Steve Mosby

Steve Mosby houdt de aandacht van zijn lezers voortdurend vast.

Steve Mosby: Donkere kamer

Uit het Engels vertaald door Erik de Vries. A.W. Bruna;


344 pagina's; € 19,95.


'Een moord is geen dodelijk verkeersongeluk of een hartaanval, of zoiets. Het is geen wrede speling van het lot. Mensen worden vermoord om een reden, hoe onbenullig ook. Omdat ze de verkeerde persoon te lang aanstaren. Omdat ze met iemand naar bed zijn gegaan, met wie ze dat beter niet hadden kunnen doen. Omdat ze iemand kwaad hebben gemaakt. Geen van deze redenen zijn góéd, maar ze zijn er wel.'


Rechercheur Andrew Hicks is ervan overtuigd dat de meeste misdaden een geijkt patroon volgen. Een vrouwelijk moordslachtoffer is bijvoorbeeld vaak om het leven gebracht door een bekende, meestal de partner, of ex-partner. Als hij bij het verminkte lijk staat van de 32-jarige Vicki Gibson - de gehele voorzijde van haar schedel was ingeslagen, van een gezicht was geen sprake meer - denkt hij na enige waarnemingen dan ook aan een ex-partner.


Zijn logica helpt hem niet verder in Donkere kamer (Dark room), van de Britse auteur Steve Mosby, waarin uit willekeur op niets ontziende wijze levens lijken te worden genomen of verwoest. De auteur, die in 2007 internationaal doorbrak met The 50/50 killer, heeft wederom met glans een van zijn principes waargemaakt. 'Als je wilt dat de lezer de pagina's blijft omslaan, moeten je personages door de pagina's van hun eigen leven razen.'


Een jongetje van 8 jaar, in een verschoten blauwe pyjama, zijn ledematen zo dun als luciferhoutjes, moet die avond getuige zijn geweest van iets gruwelijks, denkt de agent die hem voorzichtig ondervraagt. Toch is er ook twijfel. Iets in de oogopslag van de jongen?


Rechercheur Hicks en zijn partner hebben net het lijk van een jonge vrouw ontdekt als er nog een lijk wordt gevonden. Een dakloze, vermoord met hetzelfde type wapen, en hetzelfde buitensporige geweld.


De Generaal, een ander personage, ziet in de badkamerspiegel het gezicht van een daadkrachtig man, het gezicht van een soldaat. Hij kan 's avonds urenlang kijken naar zijn eigen spiegelbeeld tot zijn gezicht uiteindelijk uiteenvalt en weer samenvloeit als het gezicht van een volslagen vreemde.


Levende en dode personages die ogenschijnlijk niets met elkaar te maken hebben, verhaallijnen die uiteenlopende richtingen inslaan, het politie-onderzoek dat aanvankelijk breed wordt uitgemeten; zowel de politie als de lezer lijkt op dwaalsporen terecht te komen.


Andrew Hicks - met hoogzwangere vrouw, bang om vader te worden - is de verteller van het verhaal, daarbij geplaagd door herinneringen aan zijn jeugd, en een zaak uit het verleden die een vrouw het leven kostte. De (vermoedelijke) moordenaar begint hem brieven te schrijven. 'De mensen die zijn gestorven doen mij niets. De moorden zijn voor mij niet belangrijk.' Hij wil dat de politie zich over zijn code buigt, die nog door niemand begrepen is.


Donkere kamers genoeg om te bezoeken. Zoals die van LG15, de IT-afdeling die zich bezighoudt met de duistere kanten van digitaal onderzoek. Ze volgen shocksites met beelden van verkrachtingen, dood en martelingen. En draaien het filmpje af dat de moordenaar heeft toegestuurd. Waarin hij een man doodslaat. Zeven minuten lang. Langzaam vormt zich een patroon, waarin de willekeur die de gebeurtenissen leek te beheersen een gezicht krijgt.


Het verhaal eindigt met de vrouw van een kaarsenmaker. Zijn kaarsen waren teder gemaakt; unieke, uitgewaaierde bloemen van was. Jaren geleden, in de nacht na de moord op hun dochter, maakte hij de kaars die nu nog op het nachtkastje staat. Ze steekt hem aan. Een van de mooi uitgewerkte personages, die uitgeraasd is door de pagina's van het eigen leven.


Meer over