Stoppen voor rood licht is in Amerika de gewoonste zaak van de wereld

Waarom hebben wij dat niet? Jan Tromp, correspondent in New York, merkt dat het openbare leven er zo prettig is, omdat mensen zich, anders dan in Nederland, aan de regels houden..

Buiten de stadscentra in Amerika, langs de stoeploze dreven van de voorsteden, kom je maar weinig verkeerslichten tegen. In plaats daarvan staan op elk kruispunt stopborden, een rood fond met daarop in heldere witte, kapitale letters het woord STOP - je moet van goeden huize komen wil je oom agent aan z'n neus hangen dat je niet begreep wat er stond.

De borden staan overal; hoe weids het uitzicht op het kruispunt ook mag zijn, het gebod luidt STOP. Een kruising die deze naam amper verdient, meer een zandweggetje is dat een karrenspoor snijdt: STOP. Vijf zijstraatjes die over een afstand van 150 meter vijf keer non-descripte woonblokjes ontsluiten? Vijf keer STOP.

De beste manier om deze belachelijke bureaucratie af te straffen is met je Hummer vol gas en met gesloten ogen het kruispunt te nemen.

Het eigenaardige is dat ze stoppen. Allemaal en overal. Allemaal stoppen ze, de Hummer en de Cooper, de rapper en de dominee. En onder stoppen moet inderdaad worden verstaan dat het voertuig tot volkomen stilstand wordt gebracht. Het is doorgaans maar voor een fractie; in de wijde, wijde omtrek is geen concurrerende weggebruiker te bekennen, waarom zou het ook, het is drie uur in de nacht, in dit gebied geldt vanwege het gerucht van aanslagen een uitgaansverbod, de bevolkingsdichtheid is hier nul komma nog wat, Monica Lewinsky is op de televisie - kan allemaal niet schelen, het staat er helder en duidelijk: STOP.

In New York moet je bijna emigreren om nog te kunnen roken. Thuis mag je van je vrouw sowieso niet roken, maar daarin staat New York niet alleen. Op kantoor mag je ook niet roken. In scholen en ziekenhuizen geldt een streng rookverbod. In bioscopen, muziekzalen, theaters, restaurants, cafés, nergens wordt een sigaret opgestoken.

Bij sneeuw en vorst zie je ze blauwbekkend op de trappen van hun kantoorpaleizen. Haastig hebben ze een jas aangeschoten en nu staan ze in een kluwen en stilzwijgend diep te inhaleren. Als de kou het wint van de verslaving schieten ze een lange peuk uit hun vingers en haasten ze zich naar binnen.

Wie in Amerika zich niet aan de regel houdt, is in overtreding. Bij ons is dat nog maar de vraag.

Dat lineaire van de Amerikaanse school heeft natuurlijk zijn nadelen, maar dit stukje is bedoeld om aandacht te vragen voor de voordelen. Ten minste één reuzenvoordeel ligt voor het opscheppen: het openbare leven is een stuk aangenamer. Er wordt minder gescholden dan in Nederland. Er is aanzienlijk minder rotzooi op straat. Mensen zijn geneigd in de kleine dingen rekening te houden met elkaar.

Vanaf het moment dat de goed geklede, blanke vrouw met haar donkere kindje de wachtkamer binnen kwam van de groepspraktijk van kinderartsen, begon buiten aan West End Avenue een hond te blaffen.

Haar hond.

Na een kwartier van onophoudelijk blaffen - het begon te klinken als kermen - verscheen de doktersassistente: de conciërge van hiernaast had laten vragen van wie dat beest was.

De assistente ontfermde zich over de kleine, de aangenomen moeder verdween naar buiten. Tien minuten later was ze terug. Je mocht hopen dat ze op kwam met klapwiekende vleugels en stoom uit de oren. In plaats daarvan was ze vol lof over zoveel toewijding. Dat het zo zielig was, een beest alleen, en of hij zo lang voor Hond mocht zorgen, had de conciërge gevraagd.

Er is heel veel wellevendheid op Manhattan.

Natuurlijk wordt uiteindelijk elk resultaat in civiel gedrag bepaald door de individuele mentaliteit. Maar waar je tot je verrassing achterkomt als je een tijdje in de VS woont, is hoezeer het stellen van de regel de goede mentaliteit bevordert.

Er is in New York veel politie op straat, veel meer dan in Amsterdam. Toch is het niet zo dat achter elke boom een agent schuil gaat. Dat hoeft ook niet om prettig gedrag te stimuleren. In de miljoenenstad New York met dat zogenaamde hyperindividuele publiek houden mensen elkaar veel meer in de gaten dan in, pak weg Overijssel. Het komt doordat ze geholpen worden door de helderheid van de regels.

Ook in Nederland kennen veel gemeenten de regel dat de eigenaar van Hond de stront van Hond moet opruimen. Maar bij gebrek aan handhaving van de regel moet je als burger sterk en moedig zijn, wil je er iets van zeggen. Voor de meeste van ons is een vervaarlijk 'waar-bemoei-je-je-mee, eikel' dichtbij.

We hebben de oplossing van het probleem moeilijker gemaakt door 'hondenuitlaatplekken' en erger nog, 'hondentoiletten' te maken. Een argeloos gebracht 'ik-dacht-dat-het hier-mocht, in-dit-land-mag-langzamerhand-niks-meer' ligt voor de hand.

In New York geldt de regel dat de regel de regel is, altijd en overal. Dus zie je hier volwassen huisvaders bij tientallen met hondenriem in de ene hand en in de andere een plastic zakje over straat gaan. Hond mag overal schijten, zolang baasje nadien maar door de knieën gaat en met zijn vrije, in plastic gehulde hand de smerigheid opruimt.

Het is een vreselijk gezicht, je kunt er niet lang naar kijken, deernis en verachting vechten om voorrang, maar het resultaat mag er zijn: de straten en parken op Manhattan zijn schoon. Dat is prettig en maakt het leven tot een geringere last.

Want wee het baasje dat zich aan de regel onttrekt - dat is het punt dat nog gemaakt moet worden. Hij loopt een kleine kans tegen een agent aan te lopen en een boete van honderd dollar te krijgen. Maar de kans dat een wandelaar of zelfs een oud vrouwtje hem aanspreekt, is aanzienlijk. Aangezien het gênanter is door een oud vrouwtje tot de orde te worden geroepen dan door een politie-agent, gaan baasje en Hond nimmer naar buiten zonder plastic zakje.

Waarom hebben wij dat niet?

Alles begint bij handhaving van de regel. Eerst komt de norm, dan de moraal.

Politici moeten dus voorop gaan. De norm stellen, dat is hun vak. Ook in Amerika valt veel aan te merken op politici. Maar vaklui zijn het zeker.

Meer over