Taalles met baby en vink

In Leiden gaan Claartje Levelt en Carel ten Cate zebravinken en baby's tegelijkertijd een niet-bestaande taal leren. De nieuwe, vier jaar durende studie moet uitwijzen wat er zo uniek is aan de menselijke taalverwerving. 'Hoe lang gaan de baby's en de vogels gelijk op?'

Een vreemde combinatie van lettergrepen galmt uit een luidspreker in de kooi van zebravink Charlie: 'bi-ba-bi'. De vogel hipt naar de zijkant van zijn kooi in het Sylvius-laboratorium van de Universiteit Leiden. Met zijn snavel pikt hij op een rode knop, daarna kijkt hij verwachtingsvol naar een luikje waarachter voedsel zit. Maar het licht in zijn kooi floept uit en het luik blijft dicht.

De zebravink maakt een foutje, legt gedragsbioloog en onderzoeksleider Carel ten Cate uit. 'We leren hem om bij dit geluid juist niet op de knop te drukken. Daarom wordt het even donker in zijn kooi.'

Ten Cate is bezig met de voorbereidingen voor een experiment waarbij zebravinken specifieke klankcombinaties moeten herkennen om voedsel te bemachtigen. De grote vraag is of de vogels de geluiden op basis van de onderliggende structuur kunnen onderscheiden.

Bij het horen van klankenreeksen met een a-b-a-opbouw, zoals 'bi-ba-bi' en 'do-re-do', moeten de zebravinken bijvoorbeeld op een knop in hun kooi pikken. Bij lettergreepreeksen met een andere structuur juist niet. Alleen bij een goede reactie gaat het voedselluikje open.

De prestaties van de vogels worden vergeleken met die van kinderen. Een paar kilometer verderop voert taalwetenschapper Claartje Levelt in het Babylab van de Universiteit Leiden eenzelfde soort experiment uit, maar dan met zes tot negen maanden oude baby's. Ze zitten op schoot bij hun ouders en horen net als de vogels een klankenreeks, terwijl er aan hun linker- of rechterzijde een rood lampje gaat knipperen.

'Een van de eerste stappen die kinderen zetten bij taalverwerving is het herkennen van structuren in klankreeksen. Dat proces kun je in kaart brengen met dit experiment', zegt Levelt. 'We laten de baby's eerst wennen aan een klankenreeks. Daarna worden nieuwe klanken met dezelfde structuur gepresenteerd.

De baby's draaien hun hoofd naar het lampje waar het geluid vandaan komt. Maar als de onderliggende structuur hetzelfde blijft en alleen de klanken veranderen - van bijvoorbeeld bi-ba-bi in li-bo-li - zullen ze korter luisteren dan wanneer een totaal nieuwe opbouw wordt gepresenteerd. Ze herkennen de structuur dan. We zijn erg benieuw in hoeverre dit leerproces overeenkomt met dat van zebravinken.'

De nieuwe studie in Leiden moet een nieuw licht werpen op de menselijke taalverwerving. Nog nooit eerder werden dieren en mensen tijdens een taalonderzoek zo nauwkeurig vergeleken.

Dieren

Natuurlijk gaat het vermogen van kinderen om taal te leren verder dan dat van vogels. Maar de vraag is hoelang de baby's en zebravinken gelijk opgaan. Op welk punt in het taalverwervingsproces schakelen mensen hun voor taal geëvolueerde hersengebieden in en haken dieren af?

Dat lijkt een nogal abstracte vraag, maar de resultaten zouden op den duur kunnen doordringen tot schoolklassen en consultatiebureaus. Als vogels inderdaad in staat zijn om de structuren in klankenreeksen te herkennen, betekent dat waarschijnlijk dat mensen geen beroep hoeven te doen op hun gespecialiseerde hersengebieden voor taal in die eerste fase van taalverwerving.

'In dat geval zou je een kind met taalproblemen misschien op weg kunnen helpen met een methode die meer stoelt op zijn algemene leermechanismen', zegt Levelt. 'Een peuter die moeite heeft met de structuur van woorden zou je kunnen confronteren met kleurige blokjes in verschillende volgordes, zodat hij op die manier structuren leert herkennen die hij later bij het leren van taal kan gebruiken.'

Voorlopig kunnen die blokjes in de kast blijven. Uit eerder onderzoek blijkt dat dieren met hun primitievere hersenen vaak wel klanken of woorden kunnen leren, maar de structuur en samenhang juist niet begrijpen.

Zo maakte de Amerikaanse psychologe Irene Pepperberg aan de Universiteit van Harvard furore met een papegaai genaamd Alex, die zeshonderd voorwerpen en kleuren kon benoemen. Het dier slaagde er echter nooit in zelfstandig zinnen van meer dan een paar woorden te vormen. Ook leerden wetenschappers apen 'praten' - in gebarentaal.

Zo werd aan de Univeriteit van Stanford gorilla Koko getraind, die inmiddels honderden gebaren gebruikt voor het aanduiden van voorwerpen, voedsel en handelingen als spelen en geven. Maar ook Koko combineert die begrippen zeer moeizaam.

Volgens Levelt betekent dat niet dat het experiment met de zebravinken in Leiden tot mislukken gedoemd is. 'De nadruk bij eerdere dierexperimenten lag erg op het aanleren van woorden en begrippen, oftewel praktisch gebruik van taal. Ons experiment is specifiek gericht op het leren van structuur en samenhang.'

Volgens gedragsbioloog Ten Cate is die invalshoek ook logischer, omdat zangvogels in hun natuurlijke omgeving geen klanken met specifieke betekenissen gebruiken, maar wel op klankvolgordes moeten letten. 'Jonge vogels bootsen net als menselijke baby's korte klanken van hun ouders na', legt hij uit.

'Op die manier leren ze het gezang waarmee ze later een partner kunnen verleiden. Hoe gevarieerder hun liedjes en hoe ingewikkelder de structuur, des te groter de kans op een partner.'

Sabotage

Aantonen dat een zebravink een patroon van klanken kan doorgronden, doe je niet zomaar. De vogels handelen tijdens het experiment maar vanuit één doel: voedsel bemachtigen. 'Als ze op het juiste moment op de knop drukken, kan dat ook betekenen dat ze niet op structuur letten maar de losse klanken uit hun hoofd hebben geleerd om zo eten te krijgen', aldus Ten Cate.

'We moeten daarom tests doen met verschillende soorten klanken om te achterhalen wat de vogels precies leren. Hun prestaties worden ook vergeleken met computersimulaties, om vast te stellen of ze werkelijk taalregels afleiden uit wat ze horen.'

Er zijn altijd manieren om een experiment te saboteren, bewijst zebravink Charlie. Terwijl een student-assistent het voedsel bijvult, pikt de vogel snel wat zaadjes uit het luikje en verspreidt die over de vloer van zijn kooi. 'Dat moeten we meteen opruimen', zegt Ten Cate. 'Anders is hij niet meer gemotiveerd om naar de klanken te luisteren.'

Los van taal zijn vogels volgens de bioloog in zeker één opzicht vergelijkbaar met mensen: 'Ze zullen altijd de gemakkelijkste weg kiezen.'

Claartje Levelt, taalkundige (1965)

1984 PhD gedragsbiologie, Groningen.

1984 - 1986 Onderzoeker aan de Universiteit van Cambridge

1987-1992 Onderzoeker aan de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen

1992-heden Hoogleraar gedragsbiolologie, universiteit Leiden

2010-heden Wetenschappelijk directeur van het Instituut Biologie, Leiden

Carel ten Cate, gedragsbioloog (1953)

1994 PhD taalwetenschap Leiden.

1994 - 1995 Gastonderzoeker aan Rutgers University, New Jersey

2005-2006 Gastdocent taalwetenschap aan Brown University, Providence, Rhode Island.

2000-heden Universitair hoofddocent taalwetenschap, Leiden.

2007-heden Hoofdonderzoeker aan het Babylab van de universiteit Leiden.

undefined

Meer over