Tafelen

Desiderius Erasmus is de enige Nederlandse schrijver die je nog wel eens kunt aantreffen in Franse catalogi op het gebied van de culinaire geschiedenis....

Zijn ergste tafelervaringen heeft Erasmus vastgelegd in een satire die hij ruim twintig jaar na de maaltijd schreef. Het was bij de Venetiaanse drukkers Aldus Manutius en Andrea Torresani. Erasmus at er elke avond mee, toen in 1508 zijn 'Adagia' bij Manutius moest verschijnen. De wijn is zuur, de kaas hard als steen, het brood twee weken oud, en er zijn drie visjes voor acht personen. De soep is er 'net goed genoeg voor varkens'. De 'Adagia' bevat (toch) een lange loftuiting op Aldus, en wel naar aanleiding van zijn zinspreuk 'Festina lente', 'Haast u langzaam', die op de titelbladen van zijn uitgaven staat, samen met een vette dolfijn en een anker. Twintig jaar en meer moesten de lezers wachten op het tegenwicht van de dolfijn, de satire 'Armzalige rijkdom', waarin Aldus op dit hoofdgerecht trakteert: 'Schelpdiertjes die de schippers opdiepen aan de monding van het stadsriool'.

Ik las deze satire, 'Armzalige rijkdom', op een toepasselijke plaats: in 'Grandgousier', een tijdschrift voor gastronomie en geneeskunst. De advertenties daarin bieden een ruim assortiment tegen ontstekingen en constipatie, irritaties en gevoelens van opgeblazenheid.

Meer over