Stilleven met fraaie koekjes die respect afdwingen

Je gaat het pas zien als je het doorhebt. Wieteke van Zeil over opmerkelijke en veelbetekenende bijzaken in de beeldende kunst. Deze week: koekjes.

null Beeld RV -
Beeld RV -

Toen ik vorige maand bij de tentoonstelling Hyperrealisme in de Kunsthal was, die helaas net is gesloten, werd ik even naar 1985 teruggeworpen. In een recent schilderij van Roberto Bernardi waarop vijf potten en een plastic bakje vol snoep staan, viel er één ding op dat ik niet meer gezien of geproefd had sinds ik kind was: een lange groene strip vol gekleurde kauwgomballen, als knikkers op een rij onder doorzichtig plastic. Je kan ze stuk voor stuk uit de strip drukken. Ik weet nog het geluid van dat openmaken en hoe ik het plastic vervolgens wilde terugdeuken, en de smaak van die ballen; kort zoet, dan droog en vervolgens als rubber. Bellen kon je er niet mee blazen.

Osias Beert, Stilleven met oesters, wijn en lekkernijen

1610-1620; olieverf op paneel; 53 x 73 cm

National Gallery of Art, Washington, VS

Te zien t/m 25 juni in de tentoonstelling Slow Food in het Mauritshuis, Den Haag

www.detailsofart.com

null Beeld image courtesy National Gallery
Beeld image courtesy National Gallery

Zoetigheid is van al het eten, vermoed ik, het meest geschikt om iemand te doen tijdreizen naar een moment of plek uit het verleden. Misschien omdat zoets doorgaans speciaal is - je eet het weinig en bij gelegenheden. Bij sommige momenten hoort speciaal zoetigs. De geur en smaak van taaitaai en pepernoten brengen meer Sintgevoel naar boven dan de verkleed-Sint en -Piet die van vroeger. In Italië horen er bij sommige naamdagen - dagen dat naamgenoten samen een beetje jarig zijn - ook zoetigheden, zoals Zeppole bij San Giuseppe op 19 maart, een soort ronde of kruislings gevouwen donuts.

Osias Beert legde op zijn vroege stilleven druiven en vijgen, en marmelade in een spanen doosje dat we nu vooral voor Dim Sum gebruiken, en op twee schalen weelderig snoep. In het midden liggen gesuikerde noten en zaden, zoals kaneelstokjes, dragees van amandelen en anijs, en op dit detail heeft hij koekjes geschilderd als grote juwelen in een porseleinen schaal. Echt liefdewerk van de patissier: een koekje in de vorm van een zeester, gevuld met een zachte pastei van misschien spijs of marsepein, zo'n ruit die eruit ziet als boterzachte noga en prachtig versierde rondjes. Je ziet niet vaak snoep op oude stillevens, dit is een van de mooiste: zo fraai gemaakt, dat het respect afdwingt en dus maar heel spaarzaam wordt genuttigd. Kijken en misschien ruiken speelden een even grote rol.

Anne Lenders heeft in de catalogus bij de tentoonstelling Slow Food een mooi stuk geschreven over de herkomst van de spullen op tafel in de eetstillevens en beschrijft recepten voor taarten uit een kookboek uit 1612, vlak voor dit schilderij werd gemaakt, waarin amandelen, dadels, vijgen en rozijnen werden verwerkt. Koekjes waren voor de bovenklasse, en dat is niet zo raar want alle ingrediënten kwamen van ver. Suiker werd uit Madeira, West-Afrika en Brazilië gehaald. Kaneel, lees ik op de kenniswebsite over de VOC, groeide in deze tijd alleen in het wild in Sri Lanka, dat daarvoor speciaal werd veroverd op de Portugezen door onze gezellige Hollanders. De VOC won jaarlijks tussen de 0,2 en 1 miljoen pond kaneel, bestemd voor de Europese markt. Amandelen en anijs kwamen uit Zuid-Europa, cacao uit Brazilië. Sommige koekjes werden met goud versierd, wat je hier op het kleine vierkantje in de ster kunt zien, maar ik heb geen idee hoe en of dat met echt goud is.

En anders dan echte juwelen, die in die tijd door mannen en vrouwen graag werden gedragen, werd zoet meteen met vrouwen geassocieerd. In het kookboek uit 1612 staat tenminste dat als je veel vrouwen te gast hebt, je vooral dan moet zorgen voor een tafel vol koekjes. Ik zou zeggen: om mooie herinneringen te creëren.

Meer over