Strijd tegen importbruiden werkt

De overheid kan wel degelijk invloed uitoefenen op migratie, blijkt uit een onderzoek naar de strengere criteria voor buitenlandse partners....

Van onze verslaggever Remco Meijer

Den Haag Wie nog denkt dat migratie een natuurverschijnsel is dat een land gelaten over zich heen moet laten komen, doet er goed aan kennis te nemen van een nieuwe studie over gezinsvorming. Per 1 november 2004 is het moeilijker geworden een levenspartner uit het buitenland te halen doordat de overheid een strengere leeftijds- en inkomenseis stelt. De maatregel kwam onder veel parlementair gemor tot stand.

Het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Justitie en het Informatie- en Analysecentrum van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (INDIAC) hebben het effect van de maatregel onderzocht. De gezinsvormende immigratie blijkt in de eerste zestien maanden na de invoering te zijn afgenomen met 37 procent. Vele duizenden vreemdelingen is de toegang tot Nederland ontzegd. De forse daling heeft zich in de jaren nadien voortgezet.

Is dat goed nieuws? Dat hangt van ieders standpunt af in de politiek zo gevoelige en gepolariseerde migratiediscussie. De wetenschappers vellen geen oordeel. Arjen Leerkes, Isik Kulu-Glasgow en Mariska Kromhout van het WODC en Stefan de Boer en Heleen Muermans van INDIAC, op verzoek bijeen gekomen voor een toelichting op hun studie Internationale gezinsvorming begrensd?, zeggen slechts de feiten aan te dragen. Maar de vraag of een land inzake migratie keuzen kan maken, beantwoorden zij zonder aarzelen met ja.

Leerkes: ‘Binnen het kader van de internationale verdragen kun je als nationale overheid sturend optreden. Niet zozeer op wie er komt, als wel op wie je officieel toelaat. Met de kanttekening dat het aantal asielzoekers moeilijker is te beïnvloeden dan de gezinsmigratie.’

In 2004 was Rita Verdonk minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie. Restrictiever zijn in de toelating was haar missie. De stroom van enkele tienduizenden migranten die via gezinshereniging en gezinsvorming jaarlijks naar Nederland komt, is veel omvangrijker dan het aantal asielzoekers dat uiteindelijk een verblijfsvergunning krijgt.

Verdonk kreeg in het kabinet-Balkenende II voldoende politieke steun om strengere eisen te stellen aan wat in frivolere terminologie liefdesmigratie heet. Een partner laten overkomen van buiten de Europese Unie, de Europese Economische Ruimte en Zwitserland kan sindsdien alleen als zowel de partner als de hier verblijvende ‘referent’ ten minste 21 jaar is (was 18). Bovendien moet de ontvangende partner een duurzaam en zelfstandig inkomen hebben van ten minste 120 procent van het minimumloon (was 100 procent). Doel: de gezinsvorming van maatschappelijk kansloze migranten tegengaan en de startpositie van hen die wel aan de eisen voldoen verbeteren.

Met een motie bedong het Kamerlid Azough van GroenLinks dat het effect van de maatregelen zou worden onderzocht. Dat is nu gebeurd met een onderzoek dat zowel een kwantitatief (INDIAC) als een kwalitatief (WODC) deel heeft.

De Boer en Muermans van INDIAC stelden vast dat vooral van oorsprong Turken, Marokkanen en Surinamers minder vaak een verblijfsvergunning krijgen voor een buitenlandse partner. ‘Op de officiële gezinsvorming heeft de maatregel duidelijk een beperkend effect’, zegt De Boer. Niet onderzocht is in hoeverre gebruik wordt gemaakt van de ‘Europa-route’: een partner eerst naar een ander EU-land laten komen, en dan pas naar Nederland. Maar dat onbedoeld gedrag veel voorkomt, inclusief fraude, staat buiten kijf. Muermans: ‘We weten dat op bijvoorbeeld buitenlandsepartner.nl allerlei tips worden uitgewisseld hoe je de eisen kunt omzeilen.’

Om een duidelijk beeld te krijgen van de sociale context bij het laten overkomen van een partner uit het buitenland hielden de WODC-onderzoekers interviews met vijftig internationale stellen. Daarin spraken zij openlijk over hun gedragsaanpassing na de invoering van de maatregel. Sommige referenten gingen stevig onderhandelen met hun baas over een inkomensverbetering, die het mogelijk moest maken de verre liefdespartner te laten overkomen. Anderen zochten zwaarder werk of ruilden hun gerieflijke vierdaagse werkweek in voor een vijfdaagse, om net de inkomensgrens te halen.

Het onderzoek bevestigt niet de veronderstelling dat met name onder jonge Turken en Marokkanen veel gedwongen huwelijken voorkomen. Kulu-Glasgow: ‘In de onderzoeksgroep kwamen huwelijken voor die op een moderne manier waren gearrangeerd. De familie heeft dan een bemiddelingsrol en als de beoogde partners het na enige tijd toch niet met elkaar zien zitten, is er de vrijheid om alsnog nee te zeggen. Maar het is natuurlijk mogelijk dat stellen die onder dwang zijn getrouwd niet hebben meegedaan aan het onderzoek.’

Negatieve bijwerkingen van de maatregelen zijn er wel, zoals gezondheidsklachten of beëindiging van de relatie. En vrouwen, doorgaans nog altijd behept met een lager inkomen, worden vaker geraakt door de financiële eisen dan mannen.

Leerkes: ‘Onder druk van de globalisering intervenieert de overheid op een terrein waar zij normaal gesproken niet optreedt: de liefde. De problemen ontstaan waar het eigen plan botst met de beperking die de staat oplegt.’ Beperkingen die voortvloeien uit de vaststelling dat migratie een samenleving zodanig kan belasten, zeker als in een verzorgingsstaat te veel mensen een beroep gaan doen op sociale kassen en voorzieningen, dat de overheid zich gedwongen voelt om regulerend op te treden.

Ter tafel komt het voorbeeld van de Nederlandse man die zijn Thaise vriendin wil laten overkomen. Als beginnend werknemer in de zorg is zijn inkomen te laag. Hij ervaart dat als een dubbele straf van de overheid: hij werkt in een sector met een lage sociale status en mag niet leven met de vrouw van zijn keuze.

De onderzoekers concluderen dat de leeftijdseis minder knelt (iedereen kan 21 worden) dan de inkomenseis, die soms onhaalbaar blijft.

Meer over