Stiefbroer eist zijn deel

MET HET COMPLEXER WORDEN VAN DE GEZINSSTRUCTUUR NEEMT DE KANS OP RUZIE OM DE ERFENIS TOE. DOOR HANNO BAKKEREN..

In stiefrelaties is gedonder om een erfenis eerder regel dan uitzondering, weet notaris en hoogleraar erfrecht Martin Jan van Mourik. De kinderen zijn boos omdat pa er met een nieuwe, tien jaar jongere vrouw vandoor is gegaan, mijden het nieuwe gezin inclusief tweede leg als de pest, en als vader dan plotseling doodgaat, beseffen ze met een schok dat ze nooit meer een kans zullen krijgen om al die frustratie uit te spreken.

Maar het oude zeer zit diep, en bij gebrek aan zondebok bijten ze zich vast in de verdeling van zijn erfenis. Van Mourik: ‘Niet zelden komen ze hier met het schuim op de lippen de praktijk binnenstormen, vastbesloten om geen centimeter toe te geven.’ Aan Van Mourik en zijn collega-notarissen de schone taak om als bliksemafleider te fungeren en de partijen op één lijn te krijgen. Meestal lukt dat, steeds vaker ook niet.

Uit een recent onderzoek van de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie blijkt dat veel notariskantoren hebben te kampen met ruziënde erfgenamen. Meest genoemde redenen zijn losser wordende familiebanden, mondigere burgers, een groeiend aantal stiefrelaties, grotere nalatenschappen en het ontbreken van een testament. Broers en zussen zijn nog altijd de grootste ruziemakers, op de voet gevolgd door achtereenvolgens stiefouders, halfbroers en -zussen, langstlevenden en neven en nichten.

Het grote aandeel van stiefouders en halfbroers en -zussen onder de querulanten doet notarissen het ergste vrezen. Zij vermoeden dat er dankzij het grote aantal echtscheidingen in de laatste decennia nog een hoop ellende in de pijplijn zit. Hoe losser de familiebanden, hoe groter de kans dat een van de erfgenamen zich achtergesteld voelt.

De grootte van de erfenis is in Van Mouriks praktijk weinig bepalend voor de kans op ruzie, de diepte van de frustraties des te meer. En anders dan bij een gewoon zakelijk verschil leidt de mix van geld en emotie bij een erfenis al snel tot een explosief mengsel. Voorkomen is beter dan genezen, maar zelfs een goed en gedetailleerd testament is niet zaligmakend.

Als een van de erfgenamen de erfenis aangrijpt om oude rekeningen te vereffenen en zijn kont tegen de krib gooit, maakt dit de afwikkeling van de boedel tijdrovend en duur. Een gewone afwikkeling kost zo’n zes maanden, de afwikkeling van een ruzieboedel al snel twee tot drie jaar. Van Mourik: ‘Sommigen maken het zo bont dat er door alle notaris-en advocaatkosten niets meer te verdelen valt.’

Alle afwikkelingskosten komen in principe ten laste van de te verdelen boedel, en zo verliest dus iedereen. Alleen als er aantoonbaar sprake is van chicaneren, krijgt de eigengereide querulant een persoonlijke rekening thuis.

Achterdocht en wantrouwen zijn de belangrijkste bronnen van ruzie. Bij de boedelverdeling regent het bijvoorbeeld opeens verdachtmakingen over vroegtijdig verdwenen erfstukken. Ook onduidelijk geadministreerde leningen aan een der erfgenamen leiden nogal eens tot geruzie. Van Mourik adviseert daarom alle leningen, rentebetalingen en schenkingen bij leven duidelijk op papier te zetten. Maar ook als alles netjes op papier staat, kan de boedelverdeling volgens hem op de gekste ‘prutsdingen’ vastlopen. Een suikerpotje, een klokkenmannetje, of een simpel horloge kan tot grote onenigheid leiden.

Soms moet er een taxateur aan te pas komen om een inventarislijst op te stellen en zal de rechter de boedelverdeling vaststellen. In sommige gevallen zit er niets anders op dan de hele boel maar te verkopen en de opbrengst te verdelen.

Een chiquere en vooral goedkopere oplossing is een zogenaamde familieveiling. De waarde van de boedel wordt vastgesteld, waarna iedere erfgenaam een lootje mag trekken. Nummer één krijgt de eerste keuze en als het hele rijtje is afgewerkt, gaat het in omgekeerde volgorde door totdat de hele boedel verdeeld is. Maar ja, voor een familieveiling is wel de medewerking van alle erfgenamen vereist.

Het benoemen van een executeur-testamentair kan heilzaam werken, maar heeft soms juist een averechts effect. Zeker als de executeur zelf ook erfgenaam is en wantrouwen overheerst, kan het slimmer zijn een onafhankelijke partij in te schakelen.

Ook onbekendheid met het erfrecht leidt tot veel onzekerheid en onbegrip onder erfgenamen. Zeker in geval van echtscheiding en stiefrelaties wordt het erfrechtelijk al snel knap ingewikkeld.

De wet die de langstlevende (stief)ouders tegen de grijpgrage vingers van hun (stief)kinderen moet beschermen, wordt door veel kinderen juist als een bedreiging ervaren. Kinderen vrezen dat het vermogen van pa na zijn dood eerst naar hun stiefmoeder en vervolgens naar de stieffamilie overgaat.

Om te voorkomen dat de kinderen uit het eerste huwelijk met lege handen achterblijven, heeft de wetgever dit ‘stieffamiliegevaar’ erkend en de kinderen zogenaamde wilsrechten toegekend. In het kort komt dit wilsrecht erop neer dat kinderen bij hertrouwen (of overlijden) van hun ouder een vordering kunnen indienen. Dat klinkt overzichtelijk, maar het laat zich raden dat er nogal eens verschil van mening wil ontstaan over welke goederen voor deze vordering in aanmerking komen.

En zo zit je als erflater als je niet oppast al voor je overlijden bij de rechter te steggelen over je erfenis. ‘Probeer het daarom vooral een beetje gezellig te houden’, adviseert Van Mourik. ‘En als dat echt niet lukt en je kunt het je veroorloven: koop die kinderen meteen af. Niets erger dan dat ze je de komende jaren een beetje zitten dood te kijken.’

Meer over