Straat aan flarden

Een plant, knuffels, een heggenschaar, een fiets. En een grote berg puin. Dat is alles wat rest van de Nachte gaalstraat in het Enschedese rampgebied....

Het dierbaarste bezit van Jasper Distelbrink en Manon Bruinsma, tot 13 mei jongstleden woonachtig op Nachtegaalstraat 20 in Enschede, is een armetierig seringenboompje dat in een plastic kuip op het balkon van hun nieuwe flat staat. Manon: 'Dat was een cadeautje van Jasper. Het stond middenin in de tuin. Het was het enige dat er nog stond.'

Irene de Jong van Nachtegaalstraat nummer 6 heeft ook een zwaar gehavend plantje kunnen redden. 'En een blikken kannetje dat ik ooit in Cuba heb gekocht. Een ding van niks.' Aydan Mutlu van nummer 2 en Gerda Verbeke van nummer 16 hebben een knuffel teruggevonden. Ilse van Rooijen heeft een onderdeel van een computer in haar zak gestoken dat ze vond onder het puin van haar huis op nummer 3. 'Zo van: tja.'

Jan Calis, voormalig bewoner van nummer 15, heeft een heggenschaar en een glazen asbak overgehouden, de kinderen van de Indiase Ramesh Kumari die op nummer 5 woonden, kwamen terug met de drinkbak en - fles van konijn Wiki. Wiki zelf is gesmolten, zegt de tienjarige Sangeed laconiek. Yousif Hadad vond wonder boven wonder de fiets van zijn zoon Alaa vrijwel onbeschadigd terug tussen de puinhopen. 'Een rode. Net nieuw. Van Neckermann.'

Een plant, knuffels, een heggenschaar, een fiets. En een grote berg puin. Dat is alles wat rest van de Nachte gaalstraat in Enschede, tot de vuurwerkramp van 13 mei 2000 een van de allerlevendigste straatjes van Enschede. De leukste straat van de wereld, aldus bijna iedereen die er woonde. Het is nu een kale vlakte.

Na de vuurwerkramp werd het volledig verwoeste wijkje naast de Grolschfabriek omschreven als een asociaal buurtje, waar de mannen onder hun auto lagen en

's avonds met kratten bier op de stoep zaten. Een 'echte' volksbuurt, heette het. Maar zo was de Nachtegaalstraat helemaal niet, zeggen de voormalige bewoners.

De werkelijkheid is veel kleurrijker dan de clichés willen. Wie een vergrootglas zet op de Nachtegaalstraat ontdekt een microkosmos van naast elkaar levende culturen. Op nog geen twintig adressen woonden zeven nationaliteiten: Turks, Marokkaans, Thais, Iraans, Iraaks, Indiaas en Nederlands. Ieder met zijn eigen verhaal over de straat en dé ramp.

Een volksbuurt was de Nachtegaalstraat ooit, in een grijs verleden, zegt Atze Veltman (48), tot de ramp de langst zittende bewoner. Hij kwam als zesjarig jochie naar Enschede met zijn vader die in de Twentse textiel ging werken. De huizen stamden uit 1924, maar waren opgeknapt. 'Voor die tijd waren het mooie huizen. Wij hadden een echt doortrektoilet. Dat was heel wat.'

De vaders van de Nachtegaalstraat werkten in de textielfabrieken van de Menko of de Bamshoeve, of bij de Grolsch. Al vroeg kwamen ook de eerste buitenlanders in de straat. Het gezin Akdaz betrok vijftien jaar geleden nummer 21. Vader Mehmet werkte bij de Bamshoeve die op hetzelfde terrein stond als later de ontplofte vuurwerkopslag.

Zijn zoon ønal (20) groeide op in de Nachtegaalstraat, waar hij uren voetballend doorbracht. 'Wij waren de eerste Turken in de straat. Maar het was echt een leuke sfeer. We hebben geen dag problemen gehad.' De kinderen van Mehmet hebben het ver geschopt vanaf de Nachtegaal straat. ønal studeert commerciële economie. Zijn oudere broer Mustafa is gynaecoloog in Rotterdam. Hussein, een andere broer, leert voor arts in België.

Irene de Jong (52) van nummer 6 hoort ook tot het meubilair van de straat. In 1979 kwam ze uit Suriname naar de de 'Nachtegaalboulevard', zoals ze de straat noemde, omdat hij zo breed was. 'Ik was er meteen verliefd op.' Irene was de vraagbaak van de buurt. Ze zat in de huurcommissie, maakte zich sterk voor de buurt. In de beginjaren dat ze er woonde, was het één grote kliek. 'Om tien uur bij elkaar op de koffie, we kwamen allemaal op elkaars verjaardagen.'

Maar dat werd gaandeweg anders. In de jaren zeventig en tachtig kreeg de textiel klappen. Mehmet Akdaz werd na 23 jaar trouwe dienst in de wao geschoven. Oude bewoners trokken weg, nieuw volk kwam. Buitenlanders vooral. Het straatleven werd minder, de gordijnen zaten vaker dicht.

Sommigen hadden daar moeite mee. Atze Veltman niet. 'Natuurlijk botste het wel eens. Maar ik vond het nooit erg.' Atze droeg zijn steentje bij aan het multiculturele bouwwerk van de straat door zijn aanstaande vrouw Ladda Kholakham (40) en haar zoon Chainarong (13) uit Thai land te importeren.

Bij jongere mensen was de buurt in trek, zegt Ilse van Rooijen (35). Zij betrok elf jaar geleden nummer 3. En daar heeft ze moeite voor moeten doen, benadrukt ze. 'Het was een gewild buurtje. Lekker overal dichtbij, vlakbij het centrum.' En de huisjes waren leuk. Een halletje, een L-vormige woonkamer, een uitbouwtje met wc en toilet, 'zo krap dat je je benen moest intrekken', en drie kleine kamertjes onder het dak. Flinke tuinen.

Wat wil je nog meer, zegt Manon Bruinsma (27), student muziektherapie aan het conservatorium in Enschede. Voor Manon en haar vriend Jasper Distelbrink (28), account manager van internetbedrijf Surfnet in Utrecht was Nachte gaalstraat 20 het paradijs.

Ze woonden er bijna een jaar. 'Het was een mooi oud straatje. Levendig, altijd kinderen op straat. Er stonden bomen en de straat was belegd met klinkertjes die ratelden als iedereen op maandagavond zijn vuilnisbak buiten zette. Als het in Amsterdam had gelegen, was het een yuppenstraatje geweest.'

Maar de laatste paar jaar, zeggen de meesten, werd het verloop wel erg groot. De buurt stond op de nominatie om gesloopt te worden voor de bouw van dure Vinex woningen. Mensen begonnen naar wat anders om te zien.

Voor sommigen werd de Nachtegaalstraat een tussenstation. Zoals voor de Iraakse familie Hadad op nummer 12. 'Het was geen slecht huis', aldus vader Yousif (47), een kunstschilder die in 1997 het bewind van Saddam Hussein ontvluchtte. 'Maar wel klein', zegt zijn vrouw Susan (46), lerares wiskunde en handenarbeid. Zeker voor een gezin met twee grote dochters en een zoon. Ze zaten te wachten op wat groters.

Maar een probleemstraat was het zeker niet, benadrukt Gerda Verbeke (43) bozig. 'Onzin. Het was juist een ontzettend leuk buurtje.' Gerda zocht na haar scheiding een jaar geleden een huis voor zichzelf en haar dochters Willemijn (11) en Marieke (5). Ze heeft gevochten om in de Nachte gaal straat te mogen wonen. 'Eigenlijk kwam ik er niet voor in aanmerking. Maar ik wilde per se, omdat mijn ex-man, de vader van Willemijn, er al woonde.' Die ex is Jan Calis, werkloos filosoof, bewoner van nummer 15.

En ondanks alle wisselingen bleef de buurt redelijk hecht. Het speeltuintje op de hoek na nummer 20 was het centrum voor de kinderen. Chai voetbalde met de Chinese Kin Sing Ko van nummer 8. Moeder Ko, die meestal alleen was omdat haar man in Duitsland werkt, liep de deur plat bij buurvrouw Irene. 'Jij bent onze moeder', zei ze altijd. Ladda, de bruid van Atze Veltman, zat op Nederlandse les met de Iraanse vrouw van nummer 11.

Ilse de Jong was etante' voor de kinderen van haar Indiase buurvrouw Ramesh Kumari. Alaa Hadad bracht de Tubantia rond in de buurt. Zijn zus Raya knikkerde met de kinderen Ko en Sangeed Kumari, met wie ze in dezelfde klas zat. De kinderen van Mustafa Korkmaz op 21, die in een kippenslachterij werkte, lagen regelmatig over de vloer bij Aydan Mutlu op nummer 2.

'Het was als een boeket met bloeiende bloemen', aldus Yousif Hadad poëtisch. 'Ik vond dit een voorbeeld van hoe verschillende culturen probleemloos naast elkaar kunnen leven', zegt Gerda Verbeke. 'Daarom is het zo jammer dat het weg is.'

De dag van 13 mei 2000 staat gebrand in het geheugen van alle bewoners van de Nachtegaalstraat. Ieder weet nog precies waar hij of zij was toen het onheil zich over de straat uitstortte. Ilse van Rooijen was het verste weg. Zij was op vakantie in Hammamet, Tunesië, en hoorde pas zondag dat haar huis was weggevaagd.

Irene de Jong was in Amsterdam. De kinderen Ko zaten op scouting, moeder Xiu Juan Zhang Ko had ze weggebracht en ging op de terugweg langs bij haar schoonzus, aan de rand van wat later het rampgebied zou worden. Manon Bruinsma was in de stad. Mustafa Korkmaz was boodschappen doen. Willemijn Verbeke was naar de repetitie van een musical, zusje Marieke was bij haar vader.

Atze Veltman, die onderhoudsmonteur is bij Polaroid, kwam uit de nachtdienst. Hij had zoals elke zaterdag zijn moeder bezocht. 'Om drie uur zei ik tegen Ladda: maak jij het eten klaar, dan ga ik even een pilsje drinken.' Atze ging naar een café op de Mekkelholtseweg, even verderop. 'Ik zat aan mijn tweede pilsje toen mijn vrouw kwam aanfietsen. De papierfabriek staat in brand, zei ze. Ik keek naar buiten en zei: ach, dat waait wel over, de wind staat de goede kant op. En anders hou je het huis maar nat met de tuinslang. Dat was voor de grap, natuurlijk.'

Gerda Verbeke was in de tuin van haar ex Jan Calis toen het vuurwerk begon. Jan was aan het tuinieren, Gerda wilde een recept voor een salade. Toen de eerste pijlen de lucht in vlogen, liepen ze de straat op. Gerda: 'Ik zei nog tegen Jan: goh, wat zal Willemijn balen dat ze dit gemist heeft.'

Ook Jasper Distelbrink liep de straat op om te kijken, net als de dochters van Hadad. De Turkse families Kork maz, Akdaz en Mutlu waren thuis. Aydan Mutlu: 'Wij zaten achter het huis, mijn moeder was op bezoek. Ik dacht nog: dat is vast een of andere gek. Er is toch niets te vieren.'

Een half uur na de eerste knal nam het vuurwerk wat af. Gerda en Jan liepen terug. Jan ging de tuin weer in, Gerda maakte een babbeltje met Youssif Hadad, die voor zijn huis stond. Susan Hadad, die met haar gezin de bombardementen op Bagdad meemaakte, was misschien wel de eerste die onraad voorvoelde.

'Ik zei tegen Youssif: haal de meisjes terug, ik vertrouw het niet.' Vanaf dat moment ging alles heel snel. De tweede harde knal zaaide paniek in de straat. Youssif: 'Mijn vrouw werd heel bang. Zoek de meisjes, riep ze. Ik rende de straat uit, richting Tollenstraat.' Maar halverwege werd hij verrast door de derde, allesvernietigende klap, die hem ineen deed krimpen.

Op het moment dat de derde klap viel, was Atze Veltman met de fiets onderweg naar huis. Het geknal had hem toch ongerust gemaakt. 'Op de Kievitstraat kwam ik mijn vrouw tegen. Onder het bloed.' Het was verschrikkelijk, zegt Ladda. 'Ik stond in de keuken. Ik wilde wegrennen, maar de stenen schudden.'

'Ik dacht: ik ga dood. Buiten drukte ik me tegen een muur. Naast mij stond een moeder met een kind. Het viel uit haar handen en kreeg een grote steen tegen zijn hoofd. Dood. Heel erg.' Atze wilde terug naar zijn huis, maar Ladda trok hem mee. 'Heel verstandig, achteraf.'

Jasper was voor de grote klap een stukje linksaf de Roomweg ingelopen. 'Ik dacht: daar kan ik het beter zien.' Dat was wellicht zijn redding, want daarmee bleef hij net buiten bereik van de ergste verwoesting. Niet iedereen had zoveel geluk. 'Ik zag een man in de goot liggen in een plas bloed. Ik wist niet of hij dood was, ik wist ook niet wat ik moest doen.'

Gerda Verbeke was na de tweede klap met haar hond Roef in de hoek bij de keuken gedoken. 'Toen kwam de derde. Alles vloog in het rond. De hond rukte zich los, het werd pikdonker.' Toen de muurkast boven haar naar beneden dreigde te komen, zette ze het op een lopen, de achterdeur uit.

Op straat liep ze tegen de auto op van de familie Akdaz. Ze zaten met zijn zevenen in de open rode auto van zijn broer, zegt ønal Akdaz. 'Vraag me niet hoe, maar de buurvrouw sprong er nog bij in.' En weg waren ze.

Mustafa Korkmaz, die terugkwam van boodschappen doen, probeerde juist bij zijn huis terug te komen om vrouw en kinderen te zoeken. 'Mijn vrouw stond met mijn zoontje voor de deur. Maar ik kon Meryem en Keziban nergens vinden. Ik heb overal gezocht, zelfs onder de bank. Misschien hebben ze zich verstopt, dacht ik.'

Hij werd door de politie weggestuurd. Later bleken Keziban en Meryem ongedeerd. Meryem was op bezoek bij de familie Mutlu die ook net op tijd was weggekomen door een regen van stenen en vuur.

Ramesh Kumari zat onderwijl verstijfd van schrik in haar huis, met haar vriend en de kinderen. Ze werd naar buiten gehaald door Gisela de Jong, de zus van buurvrouw Ilse, die de twee hondjes van haar zus kwam redden. 'Naar buiten, riep ze. Weg hier. Ik huilde. Ik durfde niet.'

Terwijl de straat in brand vloog, deed Jan Calis van alles en nog wat. 'Ik stond in de tuin en ineens kwam vuur naar beneden. Ik rende naar binnen, de trap op omdat ik dacht dat ik boven veilig zou zijn. Maar ook daar vloog van alles tegen me aan. Een tijdje zat ik bovenaan de trap te bibberen. Shit, wat kan ik hier slecht tegen, dacht ik nog.

'Op een gegeven moment liepen er mensen door mijn huis. Daar werd ik wakker van.' Jan liep de straat over om Gerda te zoeken, maar die was al weg. In een flits zag hij Gerda's buurman Yousif Hadad op het dak staan met een schaal water in een poging het vuur te blussen. Yousif, die vergeefs naar zijn dochters had gezocht, was in een impuls het dak opgegaan.

'Susan stond beneden te schreeuwen dat ik naar beneden moest komen. Maar ik hoorde haar niet.' De politie, die even later langskwam, drong wel tot hem door en maande hem weg te gaan. Yousif sprong met vrouw en zoon in de auto. 'Die lag vol glas, maar hij startte in één keer. 'Merce des, goede auto.' Toen hij terugwilde om Chanel en Raya te zoeken, ging de mobiele telefoon. Zijn dochters. Ze zaten veilig bij een Nederlandse vrouw.

Jan Calis liep intussen terug naar huis om zijn portemonnaie op te halen en een fles melk te pakken uit de ijskast. 'Ik had dorst.' Daarna stak hij de straat weer over om de hond Roef te halen die nog in Gerda's huis zat. Samen liepen ze de straat uit. 'Toen ik wegging had ik zoiets van: Shit, de hele Nachtegaalstraat gaat eraan.'

Hij zat er niet ver naast. De straat is verzwolgen door het vuur. De huizen tot aan de speeltuin zijn met de grond gelijk gemaakt. Er staat geen steen meer op de andere. De veelkleurige God van de Nachtegaalstraat heeft een raar spel gespeeld. De huizen zijn verwoest, maar de bewoners zijn als door een wonder ongedeerd gebleven. Stom geluk, zegt Jasper Distelbrink. Niks geluk, meent de gelovige Aydan Mutlu. 'Onze tijd was nog niet gekomen.'

De bewoners zijn verspreid over heel Enschede. Ze missen elkaar. 'Op de Nachtegaalstraat kon ik goed alleen zijn. Maar hier voel ik me héél alleen', zegt Ramesh Kumari die een huis kreeg in een buitenwijk. Velen kampen met naweeën. Irene de Jong heeft moeite zich onder de mensen te begeven. 'Ik heb last van straatvrees. Zo was ik nooit. Ik was altijd van lang leve de lol. Ze hebben mijn ziel weggenomen.' Manon Bruinsma heeft bij het eerste onweer heel erg haar best moeten doen om zichzelf ervan te overtuigen dat het echt onweer was. Ilse van Rooijen is huilerig, depressief. Haar basis is weg. 'Ik ben erg ziek geweest. Ik was er net weer bovenop aan het komen, had een nieuwe baan, zat goed in mijn vel. De straat was mijn comfort zone.'

De eenjarige Metehan Korkmaz heeft een week in het ziekenhuis gelegen. Gerda Verbeke is nog twee katten kwijt. Chanel en Raya Hadad kunnen zich slecht concentreren. Raya: 'Als ik probeer te leren moet ik meteen aan de ramp denken.' Vader Yousif doet zijn best de zaak in de hand te houden. 'Maar het gaat niet. Wij komen uit een land met grote problemen en willen hier opnieuw beginnen. En ineens is alles weg.' Zijn liefste wens is dat ze tot Nederlander worden genaturaliseerd. 'Dat zou een grote steun zijn.' En een nieuwe krantenwijk voor zoon Alaa.

De jongste dochter van Aydan Mutlu heeft tot twee weken na de ramp geen woord gezegd. 'Ze wou niet spelen, niks.' Ladda Kholakham zit regelmatig 's nachts rechtop in bed. Atze Veltman is vooral woest. 'Ze hebben 42 jaar levensgeluk weggemaaid.'

De toekomst is ongewis. Ondanks de verzekering dat de wijk weer opgebouwd zal worden, willen velen niet meer terug. Nooit, zegt Aydan Mutlu. 'Mijn jongste zegt: daar liggen bommetjes. Leg maar eens uit dat zoiets maar één keer gebeurt.' Als je teruggaat word je elke dag weer aan de ramp herinnerd, zegt Mustafa Korkmaz zacht. 'In een nieuwe buurt kunnen we misschien vergeten.' Voor Jan Calis heeft teruggaan weinig zin. 'Het wordt toch niet meer zoals het was.' Alleen Atze Veltman wil per se terug. Hij heeft zich opgegeven om mee te praten over de wederopbouw van de wijk, die minstens twee jaar gaat duren.

Jasper en Manon denken met weemoed terug aan hun paradijsje. Maar in twee jaar kan een hoop gebeuren, zegt Jasper. Eén ding hebben ze besloten: ze gaan trouwen. Manon: 'We stonden op de puinhoop van ons huis en realiseerden ons dat we alleen elkaar nog hadden. Als dat geen goede aanleiding is.' Ze hebben ook een boomchirurg laten komen om naar de sering te kijken. 'Die redt het wel, zei hij.' Er komen alweer blaadjes aan.

Meer over