Succes, geen haast

Hij loopt steeds tegen jonge talentvolle regisseurs aan, Lennert Hillige: 24 jaar, succesvol cameraman. Zo succesvol dat zijn werk twee jaar op rij voor het festival in Cannes is geselecteerd....

Door Jan Pieter Ekker

Vierentwintig is hij, en pas twee jaar afgestudeerd als cameraman, maar het cv van Lennert Hillege is nu al imposant. De films die hij draaide op statief en met staedycam - de wereld door de ogen van een meisje, en als een duel in een western, met extreme close-ups - wonnen talrijke prijzen en bezorgden hem twee jaar op rij een ticket naar Cannes, het meest prestigieuze filmfestival ter wereld. Over zijn aandeel is Hillege terughoudend. 'Ik weet niet of ik een eigen stijl heb. Dat is ook niet mijn ideaal, want het betekent dat je steeds weer hetzelfde moet doen.'

Hij was veertien toen Karst van der Meulen hem uit meer dan zevenduizend kinderen koos voor de hoofdrol in de jeugdserie De legende van de Bokkerijders. Op de set wist Hillege direct dat hij cameraman wilde worden; hij was niet bij de camera weg te slaan. Na de havo meldde hij zich aan voor de Filmacademie in Amsterdam, waar hij volgens verwachting werd afgewezen. 'Ik was nog heel jong, had nauwelijks werk om te laten zien en geen ervaring. Maar ik dacht: dan kennen ze me alvast.'

Hillege hielp mee aan verschillende academieproducties, werkte als lichtassistent, schonk koffie in op de set van In voor en tegenspoed, en werd een jaar later wél aangenomen. Hij studeerde af met drie films, waaronder Chalk van Diederik van Rooijen en De laatste dag van Alfred Maassen, geregisseerd door David Lammers.

'Met David en Diederik klikt het persoonlijk én op de set. Dan is het niet erg als ik eens iets over het spel zeg, of als de regisseur zich met de camerainstelling bemoeit of meldt dat het licht niet mooi is.'

Voorbeelden heeft hij niet. Nooit gehad ook. In Nederland vindt hij Joost van Gelder goed, de cameraman van Wilde Mossels en Met grote blijdschap. 'Die doet niet alleen mooie dingen omdat het mooi is maar omdat het werkt.'

Met Lammers sprak hij van tevoren vooral over de sfeer van Alfred Maassen, die vol alledaagse gebeurtenissen uit het leven van een Alfred Maassen zit. Alfred gaat vreemd, maakt ruzie met zijn vriendin, gaat bij zijn ouders eten en met de bus terug naar huis. 'Op papier is het niet veel. De meeste scènes zijn, al proberend en improviserend, op locatie totstandgekomen.'

Vlak na zijn afstuderen - De laatste dag van Alfred Maassen moest nog aan zijn zegetocht beginnen; op school vonden ze hem maar zozo - werd Hillege gebeld door Esther Rots. Of hij het camerawerk voor Speel met me wilde doen, een korte film waarin een jonge vrouw zich op een zomerdag verliest in associaties. 'Esther is nog veel abstracter dan David. Bij haar krijg je weer heel andere dingen om over na te denken. Hoe film je een muur? Of de structuur van hout, of rimpelloos water?'

Door maar veel te doen, wordt zijn kennis steeds groter en worden zijn problemen op de set steeds kleiner. 'Je moet in zoveel mogelijk situaties terechtkomen.Want tijdens die vier jaar op de Filmacademie maak je maar heel weinig draaiuren.'

Wat hij ook maakte, trok de aandacht. De korte film 10 Seconden, die hij opnam voor St. Joost-student Harry Verbeek, werd op het Nederlands Film Festival 2001 bekroond. Alfred Maassen kreeg het Gouden Kalf voor beste korte film. In 2002 draaide Hillege het fraaie Vara single-play Oud & Nieuw met David Lammers en toneelgroep Dood Paard, Babyphoned voor Diederik van Rooijen, en de Lolamoviola Langs de grote weg, een coproductie van Lammers en toneelgezelschap 't Barre Land.

Als klap op de vuurpijl werden twee van zijn films geselecteerd voor Cannes: Alfred Maassen in de categorie aanstormend talent, Speel met me voor de korte filmcompetitie. Dit jaar volgde een nieuwe uitnodiging. Ik ontspruit van Esther Rots, over een vrouw die teruggaat naar het huis waar ze geboren en getogen is, dingt mee naar een Gouden Palm in de categorie korte film.

Hillege, die vorig jaar met vijf man in een oude barrel in één ruk van Amsterdam naar de Franse badplaats reed, wil vooral genieten van alle aandacht. 'Feestjes aflopen en het circus bekijken.' Of hij er veel aan overhoudt, waagt hij te betwijfelen. 'Ik ben niet zo goed in netwerken. Ik houd er ook niet van om met mijn showreel bij bedrijven langs te gaan. Kijk eens hoe goed ik ben. Dat is niks voor mij.'

Als het met het camerawerk niet vlot, kan hij altijd nog lichtassistentie doen bij commercials. 'Dat is snel werk. En het verdient goed. Een dag of twee lichtassistentie levert meer op dan al mijn films bij elkaar. Het is bovendien een goede leerschool. Bij commercials wordt op iedere seconde gekeken, op de Filmacademie maakt het niet uit of je het opnameschema haalt.'

In zijn vak is hij vooralsnog afhankelijk van anderen, beseft Hillege. 'Voor een jonge cameraman is het niet eenvoudig om zelf een film te initiëren. En ik kan me goed voorstellen dat een producent een cameraman van 24 een risico vindt. Het is veiliger een jonge regisseur met wilde ideeën met een ervaren cameraman te laten werken dan andersom. Dat is niet erg, ik heb geen haast. Het gaat goed; als ik maar voldoende Esthers, Davids en Diederiks blijf tegenkomen.'

Meer over