Strepen Fonsie!

Charles Bromet en Willem Vissers

Met veel plezier denk ik nog altijd terug aan een interview met Alfons Groenendijk van toch alweer zes jaar geleden. `Fons’ was op dat moment op de achtergrond actief voor het makelaarskantoor van Rob Jansen. Hij was columnist bij het prachtblad Johan, dat helaas ter ziele is gegaan. Én hij was assistent-trainer van Sparta.

Over die combinatie van activiteiten vertelde hij op 16 maart 2004, een dag voor de halve finale van de KNVB beker tussen Sparta en FC Utrecht.

Voorafgaand aan ons gesprek stond Groenendijk als laatste op het hoofdveld van Het Kasteel, waar de afsluitende training had plaats gehad, nog even vrije trappen met een onbedaarlijke vaart op doel te schieten. Steeds als de bal tegen het net zeilde, hupte Groenendijk in de hem typerende stijl tevreden naar de volgende klaarliggende bal.

`Fonsie staat weer lekker te strepen’, zei een toekijkende Sparta-fan op de tribune. `Het is wonderbaarlijk dat die wreeftrap er nog steeds inzit', reageerde hij zelf verheugd. Het plezier straalde er vanaf. En tijdens ons gesprek was dat ook het steeds terugkerende item: plezier hebben in het voetbal, in welke functie ook.

Woensdagavond – voorafgaand, tijdens en na afloop van de inhaalwedstrijd NEC – Willem II (2-1) – leek er niets meer over van de Groenendijk van 2004. Terwijl ik, pakweg een uur voor aanvang van het duel, in de gracht van het Goffert stadion even stond bij te praten met collega Bas Ticheler van NOS Langs de Lijn en persvoorlichtster Marij Peters van NEC, passeerde de huidige coach van Willem II haast geruisloos. Blik naar beneden, klaar om het veld te inspecteren.

Toen hij het veld weer afliep, stak hij nog even een hand op. Zijn gedachten waren uiteraard al bij de wedstrijd die de negende nederlaag voor Willem II zou betekenen in de laatste elf competitieronden. Zijn ploeg staat rotsvast op de 17de plaats, vijf punten boven RKC.

Àls Willem II al wat uitstraalde, dan was het een totaal gebrek aan zelfvertrouwen. In vijf minuten tijd besliste het allerminst indrukwekkende NEC de wedstrijd dankzij doelpunten van Zomer en Vleminckx.

Na afloop liep Groenendijk met een gekwelde blik door de catacomben. Op de persconferentie sprak hij nog wel strijdbaar. `Willem II is er nog lang niet uit, ondanks wat ik overal lees. En dat gaat ook niet gebeuren.’

`We missen spelers die het predikaat winnaars dragen’, voegde hij daar wat later nog aan toe. Die zijn momenteel geblesseerd. `Mentaal zijn we niet al te sterk, maar we mogen hier niet te lang bij stilstaan.’ Toen ik hem vroeg naar de toegenomen druk op zijn positie, zei hij quasi onverschillig: `Dat boeit me niet zo. Het gaat niet om Groenendijk, maar om Willem II. En met die druk ben ik geen seconde van de dag bezig.’

Als de Groenendijk van 2004 dat had gezegd, had ik hem direct geloofd. Nu zag ik slechts een inwendig kokende trainer die zichzelf moed trachtte in te spreken. Toen hij na afloop van de persconferentie terugliep naar de kleedkamer, voelde ik toch nog even de behoefte hem sterkte te wensen en de hand te drukken.

Met de blik naar beneden gericht mompelde hij iets van `dank je’. Zondag wacht de uitwedstrijd tegen FC Twente voor Willem II. Groenendijk heeft drie dagen de tijd om er tegen op te zien, als de club hem die tijd nog geeft. Misschien moet hij op het trainingsveld alle zorgen van dit moment weer eens van zich af `strepen’. Al was het maar als herinnering aan een zorgeloze tijd.

Charles Bromet

Meer over