Stiekem roken is nóg leuker

Op een feestje rond een zwembad in Los Angeles, dertien jaar geleden, ontdekte ik tussen de bosjes een groepje mensen....

Roken op straat was verboden in Beverly Hills. In een afgesloten auto mocht het wel, maar niet op voetpaden en parkeerplaatsen. De agenten kwamen er niet helemaal uit of het op de fiets zou mogen, maar het was gevaarlijk, want ik moest mijn handen aan het stuur houden. Bovendien horen fietsen thuis op de boulevard langs het strand.

Nu, jaren later, gaat Nederland het eerste stapje maken naar een verbod op nicotine: reclame voor tabak wordt verboden. Binnen de Unie volgt Nederland hierin Engeland.

Thatcher en Major waren allerminst geneigd de reclamewereld en de handel ook maar iets in de weg te leggen, al was tabak een heikel punt. Ook veel conservatieve Engelsen haalden de neus op voor roken in het openbaar. Zij waren de eersten om de Amerikanen daarin na te volgen.

Roken werd verboden in de bioscopen, in bussen en in de metro. Reclame werd aan banden gelegd. Er mochten geen gezonde, vrolijke, jonge mensen meer gebruikt worden in advertenties. Geen beloften, alleen maar waarschuwingen, verder was alles best.

De vrolijke, jonge, maar stevig rokende mensen van de reclamewereld hadden genoeg zelfvertrouwen. De metro van Londen werd behangen met gigantische posters. Daarop een stuk zijde met een scheur. Iedereen wist: Silk Cut, zonder een letter te lezen of een sigaret te zien. Close-ups van goud, in welke vorm dan ook, bleken genoeg te zijn om een ieder te herinneren aan Benson & Hedges.

Mocht een achterlijke niet onmiddellijk doorhebben wat geadverteerd werd, dan hoorde hij het wel op kantoor, of aan het einde van de dag, wachtend op het perron. Tabak werd een publiek geheim dat exclusief leek voor de slimmeriken. De verkoop steeg. Het succes van de Londense reclamejongens kregen internationale erkenning, tot meerdere glorie van Thatchers beleid; censuur had geleid tot commercieel succes.

De regering deed er nog een schepje bovenop door exorbitante belasting te heffen op sigaretten, waardoor ze voor velen werkelijk te exclusief werden. Sigaretten werden de obsessie van de werkende klassen en de werklozen. Ze weigerden hun gewoonten op te geven, puur en alleen omdat de conservatieven hun geen rokertje gunde.

De rijken konden sigaretten wel betalen. Nog altijd roken heren sigaren in de club en privé na de koffie. De armen rookten sigaretten om de honger te onderdrukken. Hoe duur ook, een saffie was het laatste dat ze wilden opgeven. Roken werd een teken van verzet tegen de regering.

Veel arbeiders hadden gehoopt dat Labour verlichting zou brengen, maar de sigaretten zijn nog altijd even duur. Labour had zich voor de verkiezingen al gerealiseerd dat rebelleren alleen zin heeft als je in de oppositie zit. Eenmaal aan de macht, moet je autoriteit uitoefenen en het goede voorbeeld geven. Blair rookt niet. Als Blair het niet opneemt voor het rokende proletariaat, ziet Kok de noodzaak er ook niet van in. Moderne socialisten zijn blijkbaar tegen tabak.

Toch zal het nooit helemaal lukken rook uit te bannen. De gewoonte lijkt misschien een ongezonde mode van de laatste paar eeuwen, maar in feite leven we voor het eerst in de geschiedenis in een tamelijk rookvrije omgeving. De mens heeft zich van aap tot mens ontwikkeld doordat hij de macht had over vuur. Miljoenen jaren hebben onze voorouders geleefd in tenten, hutten, grotten en huisjes waarin een vuur brandde dat alles en iedereen onder walmde. De roet was nog veel kankerverwekkender dan sigarettenrook.

De mens gaat al zo lang met vuur om dat we genetisch zijn aangepast. In een dierentuin in Zuid-Afrika zijn chimpansees verslaafd aan nicotine, in het wild is de mens de enige die met vuur omgaat en rookt. Alleen wij leven zonder vacht in elk klimaat.

Er zijn pijpen opgegraven in prehistorische terpen in Denemarken. In Zuid-Europa zijn ze gevonden, in Engeland en in China. Het roken van allerlei kruiden had vaak een medische, of een religieuze reden, of diende, zoals bij de Scythen in de vijfde eeuw voor Christus, om stoned te worden. Of het ging om een combinatie van de drie factoren.

Wierook had oorspronkelijk een religieuze functie. In het Midden-Oosten werden koningen gewijd in een walm van wierook. Deze luxe werd eerst overgenomen door de minder religieuze Grieken, tot uiteindelijk elk feestje in de Romeinse provincies blauw zag van de geurstoffen. En dat in ruimten zonder schoorsteen.

Pas toen de Germanen het Romeinse Rijk ten val brachten en de Romeinse bouwtechniek toepasten op hun eigen klimaat, kwamen er schoorstenen. Eerst alleen in grote burchten, maar in de loop der Middeleeuwen kregen steeds meer houten huisjes een stenen haard.

Bijna leek het alsof rook verbannen was naar de kerk, waar heilige wierook hing, en de keuken, waar voedsel gerookt werd om het te conserveren. Overigens is het eten van gerookt of geschroeid voedsel net zo ongezond als rook inademen. We kunnen dan ook verwachten dat zulk voedsel over een paar decennia wordt verboden.

Op 28 oktober 1498 zagen de reisgenoten van Columbus voor het eerst hoe de indianen op Cuba sigaren van tabak rookten. Columbus had de bladeren al een paar maal van de indianen cadeau gekregen, zonder te weten wat hij ermee moest. In 1513 ontdekten de Spanjaarden in Florida de tabakspijp. De sigaret (losse tabak gerold in maïspapier) zagen zij bij de Azteken van Mexico, in 1518.

Het is een wonder hoe snel tabak zich daarna over de wereld heeft verspreid. Van Scandinavië tot in zwart Afrika en van Siberië tot in Zuid-India, werd binnen een eeuw overal tabak gerookt. Reclame was voor die spectaculaire verspreiding niet nodig. Overal begonnen mensen meteen gretig te roken.

Tegelijkertijd was er veel verzet tegen tabak. Hendrik VIII van Engeland bestrafte rokers met de zweep. Paus Urbanus VII excommuniceerde hen. Sjah Abbas van Perzië liet rokers de lippen afsnijden. Tsaar Michael hakte van nicotineverslaafden de neus af. In Siberië werd roken bestraft met onthoofding. In Japan stond op de handel in tabak levenslang.

De Hollanders blonken uit in een levendige tabaksindustrie en waren overal ter wereld te herkennen aan de rookwalmen uit hun pijp. Nog steeds is Nederland een van de grootste exporteurs ter wereld van sigaren. Het is dus niet merkwaardig dat de Nederlanders traag zijn in het verbieden van tabak. Opmerkelijker lijkt het dat de hele anti-rookhetze is begonnen in Amerika, waar tabak vandaan komt.

Het tij is echter al gekeerd. Amerika begint weer te roken. Sterren als Madonna, Claudia Schiffer, Linda Evangelista, James Wood en Matt Dillon, evenals de band Red Hot Chili Peppers, laten zich fotograferen met sigaren in de mond.

In Beverly Hills werd een paar jaar geleden de Grand Havanna Room geopend. Dit zeer deftige restaurant voor sigarenrokers (nu ook veel vrouwen) werd snel beroemd. De sigaren van de leden worden bewaard in honderden humidors, cederhouten kastjes bekleed met kostbare materialen.

Overal in Amerika schieten sigarenbars uit de grond: ze zien er uit als moderne proefruimten, of als een klassieke Engelse club. Sommige lijken op Franse restaurants, vele hebben een Latijns tintje: obers met opgerolde mouwen.

Steeds vaker worden er sigarenfeestjes georganiseerd. Als de gasten op de foto gaan, zetten ze een zonnebril op alsof ze Havanna's roken, de beroemde sigaren uit Cuba die nog steeds niet mogen worden geïmporteerd.

Sigarenhandel Hajenius in Amsterdam is erg verheugd over de nieuwe interesse voor sigaren in de VS. Allerlei beroemdheden komen de winkel aan het Rokin binnen en de verkoop blijft stijgen. Hajenius heeft achter in het fraaie pand een soort proeverij en een museumpje ingericht. Een aantal beroemde Nederlanders heeft er al een humidor staan: prins Bernard, mr. A. Moszkowicz, Ans Markus. 'Tja', zegt Dick Nooy, senior-verkoper van Hajenius: 'Door het te verbieden, werd roken weer interessant en exclusief.'

De fabrikanten van sigaretten hebben ook door dat tabak helemaal geen reclame nodig heeft. Door reclame kunnen rokers van het ene merk op het andere overgaan, maar door het verbieden van alle reclame neemt het totale sigarettengebruik juist toe. Vooral onder de jeugd - voor de sigarettenindustrie de belangrijkste doelgroep. Veel mensen houden later in hun leven op met roken, maar jongeren die beginnen, houden de markt in stand. Maak roken spannender en de jeugd wil het proberen.

Nu zijn posters van cowboys met een sigaret in de mond nauwelijks opvallender dan advertenties voor waspoeder, maar binnenkort zullen deze affiches veel geld waard worden. Tieners willen ze vast op hun kamer.

Mensen zullen altijd blijven roken, in exclusieve privéclubs, stiekem in de kinderkamer, of op de fiets tussen de uitlaatgassen van auto's. De aantrekkingskracht van rook is te groot. Het zit ons in de genen.

Meer over