Reportage

Stress in de lage landen: reptielen evacueren

Een maand lang ligt de verbreding van de A12 bij Ede stil om beschermde zandhagedissen, hazelwormen en slangen te verplaatsen. Dat gaat met ingegraven emmers en de blote hand.

Rik Nijland
Reptielenonderzoeker Jeroen van Delft zet een zandhagedis terug in de natuur bij Wolfheze. Het diertje is verplaatst uit de berm van de A12. Beeld Julius Schrank
Reptielenonderzoeker Jeroen van Delft zet een zandhagedis terug in de natuur bij Wolfheze. Het diertje is verplaatst uit de berm van de A12.Beeld Julius Schrank

Uit alle macht probeert de wurgslang zich los te kronkelen, maar in de handen van Jeroen van Delft is hij volkomen kansloos. 'Dit is een gladde slang, mijn favoriete Nederlandse reptiel', vertelt de onderzoeker van RAVON (Reptielen Amfibieën Vissen Onderzoek Nederland). 'Deze soort leidt een verborgen leven; je ziet gladde slangen zelden. Dat geeft ze iets mysterieus.'

Gif heeft het beest niet, tanden wel, maar daarmee kan dit halfwas exemplaar van 25 centimeter niet veel uitrichten. Hij is alleen gevaarlijk voor babymuisjes of jonge hagedissen, die hij als snack ophapt of eerst wurgt als ze tegenstribbelen. De gevorkte tong, waarmee hij de lucht in stereo monstert op mogelijke prooien, flitst van binnen naar buiten, maar voorlopig valt er niets te eten. De slang gaat mee in de auto op weg naar nieuw leefgebied.

Nieuwe huisvesting

Dit is de vijfde gladde slang die de afgelopen weken is gevangen in de bermen en het talud van de A12 tussen knooppunt Grijsoord bij Arnhem en de afslag Ede en Wageningen. Daar legt bouwer Heijmans in opdracht van Rijkswaterstaat aan beide zijden over 11 kilometer een derde rijstrook aan. Daardoor verdwijnt kilometers reptielenbiotoop, half open terrein met hei of ruig gras, waar zandhagedis, levendbarende hagedis, hazelworm en dus ook de gladde slang domicilie hebben gekozen.

Voordat de asfalteerders aan de slag mogen, ligt het werk een maand lang stil om deze beschermde dieren te evacueren. Ze worden gevangen en krijgen elders nieuwe huisvesting. Ook beschermde planten worden uitgegraven en op een veilige plek herplant, zoals een aantal exemplaren van de nu uitbundig geel bloeiende gaspeldoorns in het talud langs de snelweg vlakbij Ede. Diersoorten zonder beschermingsstatus, zoals de diverse woel- en spitsmuizen of insecten moeten zelf maar het vege lijf zien te redden.

De gladde slang. Beeld  Julius Schrank
De gladde slang.Beeld Julius Schrank

Reptielenscherm

De in totaal 13 kilometer voor reptielen geschikte bermen langs de A12 zijn voor deze operatie afgezet met een reptielenscherm, zwart kunststof doek van een halve meter hoog dat aan paaltjes is bevestigd, met omgeslagen rand om klimmers te ontmoedigen. Dat scherm moet voorkomen dat ondernemende slangen en hagedissen vanuit de omgeving de plek innemen van geëvacueerde soortgenoten. Anders is het vangen en verplaatsen dweilen met de kraan open. Dat scherm is onder meer goed te zien bij de kruising van de snelweg met de N224, de weg Arnhem-Ede.

Daarna zijn de bermen die van reptielen moeten worden ontdaan, voorzien van ingegraven emmers die als valkuil dienen en er zijn op regelmatige afstand tapijttegels neergelegd of stukken zwart plastic gespannen. 'Reptielen zijn warmteminnend, maar zonnen in de open lucht is riskant in verband met passerende vossen of roofvogels', vertelt Van Delft. 'Daarom kruipen ze graag weg onder een donkere tapijttegel die in de zon lekker opwarmt.' Eens in de twee dagen worden alle emmers, tapijttegels en stukken plastic door medewerkers van RAVON gecontroleerd. Maar dat is niet de enige vangtechniek. 'De meeste vangen we door er gewoon bovenop te duiken. Ja, dat ziet er erg gek uit, maar het werkt wel.'

Twee zandhagedissen Beeld  Julius Schrank
Twee zandhagedissenBeeld Julius Schrank

Reptielenwalhalla

Inmiddels zijn de vangers tweeënhalve week bezig. Dat heeft een oogst opgeleverd van 327 zandhagedissen, 32 hazelwormen, 14 levendbarende hagedissen en 6 gladde slangen. Deze ochtend brengen we de vangst - drie zandhagedissen, waaronder een nu in de paartijd op de flanken prachtig gifgroen gekleurd mannetje, een levendbarende hagedis en het gladde slangetje - naar een nieuw leefgebied. De geëvacueerde dieren zo maar ergens in een bestaand heideveld dumpen, werkt averechts weet Van Delft. 'Dan worden ze er door de zittende bewoners uitgewerkt.'

Daarom zijn in de directe omgeving van Ede en Wolfheze dichtgegroeide heideveldjes van berken en dennen ontdaan om ze geschikt te maken voor de reptieleninvasie. 'Een echt reptielenwalhalla', vindt Van Delft.

Deze nieuwe leefgebieden zijn niet lukraak gekozen: ze vormen vijf corridors die zijn aangelegd tussen de A12 en aangrenzende natuurgebieden waar ook reptielen leven, zoals de Ginkelse Heide. Zo worden de hagedissen en slangen die in de toekomst langs de verbrede snelweg leven min of meer opgenomen in de natuur van de Veluwe. In totaal verdwijnt door de verbreding 9 hectare reptielengebied, maar er komt 40 hectare voor terug.

Betrokken bij de natuur

Hoe het de dieren vergaat, wordt de komende jaren bijgehouden, op kosten van Heijmans. Tot 2030 verzorgt de bouwer niet alleen het onderhoud van de weg, maar blijft ook betrokken bij de natuur. Slaan er in het nieuwe leefgebied weer te veel bomen op of groeien de zandplekken voor de hagedissen dicht, dan steekt het bedrijf de helpende hand toe.

Hoewel er nog maar weinig bekend is over de overlevingskansen van gevangen en in nieuw terrein uitgezette dieren is Van Delft optimistisch 'Er zullen vast beesten gaan zwerven, in de maag van een roofvogel verdwijnen of worden doodgereden', zegt Van Delft. 'maar ik verwacht dat een groot deel hier een nieuw bestaan vindt.'

Veilig oversteken

Over de A12 tussen Ede/Wageningen en Grijsoord ligt al een ecoduct, bij Wolfheze, maar tijdens de verbreding van de snelweg worden nog extra passages aangelegd voor dieren die willen oversteken. Onder meer worden bestaande tunnels en viaducten aangepast, maar ook komen er drie extra dassentunnels onder de weg door. Boommarters krijgen twee loopgoten, via de matrixborden boven de weg. In het verleden snapten boommarters vaak niet dat ze via dergelijke bruggen veilig naar de andere kant kunnen. Pal daarnaast kwamen ze dan onder een auto. Met extra rasters wordt nu geprobeerd de dieren in de juiste richting te sturen.

Meer over