Straks ga je me ook nog vertellen dat Komrij homoseksueel was

Beeld Gabriël Kousbroek

Ik vier mijn 55ste geboortedag in een restauratiewagen van de Portugese Spoorwegen en schiet vol van het vorstelijk transport: de in stemmig grijs geklede revisor knipt mijn kaartje dat het een lieve lust is, de restaurateur prepareert zingend mijn tosti en de wc is zo schoon dat ik mijn lunch van de bril eet. Kom daar maar eens om in het moederland!

Op het station van Coimbra wacht Arie Pos, die ik liefkozend de hagiograaf van Gerrit Komrij noem. 'Is er nog nieuws van het front, Aar? En kom nou niet weer met oubollige onthullingen die ik allang ken.'

Pos schraapt zijn stem: 'Ik heb een gewichtige mededeling, Tunho! In het gemeentearchief van Winterswijk vond ik een incunabel waaruit blijkt dat Gerrit niet in een kippenhok maar in een kribbe is geboren.'

'Nou, pop, daar zeg je me wat. Straks ga je me ook nog vertellen dat Komrij homoseksueel was.'

Al koutend zoeven we door het besneeuwde gebergte naar Vila Pouca da Beira waar Charles Hofman en zijn hondjes staan te wachten bij de poort. Ik moet slikken: toen ik met vijf honden van Zuid-Amerika naar de Oude Wereld moest vliegen - een helse operatie - kreeg ik voortdurend boodschappen van Gerrit die zich heel bezorgd maakte over mijn beessies.

De ontvangst is als een warm bad. Charles en Arie drinken mijn champagne op en de sappigste roddels vliegen over de worst en kaas. 'Arie, engel, die anekdote moet je ook niet vergeten op te schrijven hoor, dat die griezel van een Siebelink bij ons langs-kwam in Mokum. Er werd gescheld en Ger keek door het spionnetje. O, het is de Nederlandse Letterkundige Sieb, zeg maar dat ik er niet ben, Charles. Ik gaf de boodschap door en Siebeltje keerde onverrichter zake naar huis. Toen ik weer boven kwam, zei Gerrit schaterend dat de stumperd een fles wijn achter zijn rug verborg toen hij mij aansprak.'

Tijdens mijn jaardagdis in wildrestaurant De IJsvogel fluistert Arie: 'Frans Kellendonk, dát was pas een valse nicht. Ik ben erachter gekomen dat hij als geheim rapporteur van het Fonds der Letteren jarenlang voorkwam dat Gerrit subsidie kreeg voor zijn Shakespearevertalingen.' Charles: 'Toch is Ger altijd hoffelijk gebleven tegen die enge toffelemoon die altijd vreselijk slijmde als hij ons tegenkwam.'

'Het was mij lang niet onverschillig, Charles', zeg ik als ik 's anderendaags snotterend afscheid neem. Het is fijn om weer een thuis te hebben.

Meer over