Straatwerker

Frans (43) werd in 2012 dakloos en verkoopt sinds een jaar de Amsterdamse daklozenkrant Z! bij een supermarkt ergens in de hoofdstad. In wind, kou en regen. Over de beroepsstrategieën van de straat.

'Ik ben kort achter elkaar twee keer mijn huis kwijtgeraakt. Daarna was ik blut en stond op straat. Toen mijn baas dat hoorde, was ik ook mijn baan kwijt. Hij zegt dat ik ontslag heb genomen. Dat is niet waar, maar nu heb ik geen cent, geen uitkering, niets. Op straat terechtkomen, dat gaat makkelijker dan je denkt. Eraf komen, dat is pas lastig.


'Voor mij en al die honderden andere verkopers is de daklozenkrant Z! een uitkomst. Ik werk zes, soms zeven dagen per week van half tien tot zes. De topdagen zijn vrijdag en zaterdag. Dan moet je zeker bij je supermarkt staan. Zondag is niks. Dat is de dag dat alle koopjesjagers de nieuwe reclamefolder komen halen. Die laten jou links liggen. Waardeloos.


'Als je Z! wilt verkopen moet je een tbc-foto laten maken, dat je geen tuberculose hebt. Je krijgt op een papiertje waarop staat wat je allemaal niet mag doen voor de winkel: geen drugs, geen alcohol. Logische dingen dus. En ze hebben een kaart van Amsterdam met alle standplaatsen van de Z!-verkopers. Daarop kun je zien waar een plaats vrij is. Dat krijg je je pasje, je koopt je krantjes in en gaat staan.


'In het begin verdien je bijna niets. De klanten moeten je leren kennen. Je moet altijd vriendelijk zijn. Ik zeg tegen iedereen goedendag en tot ziens. Of ze een krantje kopen of niet. Nooit dat krantje proberen op te dringen. Er is op mijn plein een Marokkaanse man, die weet niet hoe het werkt met die krantjes. Geeft me altijd een dubbeltje. Daar ben ik net zo blij mee als een ander.


'Het is een heel sociaal vak. Je praat met iedereen. Je moet zorgen dat je mensen herkent, vragen hoe de vakantie was, of die sollicitatie. Vooral oudere mensen willen een praatje maken. Je bent voor hen een luisterend oor. Hun kinderen hebben geen tijd meer voor ze. Ze zijn vaak alleen. Boodschappen doen is hun dagelijks verzetje.


'Er zijn een paar dingen die je absoluut niet doet als je voor een supermarkt staat te verkopen. Niet gaan bellen - ja ik heb een mobiel, iedereen heeft een mobiel - niet eten, zeker niet drinken. Roken is ook niet goed voor de omzet. Klanten en het personeel, er zijn altijd mensen die dat vies vinden.


'Mensen denken dat ik 's middags met een zak geld wegga. Dat is niet zo. Hoeveel ik omzet, houd ik voor me, maar het is heel krap. Wij krijgen die krantjes niet gratis, maar kopen ze in voor 1 euro 10 per stuk. De verkoopprijs is 2 euro. Als ik naar huis ga met tien euro, heb ik er nog niet eens vijf verdiend. Je moet voorzichtig inkopen. Je mag vijf krantjes teruggeven - de rest is je ondernemersrisico. Dus ik koop voorzichtig in.


'Ik sta het liefst buiten, dat verkoopt beter. Alleen als het giet van de regen en je handel nat wordt, ga ik in de entree staan. Maar als mensen daar een praatje willen maken, blokkeer je de loop. En dat is waar het hier over gaat, niet over verkopen, maar over het contact. Dat maakt dat mensen je die twee euro gunnen. We praten over van alles. Problemen, het weer. Soms laat iemand mij een half uur lang al zijn vakantiefoto's zien.


'Kerst is de beste tijd van het jaar voor ons. Dan willen mensen graag een goede daad doen. Het nadeel is dat ze heel januari en februari zuinig doen. En die crisis is een ander ding. Het eerste waar ze op bezuinigen, is de Z!-verkoper. Ja, ik kan het ze niet kwalijk nemen. Maar moeilijk is het wel.


'Ik huur een kamer in de stad. Die mensen weten niet dat ik kranten verkoop. Dat houd ik zo. Geen namen, geen foto's. Ik sta op een plek in de stad waar ik geen bekenden tegenkom. Niemand hoeft te weten hoe ik geld verdien. Ik ben bezig een echte woning te krijgen, een uitkering en dan solliciteren. Ik wil terug.


'Wij, de verkopers, ruziën eigenlijk nooit om de beste plekken. Je hebt je vaste stek. Als iemand op je plek gaat staan, kun je een klacht indienen bij de coördinator van de stichting Z. Het gebeurt niet vaak, want het is ook niet zo dat je in een dure buurt meer verdient dan in volkswijk. Eerder omgekeerd.


Mensen die veel geld hebben, geven niet graag geld weg. Een bankdirecteur die een biefstukje komt halen bij de AH, is vooral bezig om nog meer geld te verdienen, die geeft het niet aan jou. Het verschil in omzet zit hem in wie je bent, hoe sociaal je je opstelt. Altijd vriendelijk zijn. Zorg dat ze je leren kennen. Hallo Frans, hoe is het? Soms moet je wat over jezelf vertellen, maar niet te veel. En er elke dag staan. Af en toe een uurtje staan, dat werkt niet. Je moet er altijd zijn.


'Ik scheer me, ik zorg dat ik er verzorgd uit ziet. Dat hoort bij mij. Sommige verkopers zien er minder netjes uit. Ik weet niet wat meer krantjes verkoopt. Ieder heeft zo zijn eigen stijl. Vrouwelijke verkopers zijn zeldzaam, volgens mij zetten ze niet meer krantjes om dan ik. Het komt niet aan op je uiterlijk in dit vak. Je moet jezelf kunnen zijn, ik ben van nature een sociaal type.


'Wij verkopen minder krantjes dan een paar jaar geleden. Door de crisis, maar ook doordat vanwege het pinnen mensen geen geld op zak hebben. De stichting Z heeft het moeilijk. Het krantje komt nog maar eens in de drie weken, in plaats van om de twee. Als Z! niet bestond, wist ik even niet hoe het moet. Bedelen mag niet, en dat zou ik ook nooit willen. Ik wil werken, voor mij is een manier om weer op de rails te komen.'


Z!, de Amsterdamse daklozenkrant, euro 2,-. Nummer 6 van jaargang 20 verschijnt 21 maart.

Meer over