Streven naar de grootste eenvoud

'Dat is het moeilijkste van alles, zo'n tekening zo eenvoudig mogelijk maken.' Na meer dan zestig jaar kan Dick Bruna (83) nog altijd worstelen met de kunst van het weglaten. 'Een jampot bijvoorbeeld teken ik eerst thuis zo precies mogelijk na. Hier in het atelier ga ik dan vereenvoudigen. Maar wel zo dat een of twee details, bijvoorbeeld de draaideksel, alles zeggen. En die deksel hoef je niet eens echt te zien, als je maar het gevoel hebt dat hij er is.'


Ook deze ochtend is Bruna weer naar zijn atelier in de Utrechtse binnenstad gekomen, op een steenworp afstand van de Dom. Zoals hij al tientallen jaren doet. Bruna is nooit met pensioen gegaan. Hier, op een huiselijke zolderetage, omringd door ingelijste afdrukken van zijn beroemde tekeningen, werkt hij nog steeds aan de tekentafel. Hier bedacht en ontwierp hij de vele honderden omslagen voor onder meer de Zwarte Beertjes, de pockets die door het bedrijf van de familie werden uitgegeven. Dit is ook het 'huis' van nijntje, Bruna's beroemdste creatie.


Nijntje is een wonder van eenvoud. Twee lange oren, twee zwarte stippen als ogen, een kruisje als mond, een rood, blauw of geel jurkje. Meer had Bruna niet nodig om nijntje geliefd te maken bij miljoenen kinderen, en volwassenen. 'Ik geloof dat nijn heel dicht bij kinderen staat. En bij mijzelf. Ze is mijn kind', zegt Bruna. 'Nou ja, dat is misschien wat overdreven. Maar het is wel zo.'


Nijntje werd in 1955 'geboren', maar de kiem van haar bestaan werd een kleine tien jaar eerder gelegd, in Parijs. 'Iedereen die in kunst geïnteresseerd was, wilde daar direct na de oorlog naartoe. Daar gebeurde het.' Bruna zat gedurende de oorlog ondergedoken om aan tewerkstelling in Duitsland te ontsnappen. 'Mijn ouders hadden niet zoveel met kunst. We hadden een boek over Rembrandt, en we hadden een boek over Van Gogh, die ik allebei een keer of zes heb doorgelezen. Rembrandt vond ik ongelooflijk knap, en ook heel mooi. Maar Van Gogh vond ik interessanter, spannender. Een man in de penarie, en dan die wilde schilderijen.'


'Helemaal ondersteboven' van Parijs was de twintiger Bruna. 'Overal winkeltjes en galeries, ik heb niets anders gedaan dan door de stad lopen.' En naar musea gaan, waar hij voor het eerst werk zag van Picasso, Bracque, Léger. En van Henri Matisse, de kunstenaar die hem diepgaand zou beïnvloeden.


'Ik weet niet meer welk museum het was, maar ik zie nog zijn collages voor me. Die helderheid, die eenvoud, daar was ik zeer door getroffen. Dat is fantastisch dacht ik, met zo weinig middelen iets kunnen vertellen. Dat is enorm moeilijk, een mooie bloem knippen, daar moet je heel veel voor kunnen. Dit is mijn wereld, dacht ik meteen. Het was herkenning. Ik weet nog dat ik toen zelf ben gaan knippen. Dat werd in het begin niks, maar ik deed mijn best.'


Bruna pakt Matisse's Jazz erbij. De grillige vormen, de diepe, heldere kleuren, ze inspireren hem nog steeds. Het gebrek aan kunstboeken in zijn jeugd heeft hij gecompenseerd, en hoe. In de kasten in het atelier staan honderden werken, waarvan tientallen over Matisse. 'Voor mijn verjaardag vraag ik nog altijd om boeken over hem. Ik heb zo'n beetje alles.' Zoals hij ook vaak boeken leest over andere kunstenaars, over hun werk en over hun leven. Hij is autodidact. 'Je bent toch maar gewoon een tekenaar, je leert veel van zulke mensen.'


Zijn vader en grootvader oefenden na de oorlog druk op hem uit om in het familiebedrijf, A.W. Bruna Uitgevers, te stappen. Maar hij had niets met zaken. 'Als ik erin kom, wordt dat het eind van de zaak, heb ik mijn vader gewaarschuwd.' Dan moest Dick, die al van jongs af aan tekende, maar eens een omslag maken voor een van de boeken van de uitgeverij, vond zijn vader. Dat beviel. Hij ontwierp de omslagen van de pockets van onder anderen Havank, Simenon en Lesly Charteris, voor wiens Saint hij het karakteristieke rondje boven het rudimentaire figuurtje bedacht.


'Het maken van die omslagen was mijn opleiding. Ik scheurde, plakte, tekende en schilderde ze, en soms alles door elkaar.' Zijn grootvader gaf er blijk van zijn keuze voor het tekenaarschap nooit helemaal begrepen te hebben. 'Ik was in de veertig toen hij me bij zich liet komen en vroeg wanneer ik nu eens echt aan het werk zou gaan.'


Zijn allereerste eigen boekje was De appel (1953), over een verdrietige appel die zo graag bij de grote mensen wil horen. De vormen zijn simpel, de kleuren helder: de zon is geel, de hemel blauw, het gras groen en de appel rood. De invloed van enerzijds Matisse, met zijn basale vormen, en anderzijds De Stijl, met zijn felle, primaire kleuren, is onmiskenbaar. Bruna kende een van de voormannen van De Stijl, Gerrit Rietveld, net als hijzelf een Utrechter. Nog steeds klinkt hij trots als hij vertelt over die keer dat Rietveld langs kwam. 'Hij wees met zijn door het werken breed geworden vingers op iets wat ik getekend had. 'Jochie, dat is een mooi vormpie', zei hij. Nou, dan heb je een goeie dag.'


Een paar jaar later kwam nijntje, ontstaan tijdens een vakantie in Egmond aan Zee, uit verhaaltjes die Bruna zijn oudste zoon vertelde over de konijntjes die door de duinen huppelden. 'Daar heb ik toen een tekeningetje bij gemaakt en dat leek wel iets. Wat voor mij een wonder was, en nu nog, is dat nijntje vrijwel direct belangstelling kreeg. Er was al heel vroeg contact met een Engelse uitgever, en die vonden Miffy, zoals ze buiten Nederland heet, ook mooi.'


Voor De appel, en daarna voor nijntje, greep Bruna terug op wat hij bij Matisse had gezien. 'In zijn collages bracht hij in losse vlakken kleur. En hij werkte niet langer in drie dimensies, maar in twee. En dat wilde ik ook. Als je werkt op een plat vlak, moet het ook echt plat zijn. Ik heb altijd gestreefd naar de grootst mogelijke eenvoud. Maar je moet wel iets te zeggen hebben. Je moet het wel een beetje scheef zetten. Het mag wel net van de cover aflopen, bijvoorbeeld. Dat het spanning heeft.'


Hij pakt nijntje in het museum erbij. Ze loopt langs een mobile van Calder, en langs een abstract schilderij van Mondriaan. 'En dan komt ze bij Matisse, met allemaal losse vormen. Als ik zoiets maak, dan ben ik ook erg bezig. Die vorm daar, dan die ietsje hoger, die ietsje lager. Dit daar en dat daar en zo maar door.' Lachend: 'Leuk vak hè?'


Hij leest de tekst bij de Matisse-bladzijden voor:


'En later als ik groter ben, dus over een paar jaar, dan weet ik nu wel wat ik word, dan word ik kunstenaar.'


Meer over