Taakstelling ondermijnt begroting

Het kabinet is van plan 630 miljoen te besparen op rijksambtenaren. Een mooi voornemen, zegt Barbara Baarsma. Maar ook onhaalbaar, als de overheid paternalistisch blijft optreden en blijft geloven in overleg....

Barbara Baarsma

Weer is de bezuiniging op het ambtenarenapparaat een belangrijke pijler onder de begroting. Op zich is daar veel voor te zeggen. Het is ook geen onhaalbare kaart, maar toch is de kans dat het geplande half miljard en meer inderdaad wordt gehaald klein, en het risico voor de begroting dus groot.

Ook in deze Miljoenennota is een taakstelling – een Haags woord voor bezuiniging – opgenomen om het ambtenarenapparaat bij ministeries en zbo’s in te krimpen. Ten tijde van Balkenende I was het de bedoeling om te snoeien in de overheidsuitgaven met betrekking tot het inhuren van externe adviseurs en het uitbesteden van diensten; ambtenaren moesten meer zelf doen. Dat is geen haalbare kaart gebleken. Sterker nog: deze uitgaven zijn sindsdien alleen maar gestegen. Sinds Balkenende II ligt de nadruk op het inkrimpen van het ambtenarenapparaat. We gaan met Balkenende IV nu de derde ronde in van de inkrimpingsoperatie met een ‘structurele vermindering’ met circa 13 duizend arbeidsjaren alsmede een efficiencytaakstelling.

Gaat het nu wel lukken? Ik vrees van niet. De recente historie is weinig veelbelovend. Uit cijfers die op ‘uitdrukkelijk verzoek’ van de Raad van Economisch Adviseurs begin dit jaar zijn verzameld, wordt duidelijk dat het personeelsbestand bij de centrale overheid (inclusief de zelfstandige bestuursorganen, de zbo’s) niet is gedaald, maar in 2001-2005 juist is gestegen met 7,7 procent. Uit het sociaal jaarverslag van het rijk blijkt dat in 2006 het aantal fte’s met 3,3 procent is gegroeid. Er zijn geen cijfers beschikbaar over de omvang van de zbo’s in 2006, maar gezien de trend dat steeds meer overheidstaken worden afgestoten naar zbo’s, zal sprake zijn van een voortzetting van de groei die we voor 2001-2005 zagen.

Maar ook een optimistische vooruitblik stuit op ten minste twee forse drempels op weg naar de taakstelling. De eerste drempel hangt samen met de neiging van de overheid om taken op te pakken die in principe prima aan de markt kunnen worden overgelaten, omdat er voor marktpartijen en burgers voldoende prikkels en mogelijkheden bestaan om de taken op te pakken. De reden dat de overheid deze taken toch uitvoert, is gebaseerd op politieke motieven: herverdeling en paternalisme (de overheid weet beter dan burgers en bedrijven wat goed voor ze is). Een paar voorbeelden: een door de overheid opgezet en gesubsidieerd voorlichtingsbureau voor sector X, een specifieke innovatiepot voor sector Y (terwijl er al vele algemene potten bestaan), en allerlei veiligheidseisen die zorgen dat burgers gepamperd door het leven kunnen gaan.

Natuurlijk staat het een democratisch gekozen regering vrij om op grond van welk politiek motief dan ook een taak op te pakken, maar door expliciet te maken dat er geen economische ratio achter het beleid zit, kan de omvang van het takenpakket gedisciplineerd worden. Transparantie van de besluitvorming is dus een eerste vereiste om de drempel op weg naar de taakstelling te slechten.

De tweede drempel is misschien nog hardnekkiger. Haagse departementen zijn het vleesgeworden poldermodel. Veel tijd verliezen ze met het onderhouden van het politieke proces. Zoals bijvoorbeeld het beantwoorden van Kamervragen, het voorbereiden van overleggen met de Kamer, het draagvlak zoeken voor beleid bij politici, ‘stakeholders’ en andere departementen en het ondersteunen en adviseren van de politieke top als die na een bericht in de media naar de Kamer wordt geroepen.

Het beschikbaar moeten zijn voor deze politieke procestaken legt een zwaar beslag op het ambtenarenapparaat. Bij politiek gevoelige dossiers kan dat tot wel 60 procent van de omvang van een afdeling oplopen. Hier hangt dus laaghangend fruit dat geplukt kan worden zonder dat de welvaart van burgers en bedrijven wordt aangetast.

Toch zal dat waarschijnlijk niet gebeuren. Het politieke proces dient het politieke bedrijf dat primair op stemmenwinst in plaats van welvaartswinst wordt afgerekend. Wederom geldt hier: door transparant te maken welk deel van de formatie samenhangt met deze politieke taken, kan de omvang van het takenpakket gedisciplineerd worden.

De taakstelling en efficiencykorting is een belangrijke basis onder de begroting; er wordt gerekend op een bezuiniging van 630 miljoen euro. Het betekent nogal wat als dit niet gehaald wordt. Er zijn hoge drempels op weg daarheen en het is niet duidelijk dat er genoeg politieke moed is om er overheen te komen.

Meer over