Straf kan ook zinvol zijn als boef weer in de fout gaat

Op de modieuze opvatting dat het straffen van boeven niet zinvol is, is gelukkig wel wat af te dingen, betoogt H....

'DE gevangenissen zitten niet vol omdat het helpt, maar om de normen te handhaven.' Deze mededeling kwam op 28 april voor in een bijdrage aan Forum van de hand van strafrechtsgeleerde Tom Schalken. Zij is zowel feitelijk onjuist, als innerlijk tegenstrijdig.

Dat straffen in het algemeen, en gevangenissstraffen in het bijzonder niet helpen - als zij al niet een averechts effect hebben - behoort tot de 'opinions chic' van nogal wat strafrechtjurisen. Zij vindt haar oorzaak in de constatering dat er nogal wat delinquenten zijn die telkens weer recidiveren.

Een groot deel van de klassieke delicten wordt gepleegd door een relatief kleine groep van daders, die met grote regelmaat doen wat God en de wet verboden hebben. Maar daaruit volgt niet dat straffen niet helpt, alleen dat 'speciale preventie' als strafdoel niet of nauwelijks werkt voor een belangrijke groep van zeer hinderlijke delinquenten.

'Speciale preventie' houdt in dat wij de dader van een delict persoonlijk een les proberen te leren. Maar omdat bij de huidige stand van zaken de pakkans en de kans op een gevoelige veroordeling gering zijn, wordt die les hen slechts in een groot aantal keren geleerd, waarbij al die andere delicten justitieel onbelast blijven.

Voor wie eenmaal de slag te pakken heeft, blijkt misdaad een bepaald lucratieve onderneming. In die treurige stand van zaken valt nauwelijks verandering te brengen zolang wij niet bereid zijn onze samenleving in een politiestaat te veranderen. En dat zijn wij om begrijpelijke redenen niet.

Toch blijven rechters straffen opleggen zodra wij weer eens de kans krijgen. Al helpt dat niet, de normen moeten gehandhaafd worden, zo troost Schalken ons. En gelijk heeft hij: als wij zelfs die verhoudingsgewijs weinige keren dat wij de kans krijgen, daders van misdrijven ongestraft zouden laten, zou het strafrechtelijk normbesef van alle burgers eroderen, en zouden nog maar weinig reden zien om niet ook een graantje mee te pikken in de markt van misdaad en bedrog.

Op sommige gebieden van het recht is dat al zo: bij de deelname aan het verkeer en het betalen van de belasting zien we nog maar weinigen reden om zich aan de normen te houden nu die zo massaal overtreden worden. Maar bij andere zaken - zoals inbreken, straatroof en geweldpleging - is het gelukkig nog niet zo ver. Bij die zaken gelden voor de meeste mensen de normen nog steeds.

Als dat een juiste voorstelling van zaken is, dan is 'het handhaven van de normen' niets anders dan 'algemene preventie' als strafdoel. Door de plegers van dit soort delicten te straffen telkens als wij de kans krijgen, maken wij weliswaar weinig kans om henzelf een les te lezen, maar slagen wij er blijkbaar nog steeds in om die anderen opnieuw in te prenten dat wie zoiets doet, risico loopt om door de rechter aan de norm herinnerd te worden. Dat de meeste burgers dat risico overschatten, kan maar beter een goed bewaard geheim blijven.

H.F.M. Crombag is hoogleraar aan de juridische faculteiten van de Universiteit Maastricht en de Universiteit Antwerpen.

Meer over