Bellen metOnze onderwijsredacteur

Studenten krijgen weer fysiek onderwijs: ‘Een liveverbinding met een paard, dat was geen succes’

Onderwijsverslaggever Irene de Zwaan was bij de opening van het academisch jaar op de Universiteit Utrecht, waar weer fysiek onderwijs mogelijk is. ‘Studenten missen allerlei basiskennis.’

Dierverplegers bij de Universiteitskliniek voor Gezelschapsdieren in Utrecht doen bloedafname bij een hond.  Beeld Hollandse Hoogte / marlieswessels.nl
Dierverplegers bij de Universiteitskliniek voor Gezelschapsdieren in Utrecht doen bloedafname bij een hond.Beeld Hollandse Hoogte / marlieswessels.nl

Heerst er opluchting dat het fysieke onderwijs weer doorgaat?

‘Ik ben naar de faculteit Diergeneeskunde gegaan omdat praktijkonderwijs zo’n cruciaal onderdeel van de studie is. Een groot deel van de practica en werkcolleges kon niet doorgaan. Zojuist vertelde een tweedejaars student me dat docenten er alles aan deden om het gevoel van de praktijk te berde te brengen. Dan hadden ze een liveverbinding met een paard. Studenten zaten thuis en moesten vanaf hun laptop aangeven wat er mis mee zou zijn. De verbinding viel steeds weg en het paard deed niet wat de docent wilde. Het was geen succes, zei hij.

‘Een deel van de coschappen ging ook niet door, masterstudenten kregen dan een vervangende opdracht. Docenten vertelden mij dat ze dat goed merken. Nu stromen die studenten in bij het volgende niveau, in het tweede jaar, en missen ze allerlei basiskennis, van het afnemen van bloed tot contact met huisdiereigenaren. Ze gaan er hard aan trekken om dat in te halen.

‘Dus ja, studenten zijn opgetogen. Ze zeggen: je gaat dit vak in omdat je het zo leuk vindt om dieren aan te raken, dat hebben we een jaar zowat niet kunnen doen. Ik sprak net een tweedejaars die zei: wel gek, ik moet nu eerstejaars rondleiden in een gebouw waar ik zelf nauwelijks ben geweest.’

Veel studenten hebben ook aangegeven mentaal last te hebben gehad van het vele thuisonderwijs. Hoor je dat iets over?

‘Net vertelde een meisje dat aan haar tweede jaar begint dat ze het mentaal heel zwaar heeft gehad. Zij heeft de studenten uit haar werkgroep nauwelijks gezien, dan is het moeilijk om een kring van vrienden op te bouwen. De ouderejaars hadden al een vriendengroep, voor hen is het veel draaglijker geweest. Ze zei dat haar motivatie voor de studie ook verdween, dat zag ze om zich heen meer gebeuren.

‘De decaan hamerde tijdens haar welkomspraatje erg op het persoonlijk welbevinden van de studenten: slaap genoeg, eet niet te veel roze koeken, en middelengebruik is hartstikke verleidelijk, maar zorg dat je niet verslaafd raakt. Ga óf heel erg feesten, óf heel erg studeren, die twee zijn slecht te combineren, zei ze. Toen begonnen de tweedejaars wel te gniffelen: die weten hoe het gaat, als je echt maar één borreltje gaat doen.’

Wat merk je van de coronaregels?

‘Daar is nadrukkelijk op gewezen. De anderhalve meter mogen studenten in de onderwijsruimtes loslaten, daarbuiten moeten ze afstand houden en een mondkapje op. Ze raden studenten aan twee keer per week een zelftest te doen. En de decaan benadrukte: als je een practicum mist omdat je bijvoorbeeld verkouden bent, dan zorgen wij écht dat je het kunt inhalen.

‘Verder merk ik er nu weinig van. Ja, er zitten gele plakkers op de grond om je eraan te herinneren dat je afstand moet houden. En mensen dragen keurig een mondkapje, valt me op. Ik was vorige week op een mbo, waar ze beduidend minder braaf waren. Daar liep een conciërge rond die de leerlingen er steeds aan moest herinneren dat kapje op te zetten.’

Een van de regels is dat er maximaal 75 mensen in een collegezaal mogen. Hoe moet dat als de studentengroepen groter zijn?

‘Dat gebeurt hier ook, waardoor er alsnog veel colleges online zullen worden gegeven. De toespraak van de decaan was bijvoorbeeld verdeeld over vijf collegezalen, en dan zijn de ouderejaars er nog niet. Het is nog niet helemaal zoals voor de pandemie.’

Ondertussen maakt een deel van de universitaire docenten zich zorgen om het besmettingsgevaar, blijkt onder meer uit een rondgang van de Volkskrant. Is daar nog iets van te merken?

‘De rector magnificus van de Universiteit Utrecht, Henk Kummeling, vertelde me dat sommige docenten zich ook hier zorgen maken, maar dat hij nog niet heeft gehoord dat ze het te onverantwoord vinden om te komen lesgeven. Ze mogen ook aanvullende maatregelen nemen, zoals het dragen van mondkapjes tijdens hun college.

‘Ik sprak net twee docenten, die hebben eigenlijk het hele jaar doorgewerkt, omdat ze hier in de kliniek staan. Dus die hadden er niet zo’n probleem mee. Ze zeiden wel dat de werkdruk enorm is toegenomen. Deels omdat er minder mensen waren, door quarantainemaatregelen en collega’s die ziek werden, en deels doordat het aantal mensen met een huisdier is toegenomen.

‘Dit sentiment, over werkdruk, leeft breder in de academische wereld. Vandaag vindt in Utrecht ook een alternatieve opening van het academische jaar plaats, onder meer georganiseerd door de belangenorganisatie WOinActie. Dat is een protest tegen de structurele onderfinanciering van het hoger onderwijs. Onlangs kwam er een rapport uit van adviesbureau PwC, in opdracht van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, waarin staat dat het wetenschappelijk onderwijs 1,1 miljard euro per jaar extra nodig heeft.

‘Er zijn veel klachten over werkdruk en het grote aantal tijdelijke klachten. 40 procent van het wetenschappelijke personeel is tijdelijk in dienst, 60 procent als je de promovendi meerekent. Ze worden behandeld als wegwerpdocenten, in de woorden van WoinActie.’

Meer over