Studenten zitten altijd krap

Hoewel de meeste studenten niet eens beschikken over de 1130 gulden per maand die het ministerie als norm hanteert, lenen ze zo min mogelijk, en als ze lenen dan pas aan het einde van de studie....

In tegenstelling tot de meeste ouders, zijn die van Moniek Dahm (24) helemaal niet blij dat hun dochter studeert. 'Ze vinden het heel erg dat ik me zo in de schulden steek. Ze snappen werkelijk niet wat ik aan het doen ben.'

Dahm, derdejaars milieukunde in Utrecht, is een voorbeeld van de doelgroep die zowel student-activisten als de overheid al decennia lang voor ogen hebben als zij spreken over de 'toegankelijkheid' van het hoger onderwijs.

Om ook kinderen uit milieus waarin een universitaire studie nog niet tot de gewoonste zaak van de wereld behoort een academische kans te geven, mogen en mochten er geen financiële drempels zijn. Het studiefinancieringstelsel houdt rekening met de laagste inkomensgroepen, maar de drempel was er voor Moniek niet minder hoog om.

Aangezien haar vader al jaren in de bijstand zit en haar moeder nooit heeft gewerkt, hoeft ze van thuis niet op financiële hulp te rekenen. Dat klinkt bitterder dan het in werkelijkheid is, want Moniek spreekt liefdevol over haar ouders. 'Ik wist dat ik moest gaan lenen, maar ik heb eerst gekeken of papa en mama er later voor op zouden draaien als ik het bedrag niet zou kunnen terugbetalen.'

Toen daarvan geen sprake bleek, besloot ze te lenen. Moniek krijgt een basisbeurs, een aanvullende beurs en leent daarnaast nog driehonderd gulden per maand in Groningen. Van thuis krijgt ze af en toe 'voedselpakketten' mee.

'Ik heb ongeveer duizend gulden per maand, maar het is niet genoeg. Ik weet niet waar het aan op gaat. Ik betaal wel zelf m'n collegegeld en m'n boeken, maar verder doe ik niet aan extreme uitspattingen.' Aanvankelijk werkte ze gemiddeld een dag in de week, maar daar houdt ze mee op: het vertraagt de studie vooral. En ze weet nu al dat ze die niet in de beoogde vijf jaar zal halen. 'Ik verwacht dat ik uiteindelijk een studieschuld van ongeveer 27 duizend gulden heb opgebouwd.'

In de gemeenschappelijke keuken van zomaar een studenten-eenheid in de Utrechtse nieuwbouwwijk Lunetten verwacht niemand met zo'n hoge schuld de studie te beëindigen. De meeste ouders van deze studenten beschikken over meer geld. Van noodgedwongen lenen in Groningen was, tot voor kort, geen sprake.

Hilde Swets (25), net afgestudeerd als onderwijskundige, kreeg, naast haar basisbeurs van ongeveer 425 gulden, geld van haar ouders. Haar vader gaf haar vierhonderd gulden per maand en haar moeder droeg in het collegegeld bij. De ouders van Michel Geerink (24), zesdejaars biologie, konden ook zonder problemen maandelijks vierhonderd gulden bijbetalen. Verder kreeg hij van het Philipsfonds nog tweehonderd gulden. Bart Gaell (25), student psychologie, werd zelfs 'riant bijgestaan' door zijn ouders.

Niettemin hebben ze alledrie gewerkt tijdens hun studie. Voor de extra's. Hilde was haar hele studie lang invalster in het basisonderwijs, want ze was al gediplomeerd leerkracht. 'Toch zat ik altijd krap omdat mijn werkgever me maar een keer per half jaar uitbetaalde.' Michel stond jarenlang aan de lopende band en Bart had een lucratief baantje als koerier. 'Ik denk dat ik maandelijks 1500 gulden had.'

Werken naast je studie is heel gewoon blijkt bijvoorbeeld ook uit de Algemene Studentenenquête. Deze enquête wordt jaarlijks door het Nijmeegse onderzoeksinstituut IOWO gedaan en wordt als representatief beschouwd voor de landelijke situatie. Er blijkt uit dat 80 procent van de studenten werkt, van wie ruim de helft meer dan drie maanden per jaar en eenderde het hele jaar door. Een op de drie werkende studenten doet dat niet voor mooie kleren en veel bier, maar puur voor de huur en studiekosten. De helft werkt voor de extra's.

Al konden de ouders van Michel hun zoon financieel bijstaan, wel was afgesproken dat hij het collegegeld van hen zou lenen. 'Maar ja, ze hebben al gezegd dat ik ook het huis mag schilderen bij wijze van afbetaling.' Voor zijn laatste jaar, milieukunde, krijgt hij geen studiefinanciering meer. 'Ik ga nu in Groningen lenen. Ik stop met werken omdat ik anders nooit afstudeer.'

Bart koos er ook voor om zijn laatste jaar in Groningen te lenen. 'Ik wilde niet meer werken, omdat het me te veel tijd kostte. Maar omdat ik toch royaal genoeg wil kunnen leven tijdens het maken van mijn afstudeerscriptie, heb ik voor een lening gekozen. Ik wilde niet iedere keer gestressed bij de pin-automaat hoeven staan.'

De twee studenten zijn niet bang voor de, gematigde, studieschuld die ze alsnog opbouwen. 'Dat verdien ik later wel terug', denkt Bart, die gedurende het gesprek onwennig rondstapt in een colbert omdat hij straks op een 'relatie-netwerk-gesprek' gaat. Michel heeft heel bewust voor een extra jaar milieukunde gekozen. 'Want ik ben liever afgestudeerd in milieukunde mèt een studieschuld, dan er niet in afgestudeerd zonder. Later betaal je dat makkelijk terug. En vind je geen baan, dan hoef je niks terug te betalen.'

Veel studenten overwegen pas te lenen als ze al flink gevorderd zijn met hun studie. Het financiële voordeel dat 'bijbeunen' oplevert, wordt afgezet tegen het tijdsverlies. En dan lijkt een kortdurende lening niet zo'n gekke oplossing.

In een verlaten studie-allee binnen het Nijmeegse universiteitscomplex zitten twee studentes Duits boven een laptop een werkstuk af te maken. Ze willen wel even praten, maar hebben haast, dus dwalen de ogen ondertussen af naar hun schermpje en zoeken vingers onwillekeurig naar toetsen.

'Misschien had ik eerder moeten gaan lenen, want als je werkt, kost het je toch wel erg veel tijd', zegt Judith Scheepers, vijfdejaars in de Duitse taal- en letterkunde. Ze werkte 20 tot 25 uur per week in de 'telemarketing'. 'Geld lenen, dat doe ik niet zo snel. Dat heb ik van mijn ouders meegekregen. Nu denk ik dat ik het meer als investering in mezelf had moeten zien, want van al dat werken schiet je studie niet op.' Ze is haar hele studie rondgekomen van achthonderd tot duizend gulden per maand. 'Hoe is het mogelijk, hè', lacht ze. 'Maar ik ben geen uitgaanstype, misschien dat dat scheelt.'

In Nijmegen bekijkt IOWO-onderzoekster M. Hulshof of het door de overheid becijferde normbedrag van 1130 gulden voor studenten wel genoeg is. Haar onderzoek is een onderdeel van het omvattende onderzoek van de commissie-Hermans, die later deze herfst met een advies moet komen over een structurele verandering van het studiefinancieringsstelsel.

Hulshof: 'De vraag is moeilijk te beantwoorden. Om te beginnen blijkt dat tweederde van de studenten het normbedrag niet krijgt. Dat wil zeggen dat ouders niet de bijdrage betalen die ze geacht worden te geven, of dat studenten niet lenen waar ze recht op hebben.'

Eenderde van de studenten slaagt er in om maandelijks 1130 gulden of een hoger bedrag, binnen te krijgen. Hulshof: 'Je hebt klagers en lijders, maar het valt niet goed te zien wie tot welke groep behoort. Sommigen redden het kennelijk met minder dan het normbedrag, anderen die meer te besteden hebben, klagen. Maar goed, of het normbedrag toereikend is valt nauwelijks te beantwoorden als een meerderheid dat bedrag helemaal niet krijgt.'

De ouders van Anne Koopmans (20), derdejaars politicologie in Nijmegen, staan achter de studiewens van hun dochter. Zij willen hun ouderlijke bijdrage wel betalen, maar kunnen niet altijd. 'Ze zitten op het moment bijvoorbeeld erg krap', vertelt Anne in het vergaderlokaal van de Nijmeegse studentenvakbond Akku. Anne is een voorbeeldige studente die studiepunten bij de vleet scoort, dus van haar tempobeurs weinig te vrezen heeft. Maar het gaat niet alleen om haar: dit jaar is haar broer ook begonnen met studeren. Een volgende broer wordt binnen een paar jaar in de collegebanken verwacht.

'Ik vind het belachelijk dat het collegegeld in tien jaar tijd van ongeveer 1600 gulden is verhoogd naar 2750 gulden. Mijn ouders moeten dat straks drie keer gaan betalen! Ritzen houdt helemaal geen rekening met meerdere kinderen in een gezin. Voor mijn broer hebben mijn ouders een aanvullende beurs aangevraagd, voor de jongste zal lenen onontkoombaar zijn.'

Anne is ontevreden over het studiefinancieringssysteem. Dat ze na drie maanden werken in een 'klote-baantje' nog niets heeft gespaard voor haar collegegeld, dat steekt. 'Ik vind dat je van een beurs wel je collegegeld, huur, boeken, eten en een ziektekostenverzekering moet kunnen betalen. Dat kan nu gewoon niet.'

Veel milder is Moniek Dahm, die per se wil studeren omdat zij ziet hoe haar oudere zus nu met cursussen links en rechts probeert een gemiste onderwijskans goed te maken. 'Ik vind het wel goed zo. Ik vind het ook niet erg om te lenen, want ik betaal het later af. Als het kan, en anders niet. Misschien kom ik morgen wel onder de bus, dan heb ik me voor niets zorgen gemaakt.'

Meer over