Suiker van de vijfde Eva

'In den beginne schiep ik de aarde en het was fantastisch.' De stem van God klinkt over het toneel van theater Lantaren/Venster in Rotterdam....

Een van de Eva's, gespeeld door Liz Chute, zit niet helemaal gemakkelijk. Ze voelt iets in de bank. Het blijkt een menselijke rib te zijn. Ze trekt het bot uit de bank. De onschuld is voorbij. Er komen jurkjes uit de hemel zakken. De vijf Eva's gaan verder met de dingen van het dagelijks leven. De een maakt kleding en is huiselijk, een tweede tuiniert, de volgende is een zweverige New Age-figuur, een vierde Eva filosofeert.

Liz Chute, de vijfde Eva, blijft bezig met botten. Ze heeft een karretje met stukken suikergoed en ander materiaal. Met een gasbrander smelt ze suiker en vormt van suikerribben een skelet. Ook beschildert ze appeltjes, en terwijl ze zo aan het knutselen is, knabbelt ze het suikergoed op. Niet alleen de appeltjes, zelfs het hele skelet. Zij is nog het meest als Eva uit de bijbel. Die at zoetigheid (een appel) en haalde zich erfzonde en sterfelijkheid op de hals. Liz Chute eet appels van suiker en vergiftigt zichzelf bijna door de hoeveelheden.

Aan het einde van het stuk loopt Liz weg met haar karretje en zegt: 'Nou, ik heb mijn eigen carrière.' Dat is ook zo. Ze is niet in eerste instantie een actrice. Met Rien van der Waa maakt ze eetbare kunst onder de naam Cookery Club.

De Cookery Club haalde met Koninginnedag de buitenlandse pers toen het duo lolly's produceerde in de vorm van het hoofd van prins Willem-Alexander. Oranje-snoepje unerwünscht, schreef de Müncher Merkur. Op de das van de kroonprins stond namelijk: lik aan Willem-Alexander voor hij op de postzegel staat. Het schoot de RVD in het verkeerde keelgat. De dienst schreef de lollymakers: 'Wij achten het gebruik van een afbeelding van een lid van het koninklijk huis voor een lolly, waaraan men likt en die gaandeweg van vorm zal veranderen een niet passend gebruik van deze afbeelding, en daarmee als een inbreuk op het persoonlijkheidsrecht.'

De mobiele drilpuddingen die het duo voor het eerst presenteerde in Gallerie MaMa in Rotterdam vallen bij iedereen in de smaak. Liz praat er met liefde over: 'Ze zijn zo snel en zo lenig en kunnen echt wel tegen een stootje.' De puddingen worden draadloos bestuurd maar Liz praat tegen ze alsof ze oortjes hebben. Laatst liet ze er een meedansen met een vrouw die op de muziek was gaan bewegen: 'Ze dacht dat het ding leefde.'

Soms neemt de Cookery Club risico's. In discotheek Act In Night Town in Rotterdam hielden de twee vorige maand een strooppannenkoeken- en marshmallow-jamboree. Scouts are cool stond er op de pannenkoeken, en Baden Powell lives. Niet iedereen begreep dat er sprake van satire was. Toen Rien en Liz op muziek uit een doosje naar de discotheek marcheerden, werden zij bijna in elkaar geslagen door een groepje allochtonen dat dacht met echte fascisten van doen te hebben.

Zoetigheid staat vaak centraal. Momenteel legt de Cookery Club zich toe op organen van suikergoed, in het verlengde van de botten van Eva. Daartoe zijn Liz en Rien in de leer gegaan bij Ab Guizzoni, een Italiaanse meester in het vak, woonachtig in Leiden. Hij maakt hele kooien met vogels van getrokken suiker, aquaria met tropische vissen en natuurechte lelies. Guizzoni wint internationale prijzen met zijn vaardigheden, maar is toch eerder een Zuid-Europese ambachtsman dan een kunstenaar van het noorden.

Van Guizzoni leerden ze suikerblazen. Net als bij glasblazen is het vervaardigen van een perfecte suikerballon de basis van vele andere vormen. Liz en Rien laten zien hoe het moet. Eerst koken zij een siroop van 1 kilo witte kristalsuiker, 400 centiliter water en 200 centiliter glucose (vloeibaar uit een potje).

Als de suiker is opgelost en de siroop een temperatuur van 105 graden Celsius heeft bereikt, kan hij van het vuur. De siroop is houdbaar en kan de basis zijn van veel soorten snoep. De glucose dient om te voorkomen dat de siroop weer tot suiker kristalliseert. Suiker is de puurste chemische stof die als voedsel in de handel is. Andere suikers, als glucose of honing, verontreinigen de stof en voorkomen zo de vorming van kandijklonten. De fructose en het zuur in fruitsap kunnen dezelfde functie vervullen. Fruit voegt bovendien smaak en kleur toe, al kunnen die voordelen verloren gaan bij hogere temperaturen.

De siroop wordt opgewarmd tot 140 graden. Dan gaan er een paar druppeltjes wijnsteenzuur bij en eventueel smaak- en kleurstoffen. Vervolgens moet de siroop een hitte bereiken van precies 160 graden. Let goed op de thermometer. Hoe heter, hoe harder de suiker wordt, maar hij kan ook te broos worden om te bewerken, of verkleuren en verbranden.

Rien toont de ouderwetse methode en doopt zijn vinger in het borrelende goedje. Snel blust hij in koud water. Een hard, glasachtig laagje heeft zich over het topje gevormd. De siroop is klaar, maar Rien heeft een blaar.

De vloeistof wordt uitgegoten op een kunststof matje dat hitte kan verdragen en niet plakt. De traditionele ondergrond is een marmeren plaat die licht is ingevet. Zelfs door de kleinste hoeveelheid vet wordt de suiker namelijk minder hard.

De steeds dikkere stroop moet tot een heldere bal worden gekneed als hij nog gloeiend heet is. Liz en Rien kneden die tot een bakje dat ze dichtknijpen rond een koperen buisje. Met een balgje pompen ze er lucht in, maar dat kan ook met de mond. Snel vormen zich glasheldere ballonnen.

Met hun handen boetseren ze er longen van. De longen worden bij elkaar gevoegd en zien er meteen levensecht uit.

'Het is moeilijk perfecte ballonnen te maken', zegt Rien. Meester Guizzoni zag niets in mislukte ballen, maar Rien herkende er onmiddellijk menselijke organen in. Zijn beide ouders zijn arts, vandaar dat hij een medische kijk op de wereld heeft. Hij loopt met vier donorcodicillen rond en geeft regelmatig bloed. Hij gebruikt injectienaalden om drank toe te voegen aan taart.

Ook Liz zag heil in organen van suikergoed, maar heeft vooral iets met suiker: 'Als kind was ik al dol op zoetigheid.' Ze is Canadese van geboorte, heeft een Nederlandse moeder en is opgegroeid in Saudi-Arabië. We maakten alles thuis zegt ze: brood, bier, wijn. Omdat handel in alcohol daar verboden is, moest haar vader wodka, cognac en likeur zelf stoken. Er waren altijd grote hoeveelheden suiker in huis, want hij gaf veel feesten.

Liz eet de stukjes snoepgoed die op tafel zijn gevallen. Een nieuwe pan siroop wordt gekookt en op dezelfde manier verwerkt tot een ronde bal, maar deze wordt niet opgeblazen. Liz en Rien trekken hem uit en vouwen hem een aantal malen op. Het deeg wordt wit als melk, glanst vervolgens als zijde en fonkelt ten slotte als parelmoer. Dit is getrokken suiker. Hier kneden ze ballen van en blazen die op. Behendig vormen zij een anatomisch hart (leuk voor Valentijnsdag), een maagje met slokdarm en dunne darm, en een baarmoeder. Stukken van aders en andere aanhangsels lassen zij erop met behulp van de gasbrander.

Dan worden de organen beschilderd in gele, roze, rode en bruine tinten, maar de parelmoerglans komt er doorheen en geeft de organen iets vochtigs. Echt vocht is slecht voor suikergoed. Het smelt al door damp in de lucht. Suikergoed is geen lang leven beschoren. Toch besteedt de Cookery Club aandacht aan elk detail.

Sommige kunstenaars werken in glas en verkopen hun werk duur, want er is maar één exemplaar van elk object. The Cookery Club werkt in suiker, dat knarst tussen de tanden of smelt. Vergankelijke kunst maar ook kunst over vergankelijkheid. 'Toch', zegt Liz, terwijl ze haar tanden laat zien, 'heb ik geen enkel gaatje.'

Meer over