Sympathieke pronkzucht

Gilbert manifesteert zich in de Grote Zaal vooral als perfecte inzeper.

GUIDO VAN OORSCHOT

Als Cruijff en Mourinho niet willen, kun je altijd nog kiezen voor Danny Blind. Zo ongeveer liggen de verhoudingen bij het New York Philharmonic Orchestra, de Amerikaanse reus die Alan Gilbert aanstelde als chef-dirigent nadat de droomkandidaten Muti en Barenboim hadden bedankt voor de eer.

De bok waarop Gilbert zich in 2009 liet hijsen, stond maandag en dinsdag te glimmen op het podium van het Concertgebouw. Hij was meegesleept door een orkest dat op z'n Europese tournee niets aan het toeval overlaat. Met een gemiddelde van eens per vijf jaar willen de Amerikanen hier laten horen dat ze onverkort meedraaien in de mondiale orkestentop.

Of Gilberts aanstelling daarbij helpt, is nog maar de vraag. Toegegeven, op weg naar Amsterdam kon de geboren New Yorker het heuglijke nieuws incasseren van een Grammy Award voor zijn dvd met John Adams' opera Dr Atomic. Maar in de Grote Zaal manifesteerde hij zich vooral als een perfecte inzeper.

Dat dirigententype herken je aan de soepel gezwaaide overgang en het zorgvuldig afgewogen akkoord. Desgewenst kleurt hij handig bij met trombones, intussen ontsnapt een dwars lijntje in de altviolen niet aan zijn aandacht. Alleen: na het keurige repeteren klinkt er in de zaal zelden een meeslepend verhaal.

Gilberts linkerarm brengt dat manco in beeld. Trouw kopieert hij de rechter, hooguit onderbroken door het omslaan van een bladzijde in de partituur. Voor een 170-jarig orkest dat kan bogen op lucide chefs als Mahler, Mengelberg, Bernstein en Boulez, is dat wellicht aan de magere kant.

Met Gilberts bescheiden aanpak kon Frank Peter Zimmermann trouwens prima uit de voeten. In Beethovens Vioolconcert trok de solist het orkest als een mohair trui om zich heen: warm en toch licht. In zijn gretige musiceertrant hoefde hij zich niet te forceren, al had de transparantie ook een keerzijde: vooral in het openingsdeel viel Zimmermanns zoekende intonatie op. Wellicht raakte hij van slag door de wankelmoedige paukenist.

De eerste van hun twee Amsterdamse avonden spendeerden de New Yorkers verder aan sympathieke pronkzucht. Ze kanaliseerden de oerkracht van Stravinsky's Symfonie in drie delen met nagenoeg voorbeeldig groepswerk. Ravels Tweede suite uit 'Daphnis et Chloé' mondde uit in een kleurrijke show door excellente musici, voorop de eerste fluitist, die rond zijn solo een blozende perzikhuid spande.

Verbluffend, dat wel, maar bij gebrek aan een dwingende dirigentenhand bleven het pirouettes voor de spiegel. Als toegift kon España van Emmanuel Chabrier er toen nog wel bij. Vijf minuten leut met sombrero's en sangria, behendig geserveerd door Alan Gilbert.

Beethoven, Ravel en Stravinsky. New York Philharmonic Orchestra o.l.v. Alan Gilbert. M.m.v. Frank Peter Zimmermann (viool). Amsterdam, Concertgebouw, 13/2.

***

undefined

Meer over