Stof

Na de Croc en de Birkenstock wist ik zeker ik dat ik nooit meer een typische zomerschoen zou vinden die mij zou bevallen. Ik had ze allemaal gehad en was ze allemaal gaan haten, omdat typische zomerschoenen, hoe verliefd je er ook op kunt worden als je door een warme Spaanse straat loopt en je je tenen in alle vrijheid voelt bewegen, bij nader inzien altijd ontzettend lelijk blijken te zijn - ik heb het nu ook over de Teva, de jezussandaal en de goede oude plastic waterschoen.

Maar toen kocht ik deze zomer een paar Toms. Toms, ik zal het er meteen bij vertellen, zijn espadrilles voor snobs. Nuchtere mensen kopen hun espadrilles natuurlijk gewoon bij een mediterrane supermarkt, in een fijne effen kleur of met een leuk streepje, en die dragen ze af tijdens hun vakantie, zodat de schoenen aan het eind gereduceerd zijn tot een stukje katoen met een los klosje touw eronder, waarna ze ze met een gerust hart kunnen weggooien. Ze kostten immer ook maar 5 euro bij de Carrefour.

Toms kosten 80 euro. Toms zijn, toch ook, stukjes stof op stukjes touw. Weliswaar zit er een inlegzooltje in, maar verder bestaan ze uit exact dezelfde basismaterialen waaruit espadrilles al eeuwen zijn opgetrokken. Er is een verschil: op de achterkant, bij de hiel, zit een klein plakkaat vastgenaaid waarop in stijlvolle kapitalen 'TOMS' staat. Het zijn dus merkespadrilles, wat ze anders maakt dan supermarktespadrilles, wat het prijsverschil van 75 euro verklaart.

Gelukkig is er nog iets met Toms. Voor elk paar dat er wordt verkocht, krijgt een kind in de derde wereld ook een paar. In de derde wereld - ik ben er al een tijdje niet geweest, maar het moet zo zijn, want er staan vrolijke foto's van op de doos van mijn Toms - lopen schattige, verder vrij schaars geklede kinderen met net zulke merkespadrilles als ik. Dankzij mij. En anderen.

Daar hield ik me aan vast, als iemand vroeg naar mijn schoenen. 'Leuke espadrilles.' 'Dank je.' 'Waar heb je ze gekocht?' 'In een soort surfwinkel.' 'O, ga ik ook even kijken.' 'Ze kosten wel 80 euro.' 'WAT?' 'Ja. Maar in de derde wereld heeft een kind een paar schoenen gekregen omdat ik deze kocht.'

Dan keek ik nog maar eens naar de foto's van de kinderen op mijn schoenendoos. Ze leken blij met hun schoenen. Maar waarom gaf Tom, de uitvinder van dit alles, eigenlijk niet tíén paar schoenen weg voor elk verkocht paar? Voor die heerlijke omzet van 80 euro konden er toch een hoop kinderschoentjes van touw en katoen vervaardigd worden, wellicht in een ander derdewereldland?

Maar zo mocht ik niet denken. Tom was het genie en de wereldverbeteraar, en ik was de idioot met espadrilles van 80 euro.

WiBra

undefined

Meer over