Sympathieke zedenschets van onvervalste typjes

Na tien keer opdrukken en andere rek- en strekoefeningen om strak in het vel te blijven, komt het hoge woord er uit....

Dat blijkt te veel gevraagd. Hij wil van alles doen. Haar kietelen, als een hond om haar heen dartelen, haar pesten door als een speenvarken te gillen, zijn spieren opzetten en zijn lul in de rondte zwaaien. Maar simpelweg 'ik hou van je' zeggen? Hij krijgt de woorden eenvoudigweg niet uit zijn strot. Als een hardnekkige stotteraar blijft hij al haken bij de eerste syllabe. Zijn gezicht vertrekt dramatisch in alle standen, hij slaat zich voor zijn kop. Het mag niet baten.

In dit tweede deel van The happiest day of my life heeft de jolijt van vrijblijvend dollen uit de eerste acte plaats gemaakt voor een bezonken, bij vlagen melancholieke stemming. Weg zijn de discodreunen waarop de vijf dansers - in hun rollen van macho's en lekkere meiden - te gek gingen. .

Nu had dat euforisch dollen waarop de Engelse choreograaf Lloyd Newson patent heeft en waarin vooral DV8-dansers Liam Steel en Robert Tannion uitblinken ook lang genoeg geduurd. Hoewel je niet snel uitgekeken raakt op hun beweeglijke en inventieve dansstijl waarbij de dansers even soepel ketsen, stuiteren, terugkaatsen als balletjes van een flipperkast.

Maar net als op een feestje of op de dag erna slaat ineens de lamlendigheid toe. Uitgezakt hangen de vijf voor de buis en reageren alleen mat op elkaar. Die sfeer van verveling wordt zo realistisch lang uitgesponnen dat die ook op het publiek dreigt over te slaan.

Die inzakker is na de pauze verholpen. Het decor heeft dan een volledige metamorfose ondergaan. Het toneelbeeld is van - prachtig - armetierig burgermansinterieur omgetoverd tot een waterpaleis. Wel staat het bankstel nog pontificaal op het droge, evenals de televisie. Maar rondom de vloer ligt een waterbassin. Dat water is uitsluitend via spiegels te zien, wat een mysterieus effect heeft.

In deze ambiance kom je kennelijk tot inkeer. Vandaar die vraag ineens: 'hou je van me' en het gepieker van de hoofdpersoon over waarom hij die niet kan beantwoorden. Schrijnend is dat, want minder moeite had hij met menig pornofilmpje. Dus duikt hij maar in het water en zwemt mechanisch rondjes. Ook daarbij hoef je niet na te denken.

In dit slot met z'n spectaculaire waterballet toont Newson magnifiek hoe mensen soms elkaar niet kunnen zeggen wat ze diep in ons hart wel voelen, of juist hoe hol we zijn. Hoe zeer we te kort schieten of emotioneel van elkaar afstaan. Als observator van het menselijke gedrag is Newson vooral geïnteresseerd in daar waar het wringt, evenals de Duitse Pina Bausch. Aan haar danstheater is dat van hem enigszins verwant. Waarin hij echter van haar afwijkt is dat hij een verhaallijn aanhoudt. Daarbij portretteert hij één groep mensen, en wel van die onvervalste Engelse volkstypes.

Sympathiek aan Newsons eigentijdse zedenschets is wel dat hij hen met scherpe blik maar zonder moralisme in het vizier neemt. Hij toont begrip voor hun levensstijl en dat geeft zijn werk iets warms. Bovendien lardeert hij zijn stukken, ook The happiest day in my life, met goede grappen, waardoor dit niet cynisch wordt. Alleen al het aandoenlijke spel van Steel maakt dat je hart eerder smelt dan verkilt.

Meer over