Superbelasting op bankiersbonussen is pervers populisme

‘Een charmant idee’, vond bondskanselier Angela Merkel. ‘Een interessante gedachte waar we verder over moeten praten’, aldus premier Jan Peter Balkenende....

Frank Kalshoven

De twee reageerden op een gecoördineerde actie van de Britse premier Gordon Brown en de Franse president Nicolas Sarkozy om een eenmalige belasting te heffen op bankiersbonussen in 2009. En de vraag is natuurlijk: is dit echt een goed idee? En de vervolgvraag – omdat het antwoord op de eerste evident ontkennend luidt – is het probleem dat wordt aangepakt wel relevant?

Brown en Sarkozy kondigden hun ‘superbelasting’ deze week aan in een ingezonden stuk in The Wall Street Journal (WSJ), de Amerikaanse zakenkrant. Ze schrijven dat ze een eenmalige superheffing wenselijk vinden ‘omdat bonussen over 2009 gedeeltelijk het gevolg zijn van staatssteun voor de bankensector’.

De Britten kondigden als eersten een concrete maatregel aan. Banken die medewerkers bonussen geven tot 25 duizend pond (28 duizend euro), hoeven geen superbelasting te betalen. Maar over de totale pot aan bonussen die een bank boven dat bedrag uitkeert, moet 50 procent worden afgerekend bij Alistair Darling, de Britse minister van Financiën. Bankiers betalen daarbovenop uiteraard nog inkomstenbelasting. De superbelasting wordt geheven tot 1 april 2010.

Nu worden in de Londense City jaarlijks voor miljarden ponden aan bonussen uitgekeerd, en die zijn bepaald ongelijk verdeeld. Nochtans zei Darling te verwachten dat de opbrengst van de heffing de 600 miljoen euro niet te boven zou gaan – wat me nog aan de ruime kant lijkt bovendien.

Hoe kan je 50 procent belasting heffen over miljarden ponden en zo weinig binnenkrijgen? Darling weet, evengoed als Brown en Sarkozy, dat de superbelasting makkelijk te ontwijken is. Bijvoorbeeld: door in plaats van een bonus een – tijdelijke – loonsverhoging af te spreken. Of: uitkering van de bonus te verplaatsen naar 2 april. Juist bankiers zijn zeer creatief in het verzinnen van manieren om de belasting te ontwijken, en als ze het zelf niet kunnen dan de belendende advocatenkantoren in de City wel.

De superheffing is dus een maatregel waarvan op voorhand duidelijk is dat niet wordt bereikt wat politici ermee (zeggen te) willen bereiken. Het is, kortom, symboolpolitiek. Nee, erger: het is perverse symboolpolitiek. Het perverse schuilt hierin: door de kiezers (die boos zijn op bankiers) voor te houden dat zij bonussen keihard aanpakken, en dat evident na te laten, wakkeren ze gevoelens van onvrede bij de bevolking slechts verder aan.

Brown en Sarkozy, Merkel en Balkenende, zeggen het een (‘bonussen slecht’) en doen het ander (‘bonussen niet effectief belasten’). Voor serieuze politici zijn er slechts twee opties: bonussen zijn slecht en we doen er effectief iets tegen, of: bonussen zijn minder erg dan u denkt, lieve kiezer, dus we doen er ook niets tegen.

In tegenstelling tot hun oplossing, is het probleem dat Brown en Sarkozy in hun WSJ-artikel adresseren zeer de moeite waard. De twee Europese leiders constateren dat de financiële sector een nieuw ‘sociaal contract’ zal moeten afsluiten met de samenleving(en) waarin zij opereren.

Het kan in de toekomst niet zo zijn, zegt het duo, dat in goede tijden de winst voor de banksector is, en in slechte tijden het verlies voor de belastingbetaler. Het kan niet zo zijn dat in goede tijden het profijt alleen naar de bank en de bankiers gaat en dat de lokale schatkist aan het kortste eind trekt, omdat zogenaamd belasting wordt afgedragen in belastingparadijzen. En het kan niet zo zijn dat in normale tijden klanten in het pak worden genaaid ten gunste van de winst van de bank.

Banken, kortom, zijn hun ‘license to operate’ kwijt, net zoals Shell die, lang geleden, kwijtraakte na het afzinken van het olieplatform de Brent Spar.

Matiging van de beloning van bankiers maakt ongetwijfeld deel uit van het nieuwe sociale contract dat banken moeten sluiten. Maar dat is makkelijker gezegd dan echt uitgevoerd.

In Groot-Brittannië speelt dezer dagen een verhaal rond Royal Bank of Scotland, de bank die zich onder meer in een hap ABN Amro verslikte. De bank is nu voor 80 procent in handen van de Britse staat, die het bestuur opdroeg op te houden met het uitkeren van bonussen. Het bestuur zei vervolgens: leg dat op, dan zijn wij weg, want zonder bonussen lopen alle competente bankiers weg en gaat de bank kopje-onder.

De arbeidsmarkt voor bankiers, wil hiermee maar gezegd zijn, is voor bankbestuurders net zo’n hard gegeven als de noodzaak om een ‘license to operate’ te hebben van de lokale samenleving. Net zoals de kapitaalmarkt trouwens.

De ‘superbelasting’, zoveel is intussen zeker, helpt alleen om de bevolking verder op te zwepen tegen bankiers. Het helpt de schatkist niet, het helpt banken die willen veranderen niet, het is armetierige politiek.

Reageren? frank@argumentenfabriek.nl

Meer over