Superstar in ruste

Hij slijt z'n dagen in Manhattan met lezen, tv kijken en tekenen. John Lennon (60) treedt niet graag in de openbaarheid....

GROTE starende katten met lichtgevende ogen houden de wacht voor de deur, zeg maar poort, van appartement #72. Een sculptuur van Yoko Ono. Geen bel, kloppen dus. Meer stilte. Beetje spooky. Dit is per slot van rekening ook de thuisbasis van Rosemary's Baby. 72: hemels getal, vindt Lennon, want 7 plus 2 is 9, en op de negende dag in oktober is hij geboren. Hij zweert bij Cheiro's Book of Numbers. West 72nd Street in New York, ook dat nog. Vandaar dat hij hier al 27 jaar woont. 27! Ook negen.

Nu ja, waar denk je zoal aan als je op de zevende verdieping van het Dakota-gebouw wacht op John Lennon - voorbeeld voor Beck, Jeff Lynne (E.L.O.), natuurlijk Noel Gallagher van Oasis en wie niet. Ze wilden John in de Blue Note-club fêteren op een groots feest ter ere van zijn zestigste verjaardag. Maar nee. 'Doe maar niet', mailde hij Noel terug. 'Ik heb al wat die avond.'

Eén ding had hij zijn vrienden al eerder beloofd: rond zijn verjaardag zou zijn langverwachte autobiografie af zijn. In Who Can Work It Out, die morgen verschijnt, bekrachtigt en ontkracht Lennon verhaal na verhaal: ja, hij heeft de herenliefde 'geëxploreerd' in Torremolinos, en nee, hij heeft zijn kinderen niet geschopt.

Nog een keer kloppen, iets harder.

'One second!'

Icoon van de twintigste eeuw, dat weet hij zelf ook. Tegen wil en dank inmiddels, dat wel, zo schrijft hij. Maar het wordt steeds makkelijker: na een decennium low profile kan hij nu meestal ongestoord de straat op. Hij wandelt wat in Central Park, drinkt een kopje thee in The Plaza, of iets sterkers bij Warner LeRoy, eigenaar van de Tavern on the Green, op steenworp afstand.

'Kom binnen.'

De deur is al open. Lennon in witte badjas, zijn grijzende natte haren nog niet gekamd, zijn Calvin Klein-bril wat beslagen, zijn wangen lijken iets ingevallen. 'Hi. John. Sorry. Ik was de tijd vergeten. Ik breng je even naar de White Room.'

Zijn stem is een beetje rauw. 'Stop nou met roken', hadden zijn dokters al in de jaren zeventig gezegd. 'Je stem gaat eraan.' Geprobeerd en nog een keer geprobeerd, maar niet gelukt. En van brandy houdt hij ook nog steeds.

Een Magritte in de hal. En Andy Warhols portretten van Lennon. 'Toch maar hier gehangen', verontschuldigt Lennon zich. 'Ik kan niet de hele dag naar mezelf kijken.'

De Witte Kamer, een van de zeven vertrekken, is niet meer zo wit als ie was toen Yoko hier nog woonde. Lennon heeft de Wurlitzer-jukebox uit de Black Room gehaald, en de witte piano, waarop hij Imagine componeerde, is verdwenen. 'Weggegeven. Dat voelde als een opluchting. George Michael kan er nu meer mee dan ik. Ben zo terug. Enjoy the view.'

De sliert lantaarnpalen van de Central Park West Drive, aan de overkant in de verte Fifth Avenue, een muur van licht die tegen het donkere park leunt. En rechts de wolkenkrabbers van midtown Manhattan.

En naast het raam een tekening van Diana, naakt geportretteerd voor ditzelfde raam, met dezelfde simpele lijnen als van zijn jarenzestig-tekeningen voor zijn zoon Julian en zijn kinderboeken eind jaren tachtig. Gesigneerd: 'J.W.L. 1997'. 'Dat was voor de grap', zegt John, binnengeslopen in zijn eeuwige shabby colbert met streepdas, zijn bril poetsend. Zonder bril oogt hij ouder. 'Ze was hier toen ze haar jurken bij Christie's liet veilen, en kwam even langs om te zeggen dat ze mijn tentoonstelling in het MoMA zo mooi vond. Ik had haar ooit beloofd dat ik een portret van haar zou maken. In een dronken bui riep ik zoiets van: dan wil ik je dus zónder jurk tekenen. En ze zei: ''Oké, nu meteen?'' Ze heeft het eindresultaat nooit gezien. Fantastische vrouw, Yoko vond haar maar zo-zo.

'Elton heeft me gevraagd mee te doen met Candle in the Wind. Hij is al dertig jaar een van mijn beste vrienden, maar dat ging me wat te ver: voor de koningin-moeder spelen.'

Hij steekt een Gitane op, speelt met de gebruikte lucifer tussen zijn vingers. 'Ik zet geen voet meer op Engelse bodem, ook niet voor Di. Ik geloof dat ze me nog steeds kunnen vastzetten voor wat ik heb gezegd over de IRA. En dat ik ooit geld heb gegeven aan Sinn Fein. Those fuckin' English. . . Well. . . Koffie! Laten we in de keuken gaan zitten.'

De keuken is zijn domein. Hier eet hij zijn scrambled eggs en prepareert hij regelmatig een uitgebreid diner voor wie van zijn vrienden ook maar langskomt. Hier ook luistert hij naar Ravi Shankar en Radiohead. De grote witte tafel ligt bezaaid met kranten en tijdschriften: The Village Voice, The New York Post, en The National Enquirer, voor de roddels. 'Heerlijk, al die troep. Yoko kon er altijd heel boos om worden. Ik niet. Laatst hadden ze mij ook weer een keer gevonden - foto van mij en May, hand in hand aan de East River. Blij dat ze me af en toe nog belangrijk vinden.'

Tv in de hoek op het aanrecht ('Billy Graham en Jerry Springer, veel meer heb ik niet nodig'). En in een hoek, gelukkig, je zoekt er automatisch naar: een gitaar.

Lennon speelt alleen nog voor zichzelf. Heeft na het album Double Fantasy (1980) en de single After Monday (1981) geen plaat meer opgenomen, de live-registratie van de Beatles-reünie bij de Berlijnse Muur in 1989 niet meegeteld. Zijn laatste optreden is nu ruim twee jaar geleden, op de bruiloft en tachtigste verjaardag van Nelson Mandela in Johannesburg ('Ik had het gevoel dat ik die man nog iets was verschuldigd').

Daarna was het over. 'Ik kon niet meer. Ben decennia geleefd door de hele wereld. En door bijna iedereen om me heen. Ik geniet nu méér van muziek maken. Het is eindelijk weer iets van mezelf.'

Al direct na 8 december 1980, na de aanslag die hij ternauwernood overleefde - morgen precies twintig jaar geleden - is de knop omgegaan. 'Daar lag ik dan, in het Roosevelt Hospital. Als Chapman die vijf kogels iets naar rechts had gemikt, was ik hartstikke dood geweest - tóch iets gemeenschappelijks met Reagan. Dan was ik de geschiedenis ingegaan als moderne messias of zo. Die man van de vrede, die man van die hotelkamer in Amsterdam. Julian en Sean kunnen er nú pas om lachen: ''Love and peace, my ass. Pa gaf liefde aan de wereld, niet aan ons.'' Mijn God, dacht ik, wat ben ik aan het doen? Nowhere Man, dat was ík. . .

'Suiker?'

En zo duwde een zieke fan Yoko Ono en John Lennon definitief uiteen. Verder uiteen. 'Het was al meer en meer een verstandshuwelijk geworden. Vroeger kon ik niet zonder haar, als een leerling die niet zonder zijn meester kan. Ze was de moeder die ik nooit had gehad. Ik besefte dat het te veel energie kostte, ik had al jaren mijn heil gezocht in coke en marihuana.

'Het ging vaak ook enkel om háár carrière, háár ideeën. En ik werd ook nog eens chagrijnig van al dat macrobiotisch eten. We zijn nog een jaar of vier bij elkaar gebleven, maar dat was enkel voor Sean. Het is beter zo. Nu ze weg is, kan ik meer van haar houden. Ik geloof ook wel dat ze gelukkig is met Sam. En ik ben nu een opgewekte vrijgezel, min of meer.'

Dé vraag dan, het moet: heeft Yoko de Beatles uit elkaar gedreven? 'Ze weerde mensen die onze relatie in gevaar brachten.' Een 'ja' dus. . .? 'Ach, als we getrouwd waren gebleven, was die reünie er nooit gekomen, laat ik het zo dan maar zeggen.'

Nóg een reünie is uitgesloten, zo hebben ook Paul McCartney, George Harrison en Ringo Starr meermalen laten weten. 'Je hebt toch steeds weer van die mensen die denken met ons miljarden guldens te kunnen ophalen om de honger de wereld uit te helpen, of de mensheid eeuwige vrede te kunnen bieden. Maar die bastards, sorry, van die tv-stations en platenmaatschappijen bellen me niet om de wereld te redden: het gaat om dat mooie baantje van ze. Daar laat ik me niet meer voor gebruiken, dat is me al te vaak overkomen.

'In '79 heb ik ook al nee gezegd: toen werd me min of meer verweten dat ik duizenden bootvluchtelingen de dood in heb gejaagd. Eén keer heb ik me laten verleiden, that's it. Bij Live Aid was ik er nog lang niet aan toe, en bij Kosovo heb ik weer even getwijfeld, maar nee, het is gewoon voorbij.'

John Lennon heeft nu zijn tv, zijn kranten, gaat elke zondag naar de kerk, belt en adviseert zijn zonen Julian (37) en Sean (25) om de dag, kan nu onbezorgd afspreken met May Pang, zijn vroegere secretaresse en maîtresse, en drinkt met vriend Elliott Mintz zijn cappuccino's in Café La Fortuna, op 71st Street. Alwaar ze ook samen de aandelenkoersen doornemen ('hij is er handiger in, vooral op internet, maar I'm catching up').

Geen working class hero - ook die tijd is voorbij.

'Ik ben helemaal geen politiek dier', zegt Lennon. 'Vroeger was ik van slag als Nixon werd herkozen, nu zou ik er alleen nog maar om kunnen lachen. En Bush nummer 1 heb ik doorstaan, dan moet nummer 2 ook wel lukken.

'Ik ben een trouwe toeschouwer; ik volg alles, maar doe niet meer mee. Jammer dat de Lewinsky-affaire is afgelopen, daar heb ik geen woord van gemist. Clinton: ''Ik kan het me niet precies meer herinneren.'' Keer op keer. Prachtig toch? Waarom heb ik die zin zelf niet vaker gebruikt? Wat mij betreft mag hij Giuliani opvolgen. Bill for mayor. Dan kom ik helemaal niet meer weg bij de tv.'

De Bang & Olufson in de keuken is zijn venster op de wereld. Het leven is een show, 24 uur per dag. 'Vooral in New York. Dit is toch mijn thuis, for better or worse. Dat kon mijn zus Julia ook nooit geloven. De FBI deed er alles aan om me het land uit te zetten, en ik wilde pertinent blijven. Waarom in godsnaam?

'Als we 2000 jaar geleden hadden geleefd, hadden we allemaal in Rome willen wonen. New York is het Rome van nu. Ik hou van New Yorkers omdat ze geen tijd hebben voor de aardigheden van het leven. Zo was ik ook. Ze stellen zich agressief op, ze willen geen tijd verkwisten. Ik heb me hier altijd goed gevoeld - Upper West, in het St. Regis Hotel, Bank Street in de Village, het maakt niet uit.

'Ik kan hier niemand zijn en iedereen. Soms wil nog weleens iemand op straat direct auditie doen, een beetje gênant, maar voor de meesten ben ik geen superstar meer. En, het belangrijkste, de taxichauffeurs hebben me altijd als een local behandeld.'

Klap op de keukentafel, de ijzeren asbak vol Gitane-resten trilt. 'Weet je, we gaan een ritje maken! Ik zie New York het liefst vanuit een taxi.'

Jas aan, niet met de lift maar over de trappen naar beneden ('anders beweeg ik me helemaal niet meer'), kort babbeltje bij de portier beneden, en hup de taxi in. 'Net zestig geworden, en het lukt me nog altijd ze meteen te laten stoppen. In L.A. niet, daar raak ik sowieso de weg kwijt.'

'Excuse me, sir', zegt de chauffeur na zo'n drie kwartier willekeurig rondrijden, zich half omdraaiend. 'Bent u niet John Lennon?'

Even stil.

'Nee', antwoordt John. 'Was het maar zo. Ik wou dat ik zijn geld had.'

Hij grinnikt en duikt dieper in zijn jas - 'heerlijk'. In de taxi kijkt hij uit het raam, leest hij een krantje, of schetst hij wat ideetjes voor een tekening. Washington Square glijdt voorbij, een van zijn favoriete pleinen, en Sutton Place op 52nd Street. 'Hier heb ik in '74 nog met May gewoond. We hebben er een vliegende schotel gezien, echt waar. Niks gedronken of gerookt. Het ding verdween na twintig minuten achter het gebouw van de VN. Wait for me! Wait for me!, riep ik nog. Ik maak geen grapje hoor.'

In de taxi is hij een 'tevreden mens'. Hij knijpt zijn ogen halfdicht en beeldt zich in dat hij de stad laat zien aan zijn vader Alfred, of aan zijn vrienden Stuart Sutcliffe en Brian Epstein. Of aan Zappa, dat lijkt hem ook wel wat.

Allemaal dood. Hij leeft voort, zonder Linda, mét Paul. Life is very short and there's no time/ for fussing and fighting my friend.

De taxi stopt, bij het Dakota-gebouw zullen onze wegen zich scheiden. 'De dood is slechts een droom', zegt Lennon, met één been al buiten de taxi. Hij kijkt op zijn horloge. 'Zeven over elf. Mooie tijd. 11.07. Dat is bij elkaar 9. Halleluja.'

Hij draait zich weg. En neemt de trap naar boven.

Meer over