‘Surinaams heeft gewoon meer sjeu’

In de smeltkroes Amsterdam wordt met verbazing gereageerd op het plan van de minister op straat niet meer in je ‘moerstaal’ te spreken....

In tramlijn 3 van bestuurder Frits Adriaans scheldt de Marokkaanse zwerver in elk geval in perfect Nederlands. Met een licht Marokkaans accent. ‘Ja, ik heb jullie wel door, hoor’, galmt het ter hoogte van het Sarphatipark . ‘Jullie pakken jullie vrouwen niet goed aan. Echt niet.’

Twee Turkse meisjes grinniken verlegen en smoezen wat in het Turks, een Surinaamse dame groet een vriend in het ‘sranantongo’ en bij de uitgang dolt een moeder met haar kind. In het Marokkaans.

Lijn 3, die smeltkroes Amsterdam van oost naar west doorkruist, als voorbeeld van de multiculturele samenleving die volgens minister Verdonk van Integratie op de verkeerde koers is. We moeten met z’n allen gewoon Nederlands praten op straat, verkondigt de bewindsvrouw. Maar in lijn 3 zeggen ze maandag in koor: ‘Doe toch gewoon Verdonk!’

Surinamer Frits Adriaans (48) (‘Ze zal wel blij zijn met mijn Hollandse namen’): ‘Als ik in het Surinaams met een vriend praat, heeft dat gewoon meer “sjeu”. We moeten een middenweg bewandelen. Wat is er verkeerd aan dat mensen hun identiteit behouden?’

Had de VVD-minister twee uur lang meegereisd op lijn 3, dan had ze geweten dat haar idee eigenlijk onbegonnen werk is. Allochtonen zijn al decennia gewend hun ‘moerstaal’ te praten, onder elkaar, en slechts weinigen zijn ervan overtuigd dat het ten koste gaat van hun integratie.

Robby Venetiaan (45), neef van de Surinaamse president, weet niet hoeveel hij nog moet integreren na 22 jaar Nederland om geaccepteerd te worden door Verdonk. Hij praat perfect Nederlands, hij heeft een goede baan als sociaal-pedagogisch werker en op zijn werk communiceert hij in beschaafd Nederlands. Maar Venetiaan vertikt het op straat, in het bijzijn van zijn Surinaamse vrienden, het ‘sranantongo’ op te geven. ‘Absurd!’, zo noemt hij Verdonks plan voor een gedragscode, terwijl lijn 3 Amsterdams chique winkelstraten passeert. ‘Als je in het Surinaams met je vrienden praat, voel je je meer thuis. Inburgeren is vooral van elkaar leren. In Suriname heb ik een beetje Chinees geleerd, hier een beetje Marokkaans. Zo leer je elkaar meer te respecteren.’

Cobie (51), de Hollandse tramconductrice, erkent dat ze wel eens baalt als allochtone collega’s onderling in hun geboortetaal met elkaar praten. Maar om nu meteen grote groepen te gaan verplichten daarvan af te zien?

Hou toch op, zegt Cobie. ‘Ik zit al negen jaar op lijn 3, ik heb heel wat meegemaakt maar zo erg is het niet dat Turken Turks met elkaar praten. Zolang ze maar in de tram Nederlands met mij praten. Dit plan krijgt Verdonk nooit van de grond.’

Voor in lijn 3 schrijft Janine Berenstein (16) iets op de gymschoen van haar Hollandse vriendin. Berenstein, van Surinaamse komaf: ‘Ze is brutaal. Op school Nederlands praten? Oké, in de klas hoor ik Turken wel eens in het Turks praten. Dat vind ik onbeschoft. Je weet niet wat ze zeggen, misschien roddelen ze wel over je. Maar op straat is er niets op tegen. Ik praat met mijn vrienden “straattaal”. Wil ze dat nu verbieden?’

Na ruim een uur rijden op lijn 3, is welgeteld een inzittende te vinden die achter Verdonk staat. Josephine (68) krijgt het gevoel dat het Nederlands een uitstervende taal is. ‘Ik heb niets tegen een gemêleerde samenleving’, zegt ze. ‘Maar als je ervoor kiest in Nederland te wonen, kies je ook voor het Nederlands. Als we dit vanaf het begin duidelijk hadden gemaakt, hadden we deze discussie niet hoeven voeren.’

In de namiddag, verwelkomt conducteur Ronnie Rensch (50) in perfect Nederlands zijn passagiers. Over Verdonk geen kwaad woord. Rensch: ‘In dit land, met zo veel nationaliteiten, moeten we elkaar goed kunnen verstaan. Dat kan toch alleen in het Nederlands?’

Meer over