Strafwerk

De oudste rechtbankverslaggever van Nederland, Jack Kooistra (81), gaat met pensioen. De rechtspraak is niet meer wat het geweest is. 'Gefingeerde namen, ik heb zo'n afgrijselijke hekel aan al dat anonieme gedoe.'

De mens heeft hem altijd geboeid, en dan vooral de mens die 'stout' is geweest. 'Mevrouw Kaloe, ik zie haar nog staan. Een bloedmooie vrouw met een prachtig gewaad, als ik haar aankeek werd ik verblind. Ze had haar kerel de keel afgesneden. Jarenlang was ze door hem mishandeld. Een paar keer heeft ze gezegd dat hij dat niet moest doen, anders zou ze maatregelen nemen. En dat heeft ze gedaan.'

Juist de mensen die er heel gewoontjes uitzien, zijn tot veel in staat. Met 43 jaar ervaring in de rechtszaal kom je daar wel achter. Nu gaat de 81-jarige journalist Jack Kooistra, de oudste rechtbankverslaggever van Nederland, met pensioen. Half november verlaat hij het Friesch Dagblad. Met de overstap van de krant naar tabloidformaat kwam zijn vaste rechtbankrubriek een half jaar geleden te vervallen. 'Ik zie er geweldig tegenop dat ik moet stoppen.'

Kooistra was journalist voor de Volkskrant, De Telegraaf en het ANP, voordat hij naar het Friesch Dagblad ging. Naast rechtbankverslaggever staat Kooistra bekend als jager op oorlogsmisdadigers. Thuis heeft hij een archief van elf meter lang. Kooistra speurde vanaf de jaren zestig naar Nederlandse nazi's. Hij wist uiteindelijk ongeveer honderd oud-nazi's en collaborateurs te traceren, onder wie Nederlandse SS'ers als Klaas Epskamp, Adolf de Man en Gerardus Weimar. In 2005 besloot hij ermee te stoppen.

Fingerspitzengefühl

Elke ochtend om half negen gaat Jack Kooistra met schrijfblok, rechtbankrol en drie pennen, altijd drie pennen, naar de rechtbank in Leeuwarden. Hij heeft er dan al een halve dag opzitten. Om vijf uur gaat de wekker voor zijn vaste duurloop. 'Vanmorgen maar zes kilometer.' Tot half één zit hij bij de politierechter. 'Noem het mensenkennis of fingerspitzengefühl, zodra verdachten worden binnengevoerd door de politie weet ik al: oh, die heeft tbs-oogjes. Ik sla de plank eigenlijk nooit mis.'

Als klein jongetje wilde hij rechter worden, of, liever nog, officier van justitie. Geen advocaat, 'want dan moet je een januskop hebben'. Het kwam er niet van. 'Oorlog, dus het werd de mulo', zegt Kooistra. Maar het werd toch iets in die richting. Hij was een tijdlang scheidsrechter in het betaald voetbal en maatschappelijk werker. 'Ik heb nooit tegen onrecht gekund.'

Toen hij op de sportredactie van het Friesch Dagblad zat, kwam er een positie vrij als rechtbankverslaggever. Zijn collega kon de rechtszaken over verkrachting, aanranding en mishandeling van bejaarden geestelijk niet meer verwerken. 'Vreselijke zaken kom je tegen. Zelf heb ik daar nooit last van gehad. Ik stap de rechtbank uit, maak mijn stukkie voor de krant en ben het verhaal kwijt.'

Toch was er één zaak waar Kooistra twee nachten niet van kon slapen. De 9-jarige Digna van der Roest uit Groningen was anderhalf jaar vermist toen ze - vermoord en misbruikt - gevonden werd. Ton en Hannie P., zijn vrouw, werden in 1982 veroordeeld voor de seksmoord op het meisje. 'Haar hoofd hadden ze met een spade doorklieft. Ik zag het de hele tijd voor me. En moet je je voorstellen, ik ben nog in militaire dienst geweest in de tropen bij de dienst berging en identificatie waar ik letterlijk honderden stoffelijk overschotten door mijn handen heb zien gaan. Maar kinderen hè, dat is anders.'

Voor dat soort delicten zou de doodstraf moeten gelden, vindt Kooistra. 'Daar ben ik felle voorstander van, waarschijnlijk door al die jaren in de rechtszaal. Ik heb het nooit kunnen verwerken dat een meervoudig moordenaar tbs krijgt en een paar jaar later weer vrolijk over straat loopt.' Dat was in zijn beginjaren als journalist wel anders. 'Ik heb nog meegemaakt dat je voor het stelen van een zak aardappelen een half jaar gevangenisstraf kreeg. Maar ja, toen kwam de flowerpowertijd. Kreeg je een glaasje melk als je je moeder had omgelegd. Wat heb ik me daarna geërgerd.' Nu zijn de straffen weer fors aangehaald. 'Gelukkig.'

Lekker uit de losse pols, zo schrijft Kooistra het liefst. 'Een beetje Telegraaf, ik spiegelde mij aan misdaadverslaggever Eric Koch. Ik houd niet van geijkte terminologie. Je moet altijd net anders schrijven dan een ander.' Was er een ambtenaar van de provincie dronken opgepakt, dan schreef Kooistra dat hij 'op Koninginnedag een lang defilé van oranjebitters aan zich voorbij had laten gaan'. Een prostituee die zwanger was geraakt had 'aan het veelvuldig snoepen van verboden vruchten een vleselijke herinnering overgehouden'.

Niet iedereen kon zijn bijzondere taalgebruik waarderen. 'Die oranjebitters hebben tien abonnees gekost. Over die prostituee schreef dominee Kwast een brief van tien kantjes.' Dan moest hij op het matje komen van de hoofdredactie en wilden ze dat hij zijn artikel aanpaste. 'Of ik meer ANP-achtig kon schrijven, was de wens.' Want het Friesch Dagblad was lange tijd een keurig CDA-milieu. Op de krant waren ze doodsbenauwd voor de rechtbank, dat er iets niet weggevallig zou zijn. 'Maar dan flikkerde ik het stukkie gewoon weg.'

In de houding

De afstand tussen de rechterlijke macht, het Openbaar Ministerie en de balie is in de loop der jaren veel kleiner geworden. 'Er was een tijd dat je halt en front moest maken als er een rechter passeerde in de gang: in de houding tegen de muur om hem door te laten gaan. Dat verdomde ik. Tutoyeren was toen onwaarschijnlijk en de advocatenkamer betreden was heiligschennis.'

Het verkrijgen van informatie uit de wandelgangen is ook moeilijker geworden. 'We mogen niet meer in het restaurant komen. Vroeger zat je daar aan tafel met leden van het hof, en ja, dan je hoorde wel eens wat. Dan maakte je een deal dat jij het als eerste kreeg als je eerst even je mond hield.'

Kooistra vindt het je reinste onzin dat verdachten tegenwoordig alleen met initialen worden aangeduid. 'Een 43-jarige man uit Leeuwarden, dan is het hele verhaal toch weg?' Vroeger werd de naam voluit opgeschreven. 'Kijk er de krant van 1946 maar op na.' En in het buitenland gaat het nog steeds zo. Onder druk van 'links', de advocatuur en de reclassering is het allemaal voorzichtiger geworden, meent Kooistra.

'Gefingeerde namen en balkjes in foto's, ik heb zo'n afgrijselijke hekel aan al dat anonieme gedoe. We vergeten een ding: criminaliteit is onderdeel van onze samenleving, onze rechtspraak is openbaar. Maar dat zie je niet terug.'

Jack Kooistra heeft zijn bezoekjes aan de rechtbank bewust afgebouwd. Het afgelopen jaar geen middagzittingen meer, geen grote zaken, geen uitspraken. 'Anders ben je er te veel mee verbonden. Een collega van een andere krant donderde na zijn pensioen in een enorm zwart gat.'

Zijn opvolger Goos Bies is 'een keurige jongen'. Maar hij zal het moeilijk krijgen. 'Rechters en officieren kennen mij. Je hebt een stuk wederzijds vertrouwen opgebouwd.' Bies zal vooral de grote zaken volgen, en waarschijnlijk geen verhalen meer over de politierechter. Kooistra: 'Dat vind ik ongelofelijk jammer. Juist in die kleine verhalen kom je alles tegen. Daar ligt het leven.'

CV Jack Kooistra

1930 Geboren in Zwaagwesteinde, Friesland

1957 Begin journalistieke carrière; freelancer voor onder meer de Volkskrant en De Telegraaf

1968Freelance journalist voor verscheidene media in Noord-Nederland

1985 Vast dienstverband als rechtbankverslaggever Friesch Dagblad

undefined

Meer over