Taiwan lijkt niet bang voor China

Vlaggen zwaaien, kelen schreeuwen, toeters tetteren. Hoe machtig de decibels ook zijn die vanaf het podium de ruimte worden ingeslingerd, de mensenmassa overstemt ze....

Van onze correspondent Jan van der Putten

Toch worden de verkiezingen van morgen beheerst door de spanningen met China. Peking stemt immers mee: het dreigt Taiwan binnen te vallen als het zich onafhankelijk wil verklaren of niet wil onderhandelen over eenwording. Dat premier Zhu Rongji gezegd heeft dat China bereid is tot bloedvergieten als Taiwan de verkeerde kandidaat kiest, bewijst hoe verhit en dominant het Chinese nationalisme is geworden.

De verkeerde kandidaat, dat is volgens Peking Chen Shui-bian van de oppositionele Democratische Progressieve Partij, die de onafhankelijkheid van Taiwan in haar dna heeft. Uitroeping van de onafhankelijkheid betekent oorlog. China dreigt er al jaren mee. Donderdag kreeg Peking van de Amerikaanse minister van Defensie het dringende verzoek de intimidatie te staken. Het antwoord was een nieuwe dreiging met geweld, niet binnen jaren of maanden, maar binnen een paar dagen.

Alle presidentskandidaten roepen dat Peking zich niet te bemoeien heeft met de verkiezingen. Dat neemt niet weg dat Chens rivalen graag munt slaan uit de angst voor een invasie. Chen, zeggen ze, is een gevaarlijk figuur. Als hij morgen gekozen wordt, kunnen de Taiwanezen overmorgen hun gevechtshelm opzetten. De regerende Kwomintang tracht de angst erin te houden met tv-spotjes van soldaten in ganzenpas en oude beelden waarop Chen 'leve de onafhankelijkheid' roept. Chen heeft beloofd dat hij als president niet de onafhankelijkheid zal uitroepen en er ook geen referendum over zal houden, tenzij een Chinese invasie voor de deur staat.

'In feite is Taiwan al een onafhankelijk, souverein land', zegt een hoge functionaris van Chens partij. 'Dat hoeven we ook niet nog eens in de grondwet te zetten. Je zet er ook niet in dat de zon vandaag opgaat.'

Taiwans minister van Buitenlandse Zaken denkt dat het Chinese dreigement een tegendraads effect heeft. Dat Peking in zijn 'witboek' van februari voor het eerst verwijst naar gelijkwaardigheid in toekomstige onderhandelingen, vindt de minister geen doorbraak: 'De geest van het witboek is anders. Peking ziet zichzelf nog altijd als het centrum van China, en Taiwan als provincie.'

Maar wat denken de Taiwanezen zelf? Volgens de laatste peiling wil slechts 2,5 procent onafhankelijkheid. Het andere uiterste standpunt, eenwording met China, heeft een nog kleinere aanhang: 1,5 procent. De grote middenmoot wil, voorlopig of voor altijd, handhaving van de status-quo, dus een onafhankelijkheid die officieel niet zo mag heten.

De publieke opinie dwingt de kandidaten tot een middenpositie. Allemaal zeggen ze eenwording na te streven, maar dan niet volgens de Chinese formule 'één land twee systemen', zelfs niet als Taiwan nog grotere autonomie zou krijgen dan Hongkong of Macau.

'De Chinese leiders kunnen beloven wat ze willen', zegt Su Chi, chef van het regeringsbureau voor Chinapolitiek, 'maar welke garantie is er dat ze zich eraan zullen houden? Ze kunnen niet eens zeker zijn van hun eigen politieke toekomst. Van onze kant leggen wij hun geen enkel model op. Het enige dat we vragen is dat ze een proces van democratisering beginnen. Hoe, dat is hun zaak.'

Wie de nieuwe president ook wordt, hij zal Su's uitleg onderschrijven: 'Wij zijn niet tegen de idee van het ene China, maar tegen de opvatting van de Volksrepubliek daarover. Het probleem China-Taiwan is geen scheidings- maar een huwelijkskwestie. Wij willen niet trouwen, omdat het Chinese systeem slecht is. Als China wil trouwen, zal het moeten veranderen.'

De belangrijkste kandidaten zijn vóór nieuwe onderhandelingen. De een wil een goo

Meer over