Streep door de PUNK HISTORIE

De ware punker gruwt er van, maar Johnny Rotten haalt zijn schouders op. Hij zou niet weten waarom The Sex Pistols niet nog een keer op tournee kunnen, ook al gaat het louter om het geld....

GERT VAN VEEN

'Een zieke grap'

'Zakkenvullerij'

De reacties op de terugkeer van The Sex Pistols liegen er niet om, of het nu in kranten en tijdschriften is, of op een van de talrijke Internet-pagina's en praatgroepen op het Web.

'Het ultieme verraad'

Het is 's werelds bekendste en beruchtste punkgroep - na achttien jaar weer bij elkaar - nog één keer gelukt te choqueren. Dit keer zit niet de gevestigde orde op de kast, maar de eigen achterban: de oude punkers, voor wie de korte, heftige geschiedenis van de Londense groep het begin was van een muzikale revolutie, en een nieuw tijdperk in de popgeschiedenis. Hun oordeel: de vier Sex Pistols - zanger John Lydon (Johnny Rotten, zoals hij zijn punk-alter ego noemde), gitarist Steve Jones, drummer Paul Cook en bassist Glen Matlock - hebben hun ziel verkocht aan de duivel: het grote geld.

'Waarom niet?', was het laconieke commentaar van John Lydon, die alle mogelijke kritiek voor was door te zeggen dat het hem alleen om het geld was te doen. Een miljoen pond de man krijgen ze voor The Filthy Lucre Tour, die vandaag begint in Finland en overmorgen Engeland bereikt. In het Londense Finsbury Park zullen The Sex Pistols zondag optreden als slotact van een groot programma met onder anderen Iggy Pop en - eveneens punkers van het eerste uur - The Buzzcocks en Stiff Little Fingers. Het concert zal worden opgenomen voor een later te verschijnen live-album. Daarna gaat de groep de hele wereld rond, en zal zijn te zien op bijvoorbeeld het Roskilde-festival, in Parijs, Milaan, en zelfs Japan.

Dat een band weer bij elkaar komt voor een reünie-tour is op zichzelf niet zo bijzonder. Zo stonden de muzikanten van het legendarische Velvet Underground een paar jaar geleden voor het eerst sinds de sixties weer samen op het podium. Ook toen werd er flink wat gemopperd, maar dat valt toch in het niet bij de storm van kritiek die The Sex Pistols nu over zich heen hebben gekregen.

Een groot deel van de oude aanhang vindt dat met deze tournee de hele punkgeschiedenis in een ander daglicht komt te staan: het verhaal van vier jonge honden die de popwereld op zijn kop zetten en al weer waren verdwenen voordat iedereen was bekomen van die eerste klap. Dat de Pistols nu precies hetzelfde doen als de 'oude zakken' die ze ooit zo hartgrondig verachten, werpt een smet op de geschiedenis.

Toen The Sex Pistols twintig jaar geleden voor het eerst van zich deden spreken, waren ze de idolen van een jonge generatie, die zich afzette tegen alle verworvenheden van de sixties: de love & peace van de hippies, de virtuositeit van de jazz-rock en symfonische rock, die met zijn lang uitgesponnen instrumentale stukken en pronkerige soli mijlenver verwijderd was geraakt van de oorspronkelijke rock 'n' roll. De nieuwe generatie zocht nieuwe voorbeelden, en die vond ze in ieder geval niet bij de pop-elite - de zelfingenomen, poenerige sixties-sterren als The Stones en Rod Stewart; die waren inmiddels miljonair geworden, maar hadden muzikaal niets meer te melden.

Punk creëerde zijn eigen helden, en bracht de rock 'n' roll terug naar de plaats waar het vandaan kwam: de straat. Songs werden teruggebracht tot hun naakte essentie. Een korte, heftige energie-explosie zonder enige franje - hoe korter, hoe beter.

The Sex Pistols: de eerste grote punkband, een groep zoals de popwereld die nog niet eerder had gezien. Zanger en blikvanger was John Lydon, een mager jochie met een manische blik in de ogen dat zich Johnny Rotten noemde (zijn groene tanden waren verrot, volgens mede-Pistol Steve Jones). Zingen kon hij niet, maar de snerende toon waarmee hij zijn teksten uitspuwde, was precies wat manager Malcolm McLaren zocht.

McLaren, een voormalig kunstacademie-student die een fetisj-kledingwinkel (Sex) runde aan de Londense King's Road, was op zoek naar muzikanten voor een band waarmee hij zijn slag kon slaan in de grote popwereld. Hij had Lydon 'ontdekt' toen die over straat slenterde: zijn korte, piekerige haar was groen geverfd, maar minstens zo opvallend was het rafelige Pink Floyd T-shirt, met veiligheidsspelden aan elkaar gehouden, waarop hij met een viltstift I hate had gekladderd. Een plaats in de groep verdiende Lydon met een enkele auditie, die bestond uit het meezingen met een Alice Cooper-nummer dat uit de jukebox van Sex tetterde.

The Sex Pistols tekenden eerst bij het respectabele EMI (het label van The Beatles), maar na de eerste single Anarchy in the UK haakte de maatschappij af. Aanleiding was een tv-interview in het programma Today, waarin de groepsleden presentator Bill Grundy uitmaakten voor 'dirty fucking bastard' en 'fucking rotter'. De volgende dag was 'het schandaal' voorpagina-nieuws. In zijn in 1993 verschenen autobiografie Rotten vertelt John Lydon hoe de dronken Grundy voor de uitzending al ontzettend grof was geweest tegen de bandleden.

Ook een volgend platencontract, met A & M, was maar een kort leven beschoren. Rick Wakeman (bekend van de symfonische groep Yes) liet publiekelijk weten niet voor hetzelfde label platen te willen maken als deze 'talentloze herriemakers'.

De tweede single van de groep, God save the queen (and her fascist regime) was zo mogelijk nog controversiëler dan Anarchy in the UK. Rotten bundelde in de tekst ('a bunch of bitterness', zoals hij het in een recent interview noemde) al zijn woede en frustratie over de Engelse samenleving: 'God save the Queen, and her fascist regime/ that made you a moron, she ain't a human being. (. . .) There ain't a future in England's scene/ no future. . . no future.'

Het harde, agressieve en opwindende geluid van de eerste Sex Pistols-singles geldt nog altijd als een van de hoogtepunten van de jaren zeventig. Toch kostte het de groep grote moeite een maatschappij te vinden die met haar in zee durfde te gaan; de Pistols werden inmiddels geboycot door radio, tv en een groot aantal concertzalen.

Richard Bransons Virgin nam The Sex Pistols uiteindelijk onder zijn hoede. De groep - Sid Vicious had inmiddels de ontslagen bassist Glen Matlock vervangen - had toen al zoveel commotie veroorzaakt dat het debuutalbum Never Mind the Bollocks. . . Here's the Sex Pistols in november 1977 op de eerste plaats van de Engelse hitlijsten belandde.

Maar de sfeer van agressie en geweld die The Sex Pistols als een magneet leken aan te trekken, werd de groep al snel noodlottig. In januari 1978, tijdens de eerste Amerikaanse tournee, stapte Johnny Rotten op. Zijn laatste woorden op het Winterland-podium in Los Angeles: 'Ever get the feeling you've been cheated?'

Rotten voelde zich opgelicht en bedrogen door manager Malcolm McLaren, met wie hij al geruime tijd op voet van oorlog leefde. 'Het enige wat ons verbond was onze haat voor Engeland', zei McLaren in 1994 een interview met de Volkskrant. 'Verder lagen we altijd met elkaar overhoop.' De manager vond de zanger een onhandelbare lastpost. En Rotten moest niets weten van de manier waarop McLaren The Sex Pistols naar zijn hand probeerde te zetten met een verdeel-en-heers-politiek: hij zou de bandleden voortdurend tegen elkaar hebben uitgespeeld.

Na het vertrek van Rotten modderden The Pistols nog enige tijd door, en maakten ze onder meer een plaat met de naar Zuid-Amerika uitgeweken crimineel Ronnie Biggs, berucht om zijn aandeel in de Grote Treinroof (Engeland, 1963). Maar toen speelde de groep nauwelijks nog een rol in de grote punkbeweging, die over de hele wereld was geworteld.

Zo was er The Clash, die tegenover de vernietigingsdrang, het anarchisme en nihilisme van The Sex Pistols een politieke lijn stelde. Thema: de botsing tussen arm en rijk, de opstandige jeugd en de gevestigde orde.

Wat The Sex Pistols en The Clash gemeen hadden: beide bewezen ze dat je geen virtuoos muzikant hoeft te zijn om op een podium te gaan staan. DIY - Do it yourself - werd het motto van de punkgeneratie. De manier waarop duizenden jonge punkers een band begonnen, en vervolgens zelf eigen platen en fanzines uitbrachten, werd de basis voor het latere independent-circuit van de jaren tachtig. Zowel de onafhankelijke labels van de Engelse indie-pop als de Britse house- en techno hebben hun succes voor een groot deel te danken aan het pionierswerk dat in de punktijd is verricht.

In Amerika, dat met bands als The Ramones en Richard Hell & The Voidoids, ook een belangrijke bijdrage leverde aan de eerste punkgolf, bleef het genre tot ver in de jaren tachtig een ondergrondse stroming. Eerst met bands als X en Black Flag (met een jonge Henry Rollins), jaren later met groepen uit Seattle, zoals Nirvana, die begon als een echte punkgroep.

Echo's van de rauwe energie en agressie van de eerste punk zijn terug te vinden in zo ongeveer alle gitaarstijlen van tegenwoordig. Zo zijn The Red Hot Chili Peppers, Urban Dance Squad en Rage Against The Machine ieder op hun eigen manier schatplichtig aan de punk van de late jaren zeventig.

Vreemd genoeg vond de sound zoals die door bands als The Sex Pistols was geïntroduceerd, pas in de laatste paar jaar zijn weg naar het grote publiek, met het miljoenensucces van jonge Amerikaanse groepen als Green Day.

'Kleuterpunk', moppert de oude garde als de namen van bands als Pennywise of Green Day vallen. Alsnog is het de nieuwe punk voor het eerst gelukt wat in de jaren zeventig niet voor mogelijk werd gehouden: met groen en rood geverfde haren en een repertoire van korte, heftige herrie-nummers een miljoenenpubliek bereiken. Toch is John Lydon niet onder de indruk. 'Een aanfluiting', was zijn commentaar op de nieuwe punk. 'Ze begrijpen er niets van.'

De eerste generatie Engelse punkbands heeft geen profijt kunnen trekken uit de onverwachte populariteit van de neo-punk. De groepen die nog actief zijn, zoals Sham 69 en UK Subs, leidden tot voor kort een schemerbestaan in het b- en c-circuit van kleine achterafzaaltjes. Maar deze zomer hebben ze de krachten gebundeld voor een groot driedaags festival in Blackpool, Holidays in the sun, waar meer dan vijftig punkbands van het eerste uur zullen optreden voor dit 'twintigjarige punkjubileum'. Een van de bands die er in augustus niet bij zullen zijn is Siouxsie & The Banshees, die een paar maanden geleden bekendmaakten dat ze ermee ophielden.

Malcolm McLaren reageerde dit jaar uiterst negatief op de aankondiging van de reünie van The Sex Pistols, al zal hij misschien vooral jaloers zijn, omdat hij door de band buitenspel is gezet. (Lydon haat hem nog altijd vanuit het diepst van zijn hart. In Rottens autobiografie wordt hij afgeschilderd als een doortrapt, gluiperig zakenmannetje.)

Het Engelse New Musical Express, dat The Sex Pistols in 1976-'77 van harte ondersteunde, is nu helemaal in de ban van de 'Britpop' en toont zich bepaald cynisch over The Filthy Lucre Tour. In een parafrase op de grote Pistols-hit God Save the Queen sprak het grootste popblad van de wereld nu van God Save our Bankaccounts.

Geld mag de doorslag hebben gegeven, op het moment dat werd besloten opnieuw op tournee te gaan, waren de vier Pistols in ieder geval allesbehalve werkeloos. Paul Cook (39) drumt bij de in Engeland populaire zanger Edwyn Collins, Steve Jones (41) woont al dertien jaar in Los Angeles, waar hij - zonder veel succes - diverse bands opzette. Maar nu heeft hij dan een plaat op stapel staan met een groep die zich Neurotic Boy Outsiders noemt. Glen Matlock (39) heeft zojuist een album gemaakt voor het Creation-label (bekend van Britpop-helden Oasis), en John Lydon (40) heeft plannen voor een solo-plaat, nu zijn groep PIL ter ziele is.

Alleen Lydon heeft in de jaren negentig nog een Top-10-hit op zijn naam gezet in Engeland. In Open Up, een nummer dat hij opnam met de techno-groep Leftfield, bleek zijn scherpe 'sneer' nog even gemeen te klinken als in zijn hoogtijdagen met The Pistols. Met zijn eigen groep PIL (Public Image Limited) wilde het de afgelopen jaren steeds minder lukken. De plaatverkoop liep met elke volgende plaat verder terug, en de band wist ook muzikaal nauwelijks nog te boeien.

De Pistols-geschiedenis wordt nog altijd gekoesterd door een groot publiek, getuige bijvoorbeeld de honderden (!) Internet-sites - in felgeel en punkroze - die zijn gewijd aan de groep, met teksten, akkoordenschema's, interviews en bestelnummers voor tientallen (live-)bootlegs. Maar ook bij de meest hartstochtelijke fan overheerst de angst dat The Sex Pistols live anno 1996 zal uitdraaien op een lelijke kater. Zelfs de moeder van Sid Vicious, de in 1979 aan een overdosis overleden Pistols-bassist, mengde zich in de discussie. Haar zoon zou zich omdraaien in zijn graf, moet ze hebben gezegd (maar ze was kennelijk vergeten dat Vicious was gecremeerd, reageerde het Engelse popblad Q fijntjes).

Het optreden van vanavond in Finland moet dienen als generale repetitie voor London. Het zou niemand verbazen als de groep hechter en krachtiger klinkt dan ooit - Steve Jones: 'Ik kan diezelfde akkoorden nu beter spelen dan negentien jaar geleden.' Maar losgemaakt van de omgeving en het tijdperk waarin punk gebeurde, kunnen deze Sex Pistols toch weinig meer zijn dan een parodie op het origineel. Een oldies-act, artiesten die nog een keer hun punk-kunstjes doen. Een benefiet voor vier veertigers, die hiermee in een klap hun muzikantenpensioen bij elkaar spelen.

Dat zo'n tour in tegenspraak is met alles wat The Sex Pistols ooit hebben beweerd, is iets dat John Lydon weinig lijkt te kunnen schelen. Hij eist het recht op zichzelf te kunnen tegenspreken, is daar misschien zelfs nog wel trots op: 'Am I a walking contradiction?', vraagt hij zich af in zijn autobiografie Rotten. Het antwoord is ook precies wat je van zo'n 'wandelende tegenstelling' verwacht: 'Oh yes, I'm not.'

Meer over