Syrische oppositie islamiseert

SEKTARISME Onder de soennitische bevolking in Syrië heeft hoop plaatsgemaakt voor haat en angst. Extremisten spelen daar slim op in.

Het vredesplan van Kofi Annan zal naar alle waarschijnlijkheid weinig opleveren, behalve tijdwinst voor het Syrische regime om de oppositie en rebellen met veel geweld neer te slaan. Tot op heden is de gangbare gedachte onder de meeste analisten dat niets doen minder risico's met zich meebrengt dan ingrijpen. Als het gaat om de korte termijn, is deze analyse juist. Op de lange termijn brengt passiviteit echter aanzienlijke veiligheidsrisico's met zich mee.

Toen de opstand in Syrië net begon, rechtvaardigde Bashar al-Assad zijn hardhandige optreden tegen de betogers met het argument dat er 'gewapende elementen' tussen zaten. Hiervan was in werkelijkheid geen sprake. Het was het wrede optreden van Assad dat leidde tot het ontstaan van het gewapend verzet.

Toen dat eenmaal een feit was, nam het geweld aan overheidszijde explosief toe. Assad rechtvaardigde vervolgens zijn optreden met het argument dat zich onder de rebellen 'extremistische elementen' bevonden. Tot voor kort was er van dat laatste geen sprake, maar dat dreigt nu te veranderen.

Er is in Syrië een nieuwe ontwikkeling gaande. Het Syrische verzet, dat aanvankelijk nationalistische en liberale waarden aanhing, begint in rap tempo te 'islamiseren'. Het Vrije Syrische Leger (FSA) bestaat bijna geheel uit gedeserteerde soennitische soldaten. Hoewel het laatstgenoemde feit op zichzelf niet veel zegt over de aard van de organisatie, lijkt het erop dat het slechts een kwestie van tijd is voordat het Vrije Syrische Leger zal worden omgedoopt tot het 'Vrije Soennitische Leger' - wat betreft ideologie.

De eerste tekenen daarvan zijn nu al zichtbaar: brigaden binnen het FSA worden vernoemd naar historische islamitische veroveraars, en beelden van militaire operaties tegen het Syrische leger worden ondersteund door koranverzen, die sterk doen denken aan de conflicten in Irak en Algerije.

Een aantal dagen geleden organiseerden in Libanon verschillende salafisten en gelijkgezinden een demonstratie tegen het Syrische regime. De betoging werd geleid door de radicaal islamitische geestelijke Ahmad al-Assir en werd bijgewoond door radicale organisaties als Hizb ut-Tahrir (die in Duitsland overigens verboden is) en Al Jama'ah al Islamiyah. Aan het einde van de demonstratie sprak het hoofd van het FSA Riaad al-Asaad via een videoverbinding de menigte toe waarbij hij opriep tot meer politieke samenwerking met de aanwezige organisaties.

Er zijn een aantal factoren die hebben geleid tot deze zorgwekkende ontwikkeling. De belangrijkste oorzaak is wellicht dat de hoop onder de soennitische bevolking, die aanvankelijk bestond, inmiddels heeft plaatsgemaakt voor haat, wanhoop en angst. Haat jegens het regime en tussen bevolkingsgroepen is voornamelijk het gevolg van het feit dat Assad deze bewust heeft aangewakkerd. De sektarisering van het conflict heeft de religieuze identiteiten verder versterkt. Religieuze extremisten weten op deze ontwikkeling slim in te spelen.

Een andere oorzaak die de opkomst van het islamisme in Syrië verklaart, heeft te maken met de toenemende invloed van Saoedi-Arabië binnen de oppositie, en met name het FSA. Het streng islamitische Saoedi-Arabië is niet geïnteresseerd in het steunen van seculiere groepen. Doordat het FSA zich in een kwetsbare positie bevindt, gezien de militaire overmacht van Assads leger en de weigering van het Westen om wapens te leveren, ziet Saoedi-Arabië zijn kans schoon politieke invloed uit te oefenen binnen de organisatie. Saoedische wapenleveranties aan het FSA vinden plaats in ruil voor politieke en ideologische toezeggingen. Daarbij moet het FSA zich in toenemende mate kwalificeren als een soennitische organisatie.

De hoop onder de Syriërs op een betere toekomst had aanvankelijk een ontsmettende werking op religieus extremisme. Bij demonstraties tegen het regime waren in het begin dan ook geen zwarte vlaggen met koranverzen te vinden en de bovengenoemde islamistische organisaties waren in geen velden of wegen te bekennen. Nu Assad zijn greep op het land versterkt en externe hulp uitblijft, neemt de wanhoop onder de soennitische bevolking toe. Het zijn precies deze omstandigheden waaronder extremisten goed gedijen. Daarnaast zijn veel Syriërs momenteel voor hun bescherming tegen het regime volledig overgeleverd aan gewapende islamistische groeperingen, waardoor laatstgenoemden hun stempel kunnen drukken op de soennitische gemeenschap.

Het lijkt erop dat de opkomst van het islamitisch extremisme verder zal toenemen bij gebrek aan pers-pectief en alternatieven, met als gevolg dat Syrië een broeinest van religieus extremisme dreigt te worden. Men moet er op bedacht zijn hieruit geen verkeerde conclusies te trekken. Een gevaarlijke gedachtengang is dat het Syrische regime een waarborg vormt tegen het oprukkend extremisme en dat daarom het Westen en de stabiliteit in Syrië er meer baat bij hebben als Assad in het zadel blijft. Het aanblijven van Assad met impliciete goedkeuring van het Westen zal radicale elementen juist in de kaart spelen en hen sterken in hun opvatting dat er sprake is van een internationale samenzwering.

De effecten van de islamisering van de Syrische oppositie zullen op de korte termijn wellicht niet voelbaar zijn voor het Westen, maar op de lange termijn kan het uitgroeien tot een groot strategisch probleem. Het is dan ook een illusie om te denken dat westerse passiviteit inzake het Syrische conflict weinig tot geen risico's met zich meebrengt. Westerse politici moeten vooral goed begrijpen dat niets doen wel degelijk een optie is waaraan negatieve gevolgen verbonden zijn. Belangrijker nog, de gevolgen zullen niet beperkt blijven tot de Syrische landsgrenzen.

GHASSAN DAHHAN

is politicoloog.

undefined

Meer over