Take the money and run

Op het IFFR is men alvast bezig met de cinema van 2015. Vier dagen lang ontmoeten filmers en producenten hier mogelijke financiers voor hun films.

DOOR BOR BEEKMANFOTO ADRIAAN VAN DER PLOEG

Klein en artistiek

De CineMart van het IFFR, een ontmoetingsplek voor filmers en filmfinanciers, richt zich voornamelijk op kleinere, meer artistieke producties. Tussen de voor deze editie geselecteerde projecten, vijfentwintig stuks, prijken veel nieuwkomers, maar ook gerenommeerde namen uit de festivalwereld. Naomi Kawase bijvoorbeeld, die in 2007 in Cannes de Grand Prix won met The Mourning Forest. Of Peter Webber, regisseur van Girl with a Pearl Earring (2003).

Zijn speelfilmdebuut wordt een soort Beasts of the Southern Wild meets Cidade de Deus meets Once Upon a Time in the West. En de partij aan tafel in het Rotterdamse festivalcentrum De Doelen, tegenover Vincent Moloi (36), snapt meteen wat de Afrikaanse filmer bedoelt. Dus iets met gangsters, kleurrijk gefilmd, hier en daar een panoramashot, substantiële dosis geweld, maar niettemin inspirerend en voorzien van een hoopvol eind?

Juist. En dat alles dan doorspekt met Afrikaanse dans - want dát is het unieke van Molois filmplan, dat deze week als één van de vijfentwintig geselecteerde projecten wordt aangeboden op de CineMart van het International Film Festival Rotterdam. Vier dagen lang ontmoeten filmers en producenten uit alle landen hier mogelijke partners voor hun internationale coproducties. Onder meer tijdens speeddates: miniontmoetingen aan tafels met nummers erop, stapels visitekaartjes binnen handbereik. Moloi kreeg al 10 duizend euro ontwikkelingsgeld van het aan het festival verbonden Hubert Bals Fonds en wordt bij het schrijven van zijn script geholpen door het Amsterdamse Binger-instituut. In 'Tjovitjo', de werktitel van het begin januari 2015 te filmen project, wil een als baby in de steek gelaten Afrikaan zijn ellendige jeugd wreken, met veel geweld. Maar eerst neemt de jongen deel aan een straatdansevenement.

'De stijl van jullie film is westers, maar nog wel met die Afrikaanse spiritualiteit', constateert een Franse vertegenwoordiger, die zojuist een eerste impressie mocht zien op de tablet van Molois producent. Makgana Mamabolo, warm aangekleed - jas, sjaal, Afrikaanse hoofddoek - staat de geïnteresseerden monter te woord. 'De dans heet Pantsula. Die oogt sexy en gewelddadig, maar is voor deze jongeren ook de enige manier om te communiceren.'

Moloi: 'Het is de dans van de underdog, van de arme Afrikanen En het is voor het eerst dat je deze dans in de bioscoop zult zien, ook voor Zuid-Afrika.'

De Fransman knikt. 'Ik ga zo even bellen met mijn baas. Die heeft gemengd bloed, dus ik weet zeker dat hij van deze film houdt.'

Vijf tafeltjes verderop is de Nederlandse regisseur Ties Schenk (39) druk met de uitleg van haar speelfilmdebuut Monk. Een dramatische komedie over een hypochondrisch jongetje en diens neurotische Nederlands-Spaanse familie, die gezamenlijk vanaf Nederland naar Spanje reist, waar een familielid op sterven ligt. 'Zeg Woody Allen meets Almodóvar meets Little Miss Sunshine.'

De Franse producent knikt: helder. Het plan voor de roadmovie Monk won eerder al twee pitchprijzen op het Nederlands Film Festival en heeft naast een Nederlandse ook een Belgische co-producent. Producent Marleen Slot (32), van Viking Film, is nu vooral op zoek naar wat geschikte Franse partijen. Zo-even schoof er ook een Spaanse producent van in de zeventig aan. 'Hij rook naar alcohol en had goede ideeën', zegt Roosmarijn Roos Rosa de Carvalho (25), de scenarist van Monk. 'Én tips hoe we de belasting konden tillen', zegt Schenk. 'De bandiet, noemen we hem. Ik was er wel van gecharmeerd.' De Spaanse producent sloot grote namen niet uit. Almodóvars artdirector? Penélope Cruz voor de moederrol? Dat viel te proberen. 'Volstrekt onrealistisch', zegt producent Slot. 'Hij weet dat we uitgaan van een budget van 1,2 miljoen euro.' Ze checkt sowieso alle referenties voor ze met een partij in zee gaat. 'Je gaat toch drie of vier jaar samenwerken.'

Eerder op de dag, bij de presentatie voor de internationale jury (die geldprijzen uitdeelt aan de twee meest veelbelovende projecten) omschreef Roos Rosa de Carvalho haar werkmethode als 'puke writing'. 'Eerst wekenlang verzamelen, tot mijn hele huis vol hangt met post-its, en dan kotsschrijven: in een keer alles eruit.' Ze benadrukt dat Monk geen autobiografische film is, maar wel is 'geïnspireerd op' ware gebeurtenissen. Een Franse vertegenwoordiger, een serieuze partij, schuift aan en zegt de film graag te willen toevoegen aan zijn catalogus. Slot, na afloop: 'Je moet niet té snel toezeggen. Straks in Berlijn kan er nog een grote vis voorbijkomen.'

De Rotterdamse CineMart was dertig jaar geleden de eerste in zijn soort: een speciale ontmoetingsplek op het festival voor filmer en financier. Zo werd ook het plan van Lars von Triers Breaking the Waves hier ooit gepresenteerd. Tegenwoordig kennen de meeste grote festivals soortgelijke initiatieven en worden internationale co-producties zelden nog op één plek geboren. Na een eerste flirt in Rotterdam kan een deal worden gesloten in Berlijn, of weer wat later in Cannes.

Stienette Bosklopper, onder meer producent van de films van Nanouk Leopold, schuift aan bij de Zuid-Afrikaanse tafel. 'Ín Nederland is het makkelijker geld te krijgen dan te besteden', waarschuwt ze. Dan: 'hoe moet ik de sociaal-politieke context zien? Is dit een controversiële film?'

Producent Mamabolo, na het gesprek: 'Het valt me op dat Nederlanders vooral over de creatieve aspecten praten. Duitsers zijn meer geïnteresseerd in schema's en geld.'

Regisseur Moloi ziet de financiering zonnig tegemoet. 'Ik ben onder een boom geboren, letterlijk onder een boom. Niemand geloofde in me. Mijn ouders geloofden niet eens in zichzelf: ik ben opgevoed door mijn oma. En nu sta ik hier, in Rotterdam. Ik maak mijn dansfilm. En die gaat iets veranderen in de wereld.'

undefined

Meer over