Straks zijn musea iets meer de baas over hun gebouw

AMSTERDAM - Het is een veelzeggend moment uit de bekroonde documentaire over de verbouwing van het Rijksmuseum in Amsterdam. Directeur Wim Pijbes zit ontgoocheld achter zijn bureau, nog geen twee jaar na zijn aanstelling. Tal van zaken lopen mis en het lukt hem niet de weinig monumentale museumentree in de fietsonderdoorgang veranderd te krijgen.

'Wie is hier nou de baas?', vraagt hij zich af, om even later zelf het antwoord te geven: 'Niemand. Dus iedereen.' Pijbes heeft als huurder - het museumpand is eigendom van het Rijk - weinig macht om te beslissen. Bij de verbouwing zijn talloze partijen betrokken, maar geen van hen heeft de eindverantwoordelijkheid, klaagt de museumdirecteur.

Dat gaat veranderen. Binnenkort wordt hij meer baas over het gebouw waarin hij werkt. Minister Jet Bussemaker van Cultuur wil 17 rijksmusea vijf jaar lang de verantwoordelijkheid geven voor het onderhoud van hun gebouwen alvorens er een definitieve beslissing over te nemen. Het kabinet stemde vrijdag in met dit plan van de PvdA-bewindsvrouw.

Hierdoor kunnen de musea ook meer als 'cultureel ondernemer' kunnen functioneren, schrijft Bussemaker aan de Kamer. 'Musea kunnen straks zelf keuzes maken over het onderhoud, over de afstemming van bouwactiviteiten op de museale activiteiten en over wie zij contracteren om deze taken uit te voeren. Bovendien kunnen musea, door de vele raakvlakken tussen behoud en beheer van de collectie en het vastgoed, een goede investeringsafweging maken', aldus de minister.

Behalve het Rijksmuseum gaat het onder meer om het Van Gogh Museum (Amsterdam), Mauritshuis (Den Haag), Kröller-Müller Museum (Otterlo), Scheepvaartmuseum (Amsterdam), Naturalis (Leiden), Nederlands Openluchtmuseum (Arnhem) en Paleis het Loo (Apeldoorn).

Opvallend genoeg heeft Bussemaker niet gekozen voor een nog verdergaand scenario: de overdracht van de gebouwen aan de musea, zodat die niet langer huurder zijn, maar eigenaar. Het voordeel daarvan zou zijn: minder geschuif met geld. Een groot deel van de subsidie die het Rijk aan de musea uitkeert, gaat op aan de huur die via de Rijksgebouwendienst weer door het Rijk wordt geïncasseerd. In haar brief schrijft de minister dat de musea geen voorkeur hadden voor eigendomsoverdracht.

Het probleem is, zegt Erik van Ginkel, zakelijk directeur van het Rijksmuseum, dat er dan veel geld naar de musea had moeten vloeien. 'Er was helemaal geen geld om de financiële risico's die daaraan kleven, af te dekken. We laten het risico liever bij het Rijk.'

Niettemin is hij tevreden over het bereikte compromis, al nam het behoorlijk veel tijd. 'Tijdens de verbouwing maakte het gedeelde opdrachtgeverschap de situatie niet helderder. We zijn veel slagvaardiger als we zelf de aannemer kunnen aansturen in plaats van de Rijksgebouwendienst. Dit zijn zeer specialistische gebouwen, die als het ware onderdeel zijn van de collectie. Meer zeggenschap is precies wat we willen. Nu moeten we eerst de kosten van het gebouw in kaart brengen. We kunnen niet van de ene dag op de andere het beheer overnemen.'

undefined

Meer over