlandse fondsen voor Afghanistan bevroren. Toen bleek dat daardoor de economie instortte en een humanitaire ramp zich aandiende, werd de lijn gekozen dat er wel hulpgeld naar het land kan, maar alleen via VN- en hulporganisaties, buiten de regering om.

In de praktijk blijkt dat niet zo eenvoudig. Zeker op lokaal niveau kunnen hulporganisaties er niet omheen met lokale overheden en provinciegouverneurs samen te werken. Zo heeft Acbar, de koepel van Afghaanse en buitenlandse hulporganisaties, sinds 8 november ‘rondetafels’ belegd met Talibanbestuurders in de provincies Herat, Nangarhar en Kunduz. Ook de VN zaten erbij.

Het verliep boven verwachting goed, zegt een betrokkene in Kabul. ‘Voordien spraken ngo’s elk voor zich met lokale commandanten, en kregen ze te horen: jullie moeten gewoon doen wat we zeggen’, zegt hij. ‘Nu hadden we al hun departementen uitgenodigd. Ze waren bereid te luisteren.’ Op diverse punten toonden de Taliban zich inschikkelijk.

Tekenend is ook dat de EU vrijdag bekendmaakte een ‘fysieke aanwezigheid’ in Kabul te vestigen. Het gaat niet om heropening van de EU-ambassade. Wel zal het gebouw een ‘minimale’ bezetting krijgen van stafleden van de EU-delegatie ‘om het leveren van hulp te faciliteren en de humanitaire situatie te monitoren’, aldus woordvoerder Peter Stano.

Woensdag had Talibanpremier Mullah Hasan Akhund een dringend beroep gedaan op de wereld zijn regering te erkennen. Hij deed dat nota bene op een bijeenkomst in Kabul over de economische problemen van het land, die werd bijgewoond door vertegenwoordigers van twintig landen en de VN.

Wraaknemingen

Bovendien is het gedrag van de Talibanregering tot nu niet zodanig, dat de buitenwereld om moreel-politieke redenen wel gedwongen is afstand te blijven houden van het nieuwe bewind. Ook vormt het Talibanregime geen gevaar voor andere landen.

De Talibandelegatie onderweg naar Oslo.  Beeld AFP
De Talibandelegatie onderweg naar Oslo.Beeld AFP

Hoewel er wraaknemingen en arrestaties zijn geweest, hebben de Taliban na hun machtsovername niet op grote schaal bijltjesdag gehouden. De leider van de Talibandelegatie in Oslo, minister van Buitenlandse Zaken Amir Khan Muttaqi, riep zondag alle gevluchte Afghanen op terug te keren naar hun land om mee te helpen met de wederopbouw.

Bijzonder is ook dat de Taliban zondag in de Noorse hoofdstad spraken met Afghanen in de diaspora: vrouwenactivisten, journalisten en mensenrechtenverdedigers. Voor een deel waren dat mensen die half augustus halsoverkop hun land waren ontvlucht.

Talibanwoordvoerder Zabihullah Mujahid zei vorige week tegen persbureau AP dat de regering hoopt alle meisjesscholen in het land eind maart te kunnen heropenen. Dat hangt vooral af van ‘capaciteit’. Aparte klaslokalen voor meisjes en jongens is niet genoeg, ze moeten in aparte gebouwen les krijgen. ‘Maar we zijn niet tegen onderwijs’, zei hij.

Meer over