't Is onze zaak, vond de doofpotgeneraal

De 55 Dutchbatters die mogelijk iets wisten van een massamoord, waren niet bij de eerste ondervraging in Zagreb, vertelde commandant Bastiaans van de luchtmobiele brigade woensdag. Hij vraagt zich af of dit Couzy's opzet was...

Van onze verslaggevers Theo Koele en Stieven Ramdharie

Couzy, de generaal die minister Joris Voorhoeve dwars zat. Die, in de nasleep van het Srebrenica-drama in 1995, een ondeugdelijk 'debriefingsrapport' afleverde en vond dat niemand zich met zijn landmacht moest bemoeien. Zelfs het telefoonnummer van Dutchbat-commandant Karremans werd met veel pijn en moeite aan een topambtenaar verstrekt die zaken wilde ophelderen. Couzy als 'saboteur', die mogelijk zelfs informatie over oorlogsmisdaden verzweeg?

De laatste vraag is woensdag, halverwege de parlementaire enquête, opgeworpen door een ondergeschikte, generaal Gerard Bastiaans, destijds commandant van de luchtmobiele brigade. Hij moest in Zagreb de zojuist uit Srebrenica teruggekeerde Dutchbatters ondervragen. Onder hen waren níet de 55 militairen die eerder verjaagd waren door Bosnische Serviërs. De 55 hadden wel degelijk aanwijzingen voor executies van Moslim-vluchtelingen. Voor Bastiaans is het 'de grote vraag' of ze dat gemeld hebben aan Couzy, die afzonderlijk met militairen sprak. 'Hij had een eigen agenda.' Feit is dat Couzy in Zagreb betoogde dat er geen bewijzen waren voor moord op grote schaal.

De ondervraging van alle Dutchbatters volgde ruim een maand later. 'Couzy heeft er een stempel op gedrukt', zegt Jacques de Winter, ex-directeur Algemene Beleidszaken op Defensie, over het gewraakte debriefingsrapport. 'De minister moest zich er niet mee bemoeien. Er was een sfeer van: het is onze zaak.' Bert Kreemers, oud-plaatsvervangend directeur voorlichting: 'Er was een diep wantrouwen tussen de Centrale Organisatie (Voorhoeve en zijn staf, red.) en de landmacht. We werden niet volledig geïnformeerd.'

Maar liefst vijftig hiaten en tekortkomingen, ongunstig voor de landmacht, ontdekten ambtenaren in het rapport. Pijnlijke voorvallen lekten later uit. Gevolg: Voorhoeve dreigde af te treden, en de opheffing van het 'Srebrenica-bataljon' van de luchtmobiele brigade werd overwogen.

'Het rapport voldeed niet, politiek gevoelige zaken ontbraken', zegt De Winter. De landmacht was 'rechter in eigen zaak', meent Kreemers. En bovendien: 'Couzy wilde vertrouwelijkheid, het ministerie wilde openheid.'

Volgens Kreemers had de landmacht zélf besloten tot het vertrouwelijk verhoren van Dutchbatters. Die beslissing én de bar slechte verstandhouding tussen Couzy en Voorhoeve verklaren waarom de minister onvolledig werd geïnformeerd.

Secretaris-generaal Dick Barth vindt ook dat zaken onderbelicht werden in het debriefingsrapport. Maar bewust weggedrukt? Barth: 'Ik heb geen bewijs dat een dergelijke vreselijk zware beschuldiging gerechtvaardigd is.'

Meer over