'Taiwan zal onder Chen nog even voortmodderen'

'Haast al mijn studenten lopen weg met Chen Shui-bian. Voor hen is hij de man van de onafhankelijkheid. Ze geloven niet dat de dreigementen van China tot een oorlog zullen leiden....

Sinds 1995 doceert de Nederlander Ruud Teeuwen Engels aan de Nationale Sun Yat-sen Universiteit in Kaohsiung, de grootste haven- en industriestad van Taiwan in het zuidwesten van het eiland. Een jonge advocaat, Chen Shui-bian, zag daar twintig jaar geleden het politieke licht toen hij de verdediger werd van activisten die hadden gedemonstreerd tegen de dictatuur van de Kwomintang.

Met Chens aantreden als president komt vandaag na 51 jaar aan dat bewind een eind. Voor het eerst in vijfduizend jaar Chinese geschiedenis neemt de oppositie op democratische manier de macht over. Dat is slecht nieuws voor de leiders in Peking. Het stijft hen slechts in hun vastbeslotenheid om hun regime niet te democratiseren, zoals hun oude vijand, de Kwomintang, wél heeft gedaan.

De Democratische Progressieve Partij van Chen Shui-bian bepleitte iets wat in Peking volstrekt onbespreekbaar is: de onafhankelijkheid van Taiwan. Dat heeft Chen en zijn vice-president, Annette Lu, hevig sabelgekletter opgeleverd en een tirade van scheldwoorden en dreigementen.

Als ze niet erkennen dat Taiwan deel is van het ene China, zo wordt hun dagelijks vanuit Peking verteld, roepen ze over het eiland oorlog en rampspoed af. Donderdag stond in de Chinese legerkrant onder dreigende foto's van militaire oefeningen het bijschrift: 'De onafhankelijkheid van Taiwan betekent oorlog. Afscheiding zal niet vreedzaam zijn.'

Hoe reageert Chen op die pressie? Teeuwen: 'Hij begon zijn campagne in naam van de onafhankelijkheid, maar hij nam steeds meer terug. Hij heeft het zelfs niet over de ''speciale relaties van staat tot staat'' waarmee de aftredende president Lee praktisch de onafhankelijkheid uitriep zonder dat woord te noemen. Door zo veel op te geven, lijkt Chen zijn onderhandelingspositie te hebben verzwakt nog voordat onderhandelingen zijn begonnen.'

Maar wat kon Chen anders dan zich uitputten in gebaren van verzoening? De Chinese militairen, die dankzij de spanning met Taiwan terug zijn op de politieke voorgrond, willen niets liever dan een provocatie. En de Verenigde Staten hebben Chen tot voorzichtigheid gemaand. Maar op het essentiële punt heeft hij niet toegegeven: over het één-China-beginsel wil hij best praten, maar het mag niet het uitgangspunt van onderhandelingen zijn zoals Peking eist.

Wíl Chen eigenlijk nog wel de onafhankelijkheid? 'Ik denk dat hij een tweede agenda heeft', zegt Teeuwen. 'Hij weet dat de hele wereld kijkt naar zijn houding tegenover China. Maar wat hem echt interesseert, zijn binnenlandse hervormingen: corruptiebestrijding, spreiding van de welvaart, aanpak van sociale problemen die vroeger in de familiekring werden opgelost, zoals de afwezigheid van pensioenen, ziekteverzekering en kinderbijslag. Ik denk dat hij de buitenlandse politiek aan anderen zal overlaten.'

Sinds Chiang Kai-shek in 1949 voor de communisten naar Taiwan vluchtte, is het eiland steeds verder van China afgedreven. Het op het Westen gerichte Taiwan werd rijk en democratisch en gaf de pretentie op dat zijn regering de enige wettige van heel China was. Maar het hield nog wel vast aan de theorie over het ene China. Daardoor konden zowel de leiders in Peking als de Taiwanezen van Chinese afkomst blijven dromen over hereniging.

De meeste Taiwanezen, zegt Teeuwen, willen voortzetting van de impasse: 'Als Taiwan bij China zou komen, zouden veel mensen ongelukkig worden, want die willen alleen hereniging met een democratisch China. Maar onafhankelijkheid zou weer anderen ongelukkig maken, die hun wortels in China hebben en niet willen dat die worden doorgesneden. En een onafhankelijk Taiwan zou een onbelangrijk eilandje worden waarop je niet trots kunt zijn.'

In dit officieel niet-bestaande land staat alles in het teken van de voorlopigheid, tot de ondeugdelijke huizenbouw toe.

En als China op een dag toch toeslaat? Ruud Teeuwen: 'Veel vermogende Taiwanezen laten hun kinderen in de Verenigde Staten studeren en hebben daar familie. Vaak hebben ze ook een Amerikaans paspoort. Zolang het goed gaat, blijven ze hier. Gaat het slecht, dan zijn ze zo weg.'

Meer over