Stukjes en beetjes tastbare werkelijkheid

Harry Potter is binnengedrongen in het collectieve geheugen. Hij is gearriveerd, voorgoed. Hij heeft zich genesteld in de 'literaire' wereld die van King Arthur tot Roald Dahl reikt, en hij heeft over de kaart van Engeland de plattegrond van zijn magie gelegd, in de locaties van zijn film....

door Nicoline Baartman

De metten meemaken in de kathedraal van Gloucester, dat leek mooi, for a start. De week beginnen met een kerkgang, om half negen, niet al te vroeg: eerst de bekoring van de kraakheldere najaarskou, de doelbewuste gang door een vreemde provinciestad die tot leven komt, van Southgate Street linksaf door Westgate Street, langs de McDonald's waar de stoep nastoomt van een hogedrukspuit, de meeste winkels nog gesloten, een vuilniskar in de goot, voorbijgangers die stevig doorstappen, op weg naar hun werk, de adem zichtbaar in de lucht.

Naar de kerk dus, via het steegje met new-age-winkel Pilgrims en het minimuseum voor Beatrix Potter. Een beetje mijmeren, anoniem tussen de toegestroomde gelovigen, bij wijze van eerste kennismaking met die entourage van verheven bouwkunde en eeuwenlange worship. Langzaam acclimatiseren en dan op verkenning, was het idee. Want een kinderboek en daar weer de film van, dat leek een al te profane aanleiding om aan te kloppen bij de pastorie.

Welcome staat er, en een verzoek tot stilte, er zijn prayers aan de gang. Op de tenen dan, naar binnen, overwhelmed worden, maar ook: ben ik hier wel goed? Want wat je aantreft aan ruimte, licht, het is kolossaal, maar een mensenschare is er niet, nergens ook klinkt geschuifel of een zweem van geruis dat een religieus samenzijn moet inluiden of aankondigen, terwijl de weekagenda, buiten ten alle tijde te raadplegen, toch echt gewag maakt van matins om half negen.

Doorlopen maar, bij het middenkoor een paar treden omhoog, 'ns kijken, en jawel, helemaal achterin, in een piepklein kapelletje, eiland van kaal-moderne ascese, daar is iets loos.

Zés mensen - oké, zeven - zijn er bijeen voor het ochtendgebed, onder wie drie geestelijken; de flamboyantste, grote gestalte met enkellange duffelse cape, groet stijfjes met een knik. Wie hier vreemd is, wordt zonder twijfel opgemerkt.

Rondom zitten we, in kleine kring.

De vrouwelijke geestelijke gaat voor in blinkend Engels met een meesterlijke dictie: achter elke zin een generale adempauze, die in navolging van haar ook door ons bijna perfect in acht wordt genomen; de inzetten wonderbaarlijk gelijk. Een spreekkoor van vrome eloquentie, mede dankzij m'n buurman, een zestiger, die gedienstig de weg wijst in het gebedenboek en meteen, zodra de laatste amen heeft weerklonken, vraagt waar ik vandaan kom.

Haastig

'Dean!', roept hij naar priester nummer 3, die zich haastig uit de voeten wil maken. 'Dean! We hebben bezoek uit het buitenland.'

Dat de dean niet onbeleefd wil zijn, dat zie je zo, maar veel zin en tijd heeft hij ook niet. Hij informeert kort naar het welbevinden van de reiziger en vraagt dan: 'En wat is uw volgende reisbestemming?'

'Lacock', luidt het antwoord, een beetje bedeesd.

Zegt de dean onmiddellijk: 'Dan komt u zeker voor Harry Potter.'

En weg is hij.

Het is ietwat overdreven te stellen dat er een pad loopt dwars door Engeland, zeg maar een route die Gloucester verbindt met Oxford, Londen, Lacock, Alnwick, door de BTA (British Tourist Authority) in het landschap uitgebikt, met dank aan Warner Bros. en J.K. Rowling, voor liefhebbers van Harry Potter. Je zou zelfs kunnen denken aan een duidelijk herkenbare wegbewijzering in rood-geel, de kleur van Gryffindor (Harry's schoolafdeling), of aan rituele stempelplaatsen en 'geautoriseerde' trefpunten, maar die zijn er allemaal niet. Zoals het net zo onzinnig is te doen alsof er nu drommen toeristen door Groot-Brittannië zwermen langs die fictieve route, die de locaties van de film The Philosopher's Stone aaneenrijgt, hoe graag de Britse toeristenorganisatie dat ook wil.

'Ontdek de magie van Groot-Brittannië' luidt de ondertitel van de Harry Potter-kaart van Engeland, die de BTA met toestemming van Warner Bros. in verschillende talen uitgeeft. Behalve concrete filmlocaties zijn er 'attracties' in opgenomen die appelleren aan het algemene Harry Potter-gevoel, dus magische en mythische plekken, uilen- en roofvogelcentra, en stoomtreintrajecten.

Maar ook weer niet alle filmlocaties staan erop. Bracknell ontbreekt (ten westen van Londen), waar in een heel gewone woonwijk het huis van de familie Dursley, op 4 Privet Drive in Little Whinging, te vinden is; pottenkijkers zijn er niet gewenst. Maar ook het Australia House in Londen, de Australische ambassade, dat model stond voor de Gringotts-bank, ontbreekt. Daar heeft men Warner plechtig laten beloven niets te ondernemen waardoor de gewone gang van zaken wordt belemmerd; rondleidingen rond het gebouw zijn al weggebonjourd.

Van een massatrek is geen sprake, nog niet. Toch zijn er wel tekenen: dat er deze dagen meer mensen onderweg zijn in de countryside, om iets aan te raken en op te snuiven van de cultuur die Harry Potter heeft voortgebracht en die nu, in de film van de Amerikaanse regisseur Chris Columbus (bekend van Home Alone), diezelfde Harry Potter weer vorm en substantie, sfeer en een uiterlijk, geeft.

'Middeleeuwse gotische architectuur in al z'n pracht', was wat de film nodig had. 'Geen Victoriaanse namaak', aldus Engelsman Stuart Craig, production designer van Harry Potter and the Philosopher's Stone (of Sorcerer's Stone, zoals boek en film in Amerika heten) in filmblad Premiere. Hogwarts School of Witchcraft and Wizardry - Zweinstein - is immers al zo'n duizend jaar oud.

Dus verzamelden Craig en zijn team - hij won Oscars voor zijn bemoeienis met Gandhi en The English Patient - stukjes en beetjes tastbare werkelijkheid, er werd op schitterende locaties gefilmd; Alnwick Castle in het Noorden leverde vooral het buiten-aanzien van Hogwarts, maar ook universiteitsstad Oxford (de bibliotheek!) en de abdij van het middeleeuwse dorpje Lacock figureerden, of ze waren een bron van inspiratie voor de decorbouw in de studio. Zo ontstond een amalgaam, een ongelijksoortige brij, die met digitale gladstrijkerij en supplementen werd gekneed tot de unieke wereld van Harry Potter; geen Victoriaanse nep, maar overtuigend computer-realisme.

Verwarrend? Nee, want het interieur van Zweinstein ís verwarrend, met z'n 142 trappen 'die op vrijdag plotseling naar een heel andere verdieping voerden en trappen met halverwege een verdwijnende tree, waar je vooral niet moest vergeten overheen te springen', zoals Rowling schrijft, als ging het om een prent van Escher. 'Het was moeilijk om je te herinneren waar iets was, omdat veel dingen zich leken te verplaatsen.'

Toch komt de filmwerkelijkheid hier in Gloucester dicht onder handbereik. De aantrekkingskracht van de kathedraal mag divers zijn: Henry III werd er in 1216 als negenjarige gekroond, Edward II, vermoord in 1327, heeft er zijn graftombe, en Amnesty International heeft er een vaste stand; maar voor Harry Potter-fans ligt die mede besloten in het feit dat er een school, King's School, aan vastgeklonken zit.

Kathedraal en school, 'established in 1541' door Henry VIII, voor de leefstijdscategorie tussen drie en achttien jaar, lopen in elkaar over, maken deel uit van hetzelfde complex; en zo kan het gebeuren dat je vanuit de kathedraal doorsteekt naar de kloostergang, dé gang die in een carré om de kloostertuin ligt, één en al bogenwaaier, een wonderschoon staaltje van laat veertiende-eeuws vernuft, onmiskenbaar decor in de film (ogen dicht en Harry, Ron en Hermione komen de hoek om gezeild), en dat daar dan zomaar ergens op de grond een bult rugzakjes en winterjacks is neergesmeten.

Prozaïscher kan niet - zie maar dat het bestaat: schoolgaan in de perfecte omgeving voor een sprookjesachtig kostuumdrama. Vanuit de kathedraal komt gestommel, er klinken stemmen, daar begint een koorrepetitie; adventsvieringen staan voor de deur.

'Er houdt toch wel iemand de wacht?' mompelt de gepensionneerde schoolmeester, die zich meteen na de gebedsdienst heeft opgeworpen als gids en van geen wijken weet. Even verderop zit inderdaad een meisje, een beetje verveeld, met op haar schoot een schriftje; grijze rok, wit overhemd, donkerblauwe blazer en blauw-gele stropdas, het uniform van King's School; zij waakt over de spullen, terwijl de anderen zingen.

En zo kan het ook gebeuren, net zo makkelijk (de onderwijzer heeft met spijt afscheid genomen), dat uit een bijgebouw achter de kloostertuin, waar eerst nog tamelijk bekwaam een pianosonate van Liszt werd gespeeld, ineens vervaarlijk gekrijs opstijgt.

'Get the ball! GET THE BALL, Mildred!'

King's School gaat er prat op de enige school in Engeland te zijn met een dansstudio en een indoor-cricket-opleiding binnen de muren van een kathedraalcomplex.

Voor de makers van de Harry Potter-film bood de school op meerdere vlakken uitkomst; leerlingen van King's School zouden op de hoogte kunnen zijn van de heilzame uitwerking van teazle, hyssop, wormwood, feverfew en foxglove (het staat allemaal in de kruidentuin), maar of ze daardoor vakkundiger figuranten zijn? Voor deel twee, Harry Potter and the Chamber of Secrets, de voorbereidingen daarvan zijn al in volle gang, staat in elk geval een flink aantal van hen weer op de rol.

Reislust

Of de film concrete reislust opwekt, dat valt nog maar te bezien. Het dipje dat Engeland recent doormaakte in belangstelling uit het buitenland, is niet alleen een gevolg van BSE en mond- en klauwzeer, Engeland is gewoon peperduur. En niet iedereen zit er in zijn fijn historische omgeving, onder bescherming van de National Trust, een Britse monumentenzorg, te wachten op belangstelling aangewakkerd door een jeugdheld die pas van 1997 dateert. Maar dat Harry Potter niet meer weg te denken is en hoe dan ook wordt gekoesterd als een token van Eng lishness, dat staat als een paal boven water.

Zelfs Lacock, pietepeuterig dorp zuidwaartsvan Gloucester, dat in het hoogseizoen dikke stromen bezoekers door z'n middeleeuwse straatjes perst, geeft eraan toe. Ook Lacock, dat zelfs op een doodkalme, bijna serene herfstdag, nauwelijks een ziel te bekennen, het truttige aanzien van een openluchtmuseum heeft, is best een beetje trots. Zó trots dat Lacock Abbey & Grounds - tussen november en maart potdicht, wegens onderhoudswerkzaamheden en omdat er wordt gewóónd - due to the interest in the Harry Potter film één weekend, het eerste weekeinde van december, speciaal openging.

Wie het wist, het was aangeplakt in het dorp, kon gauw even nagaan waar de inbreng van Gloucester ophoudt in het decor en die van de abdij van Lacock (ook al vermaard om z'n kloostergang) begint. Maar wie ervoor of erna kwam, kon het schudden: voor niemand gaat de deur van de abdij open. We kunnen hier anders wel aan de gang blijven, zegt de mevrouw van de National Trust Shop. Bij de kerk, wijst ze op de dorpsplattegrond, stonden de auto's van de Harry Potter-filmkaravaan altijd. Alsof er in de modder, aan de achterzijde van het landgoed dat de oude kloostergebouwen omringt, een spoor van betekenis is achtergebleven.

Vooraf leidde de verfilming van Harry's wereld onder meer tot bespiegelingen over religie en hekserij. Kon een kathedraal het zich wel veroorloven op te treden in een film vol hocus-pocus? Nee, vond de leiding van de kathedraal van Canterbury, die ook een gegadigde was, en legde het verzoek van Warner Bros. resoluut naast zich neer. Terwijl theologen elders juist wezen op de christelijke thema's van zelfopoffering, mededogen en 'de onuitputtelijke kracht van de liefde' in het werk van Rowling.

En waar een zekere David Colbert ingaat op prangende vragen als: 'Zochten alchemisten ook echt naar een magische steen?', 'Hoe vang je een eenhoorn?' en 'Waarom stinken trollen?' (in The Magical Worlds of Harry Potter, a Treasury of Myths, Legends and Fascinating Facts, Penguin, 2001, nadrukkelijk 'nót approved by J.K. Rowling or Warner Bros.'), legde de Britse filmpers zich na de première nog maar eens toe op de kwestie: maar ís het wel een Britse film, of is het een Amerikaanse 'productie'? David Thomson in The Independent: 'Columbus en Kloves (de scenarioschrijver) werden niet simpelweg ingehuurd om een film te maken; ze werden uitverkoren om een merk te lanceren.'

King Arthur

Harry is binnengedrongen in het collectieve geheugen, hij is gearriveerd, voorgoed. Niet alleen heeft hij zich genesteld in de 'literaire' wereld die van King Arthur tot Roald Dahl reikt, hij is een begrip. Al moet je daar in Oxford niet al te veel ophef over verwachten. 'Ach, hier wordt zoveel gefilmd', zegt de stadsgids, en wijst in de lucht waar Hillary Clinton nu haar opleiding geniet. Voorbij Exeter College (Tolkien en Richard Burton stonden er ingeschreven), langs Jesus College, Brasenose College gaan we, naar de Bodleian Library, dé bibliotheek van Oxford (goed voor 16 miljoen titels, ingenieus opgeborgen in een wijd vertakt ondergronds gangenstelsel).

Maar vandaag is hij dicht dicht; de stadswandeling valt een beetje in het water. Eerst is het alleen maar grauw en kil, dan komt de regen met bakken uit de hemel. Christ Church College is gelukkig wel open, afgezien dan van de kathedraal, die in gebruik is; want ook dat bestaat: een universiteit met een kathedraal binnen haar poorten.

Christ Church heet de universiteit sinds Henry VIII zich er in 1546 over ontfermde, John Locke, W.H. Auden, Albert Einstein, C.L. Dodgson (Lewis Carroll) en dertien Britse premiers studeerden er; tot 1979 geheel vrouwvrij.

De eetzaal van Christ Church ís Hogwarts' Great Hall, en ook weer niet. Hij is prachtig, hij is mooi, hij is geheel in stijl ('Bestel nu uw wijn voor het kerstdiner', staat er bij de ingang geschreven, 'afhalen op de avond zelf'). Maar niet groot genoeg, vonden de makers van de film. Massive moest hij zijn, 'overweldigend', zei Stuart Craig. Bovendien: drie lange rijen tafels (met daar haaks op, en één tree hoger, de 'lerarentafel'), dat was eentje te weinig voor de vier schoolafdelingen Hufflepuff, Ravenclaw, Slytherin en Gruffindor; meer paste er ook niet in.

'Jazeker', zegt de host met bolhoed en warme overjas, 'hier eten de studenten, cafetaria style. Voor 320 is er plaats.' Best bereid tot een praatje hoor, maar intussen houdt hij nauwlettend een oogje in het zeil; zelfs niet heel even is het toegestaan plaats te nemen aan één van de drie eindeloos lange tafels, achter een bordje (Wood & Sons) met in het blauw, in krullen, Ch Ch erop; ook niet als het pijlsnel wordt vastgelegd, voor een onvergetelijk Harry Potter-moment in het fotoalbum.

Want hier gebeurt het, in de film: de initiatie-rite met de sorteerhoed, gevolgd door het uitbundige maal met 'rosbief, gebakken kip, varkens- en lamskarbonaadjes, worstjes, spek, biefstuk, gekookte aardappelen, gebakken aardappelen, patat, Yorkshire pudding, erwtjes, worteltjes, jus, ketchup en, om de een of andere onnaspeurbare reden, pepermuntballetjes'.

De Great Hall werd naar analogie van Christ Church in de studio nagebouwd; zónder portretten van koningin Elizabeth, Thomas Wolsey, de oorspronkelijke oprichter van de universiteit, of Lewis Carroll aan de wand, en zónder de glas-in-loodramen met figuren uit Alice in Wonderland erop (het vijfde raam aan linkerzijde). De trap, die naar de eetzaal voert, met die weergaloze bogenoverspanning, en het voorportaal zijn wel terug te vinden in de film.

Alice mag hier voorlopig nog de dienst uitmaken; het is tenslotte toch iets anders of een romanfiguur hier daadwerkelijk is geconcipieerd, aan de hand van het echte leven (in het Christ Church-winkeltje zijn boekjes verkrijgbaar waarin uit de doeken wordt gedaan hoe het precies zit, en aan de overkant kun je dat dan in café-galerie Dreamchild lekker gaan zitten lezen), of dat een Amerikaanse filmmaatschappij voor wat flinters film zijn tenten even komt opslaan.

Maar ook Harry is here to stay. Kijk maar in de schappen van het souvenirwinkeltje (ofschoon dat woord niet helemaal overeenstemt met de plechtige werkelijkheid): hier een introductie tot Merlijn, de aartsvader van de Engelse tovenaars, daar wat Alice-prullaria, intussen is een cd'tje met renaissancemuziek opgezet, en dan wil je vanzelf wel overgaan tot de aanschaf van een zilveren Harry Potter-bestekje.

In februari, zegt de zaalwacht met de bolhoed, dan zijn ze er weer. En in zijn walkie-talkie tegen een collega: 'One moment, George.' Crew en cast van Harry Potter, bedoelt hij, in februari komen ze weer naar Oxford. 'Ze moeten opschieten hè, ik geloof dat die jongen al de baard in de keel krijgt.'

Meer over