Subsidie op film?

De filmindustrie is bang voor bezuinigingen, net nu (met subsidie) veel kijkers worden getrokken. Producent Julius Ponten boekte succes met de lowbudget film Rabat. Dus het kan wel. Toch, Julius Ponten?

KARIN AALBERTS

Filmproducent Julius Ponten denkt dat de Nederlandse film niet kan overleven zonder steun van de staat. Slimme regelingen als de Belgische fiscale vrijstelling voor films zijn echter welkom. Zo worden filmmakers minder direct afhankelijk van de overheid.

In eigen onderzoek noemt de Nederlandse filmindustrie zich 'succesvol en economisch waardevol is'. Toch maakt de filmwereld zich zorgen over de bezuinigingen die onder andere het Nederlandse Filmfonds en de Publieke Omroep zullen treffen in 2013. Waarom?

Het is naïef om te denken dat je in Nederland, of zelfs Europa, een film kunt maken zonder hulp van de overheid. Met Rabat is dat wel gelukt. Maar dat was eerder een uitzondering, dan de regel. Het is een voorbeeld van hoe je een droom kunt realiseren, niet van hoe een film geproduceerd zou moeten worden. We hebben geluk gehad dat veel mensen voor weinig geld mee wilden werken en dat we genoeg privé-investeerders hadden. Onze volgende speelfilm is wel weer deels gefinancierd door subsidies. We kunnen niet altijd voor niets films maken.

De filmwereld pleit voor een beleid met maatregelen om investeringen aan te trekken, net zoals ze dat bijvoorbeeld in België hebben.

Als je aan de ene kant bezuinigt, moet je er aan de andere kant voor zorgen dat er alternatieve mogelijkheden zijn. Dat producenten nu afhankelijk zijn van staatsgeld, of dat nou van het Filmfonds of van de omroepen komt, maakt je kwetsbaar. Het is net alsof je als reclamebureau maar één grote opdrachtgever hebt. Dus er moeten andere manieren komen. De overheid moet constructies faciliteren om andere geldstromen op te wekken. De taxshelter (fiscale maatregel die er voor zorgt dat investeerders belastingvrij kunnen bijdragen, red.) in België doet het goed. Het moet makkelijker zijn om andere investeerders aan te spreken. Daardoor ontstaat meer continuïteit. Meer visie, meer zekerheid.

Moet de overheid altijd blijven betalen?

Ja. In welke vorm dan ook. Al is het om de grote immateriële en culturele waarde van de film te waarborgen.

undefined

Meer over