Sylvia was jarig en kreeg één tompouce van de Hema

null Beeld Martijn Hol
Beeld Martijn Hol

Maandagochtend. Ik werd wakker van een kletterende regenvlaag tegen het slaapkamerraam, en ik bleek nog jarig ook. 52, een leeftijd waarop van onstuimige feestvreugde toch écht geen sprake meer is. Om opkomende, vage doodsangst te bezweren greep ik mijn telefoon. Turend door mijn leesbril zag ik ballonnen in mijn mailbox dansen. Van de Hema, zo bleek. 'Je bent jarig!' las ik. 'Daarom trakteren we jou als Hemaklant op een lekkere, verse, romige tompouce! Maak er een mooie dag van!' Daaronder: een virtuele bon voor één gratis tompouce. Een 'verse, romige' tompouce, dat wel; ik mocht eens denken dat ze me met een oudbakken, waterige tompouce zouden afschepen.

Huisgenoot P. gaf me een grote bos rode rozen. Terwijl ik ze in een vaas zette, keken mijn katten gefascineerd toe, de sloopzucht in hun scheve ogen. Vervolgens vertrok het hele gezin. Rechtdoor naar school en kantoor, tenminste, dat moet je dan maar hopen.

Peinzend stond ik even later koffie te zetten. 'Een mooie dag' had de Hema me gewenst. Ik zag voor me hoe ik door de stromende regen naar de Hema in de Kinkerstraat zou fietsen om bij de gebakafdeling één tompouce te bestellen. Bij de kassa zou ik dan, een beetje verlegen, die bon op mijn telefoon laten zien. Zou de caissière me feliciteren? Zou ze denken dat ik mijn verjaardag helemaal in mijn eentje ging vieren, met 52 kaarsjes op die ene tompouce? Daarna zou ze hem in een doosje doen. Hoewel, bestonden er doosjes voor één tompouce? Zo ja, wat een verdriet. Zo nee, moest ik hem dan ter plekke staand opeten, als een haring?

Mijn gepieker werd onderbroken door de bel. Het bleek de schoorsteenveger, die zonder veel plichtplegingen een borstel aan een lange stok mijn schoorsteen in joeg. Grinnikend herinnerde ik me een scabreus versje: 'Toen kwam ik bij een jong boerin/ En vloog meteen haar schoorsteen in/ Haar schoorsteen die was wel wat wijd/ Ik raakte haast mijn bezem kwijt.'

Maar zo'n type was deze schoorsteenveger niet. Hij inde zijn 35 euro, wees op de enorme bos rozen, sprak vol ontzag: 'Zó, dáár had effe iemand wat goed te maken!', en vertrok.

Achter me hoorde ik geritsel. Toen ik omkeek zag ik één van mijn katten met een roos in de bek rondparaderen, als een tangodansende gigolo of een guitig PvdA-lid tijdens een ledenwerfactie op de Albert Cuyp. 'Geef terug!', riep ik, maar het loeder blies naar me en rende naar boven, met mijn roos.

'Een mooie dag' moest ik er van maken. Ja, ze hebben makkelijk lullen, bij de Hema. Met hun éne tompouce.

Vers en romig. Dát wel.

Reageren? s.witteman@volkskrant.nl

Meer over