Stuur liever de luchtmacht naar Bosnië

De gijzeling en beschieting van Nederlandse militairen illustreren opnieuw de onmogelijke positie van de VN-troepen in Bosnië. Meer en meer worden zij speelbal van beide partijen....

ONDERHAND is wel duidelijk dat de strijdende partijen in Bosnië niet de voorwaarden willen scheppen die de VN-troepen in staat stellen hun mandaat uit te voeren. De reactie van Frankrijk, Groot-Brittannië en Nederland dan maar luchtmobiele eenheden te zenden om de humanitaire missie van de blauwhelmen te beschermen, is gedoemd te mislukken. De geschiedenis van de afgedwongen humanitaire hulpverlening in Somalië toont aan dat zulke konvooien een militair doelwit worden, en dat VN-soldaten, inclusief de peacekeepers, als combattanten worden behandeld.

Zodra de VN overgaan tot gebruik van geweld om hun doel te bereiken, leidt dit tot betrokkenheid bij de oorlog. De internationale gemeenschap is het in ieder geval over één ding eens: een oorlog in Bosnië waarbij de VN een strijdende partij zijn, is niet te winnen. Men bereikt hoogstens een patstelling, zoals in Korea, waarbij geen der partijen de politieke situatie zoals die na de vijandelijkheden is ontstaan accepteert. De VN worden dan gedwongen permanent een grote troepenmacht te handhaven.

Toch is de aanwezigheid van de VN gewenst, om een aantal voor de hand liggende redenen. De meest dwingende reden is de dreiging van hernieuwde genocide-praktijken van met name de Bosnische Serviërs, in de vorm van 'etnische zuiveringen'. Een tweede reden is de humanitaire hulpverlening.

Een belangrijke, secundaire reden is de geloofwaardigheid van de VN. Een onvoorwaardelijke terugtrekking zou een precedent scheppen voor toekomstige VN-operaties bij conflicten in andere delen van de wereld. Ook zou het daardoor in de toekomst moeilijker worden om troepencontingenten van lidstaten los te krijgen.

De gijzeling van de blauwhelmen bij Sarajevo en nu in Srebrenica, heeft definitief de aard en de mogelijkheden bepaald van de militaire betrokkenheid van de VN in Bosnië. De strijdende partijen moet het instrument worden ontnomen waarmee de VN kan worden gechanteerd. Dit houdt in: een terugtrekking van de blauwhelmen.

Echter, het zou politieke zelfmoord zijn wanneer wij onze handen aftrekken van onze humanitaire opdracht. Dit houdt in dat de 'veilige gebieden' niet kunnen worden opgeheven. Daar er geen bereidheid bestaat de moslim-enclaves met gevechtstroepen te beschermen, is een militair alternatief nodig.

De keuze van dat alternatief wordt bepaald door het feit dat de VN geen oorlog hoeven te winnen. Op de grond hoeven dus geen soldaten aanwezig te zijn. Wel moet alle strijdende partijen duidelijk worden gemaakt dat elke aanval op een enclave, of elke langdurige beschieting van burgerdoelen, wordt beantwoord met de inzet van het enige wapen waar zij geen adequaat militair en politiek antwoord op hebben: de luchtmacht.

Een logisch element van deze strategie is dat niet wordt geaccepteerd dat de veilige gebieden een vrijplaats worden om oorlogshandelingen voor te bereiden (zoals stationering van zware wapens). Dit, en niet meer - maar ook absoluut niet minder. Met het inzetten van de westerse luchtmachten zou de VN zijn grootste militaire troef uitspelen.

Als een van de strijdende partijen de door de VN opgelegde regels van het oorlogsrecht overtreedt, zou moeten worden overgegaan tot een vergeldingsaanval vanuit de lucht. In eerste instantie valt hierbij te denken aan militaire doelwitten zoals munitie-opslagplaatsen, tanks, artillerie, vliegvelden, et cetera.

Daarnaast zou in het uiterste geval ook moeten worden overwogen om politiek-militaire leiders op de lijst van doelwitten te zetten. Dit om de persoonlijke verantwoordelijkheid van bepaalde leiders te onderstrepen. Hieraan kleven weliswaar een aantal volkenrechtelijke bezwaren, maar geheel zonder precedent is een dergelijke benadering niet. Men denke aan het Amerikaanse bombardement op Tripoli met de bedoeling de Libische leider Khadaffi uit te schakelen.

Deze actie kon als een vergeldingsaanval worden gezien, dat wil zeggen als een volkenrechtelijk niet toegestane daad. Toch werd deze als legaal beschouwd omdat het een antwoord was op een volkenrechtelijk onwettige daad, namelijk terrorisme.

Het grootste voordeel van het op deze wijze afdwingen van 'spelregels' is dat de ingezette middelen overeenkomen met de kosten- en de risico's die de internationale gemeenschap bereid is te accepteren. Met het luchtwapen kan snel, accuraat en met grote vernietigingskracht worden opgetreden. De risico's daarentegen zijn relatief gering: per actie zijn een relatief klein aantal vliegtuigen nodig die veel minder kwetsbaar zijn dan grondtroepen.

Bovendien beschikt het Westen over een technologisch overwicht die het gevaar van luchtafweerraketten minimaliseren. De kans dat aan VN-zijde mensenlevens verloren gaan, wordt op deze wijze beperkt tot het uiterste.

UITERAARD kan men op deze manier niet de structurele misdaden tegen de burgerbevolking voorkomen. Tijdens gewapende conflicten in het algemeen, en Balkanoorlogen in het bijzonder, is het onderscheid tussen combattanten en non-combattanten diffuser dan de westerse militaire doctrines en het internationale humanitaire- en oorlogsrecht voorschrijven. Het mandaat van Unprofor is dan ook niet geformuleerd om er een 'schone' oorlog van te maken. Doel was de meest flagrante schendingen van het internationale humanitaire recht te voorkomen.

Wanneer je tegen een vijand moet optreden die meent te vechten voor niets minder dan overleving, en wanneer deze dus ook niet van plan is zich aan de internationaal afgesproken regels te houden, kun je hem alleen verslaan door zijn methoden over te nemen. Strijd leveren tegen de Bosnische Serviërs (of tegen de Kroaten en Moslims) is daarom geen optie voor de VN. Wel is het mogelijk een eenduidige opdracht met een ruim mandaat te formuleren en dat uit te voeren, met een minimum aan slachtoffers en met behoud van politieke geloofwaardigheid.

Natuurlijk bestaat de kans dat zo'n plan wordt getroffen door een Russisch veto in de VN-Veiligheidsraad. Daarvoor zijn weinig argumenten. De voorgestelde maatregelen zijn niet uitsluitend gericht tegen de Bosnische Serviërs, aan de Moslims wordt geen voordelige positie gegund, en uiteindelijk zal de inzet van de luchtmacht afhankelijk zijn van de daden van de strijdende partijen zelf, die in eenduidige termen te verstaan wordt gegeven welke oorlogshandelingen niet door de beugel kunnen.

Volgens het hier geschetste scenario kan de internationale gemeenschap, anders dan nu het geval is, optreden onder de voorwaarden en met de middelen die het zèlf kiest. Het morele verlies is dan al verdisconteerd.

P. Makken is dienstplichtig reserve-officier bij de luchtmachtstaf, afdeling integraal beleid en plannen.

P. Davids is onderzoeker bij de Sectie Internationale en Milieu Veiligheid van de Rijksuniversiteit Groningen.

Meer over