Steunpilaren van de hemelpoort

Oplettende werknemers hadden het al begrepen. Het ombouwen van vut naar pré-pensioen zal voor menigeen betekenen langer doorwerken. De uitkeringen worden een stuk soberder....

VAN IEDERE tien 55-plussers werken er zeven niét. Ze leven van de WAO, de WW, de IOAW of de vut. Dat is een typisch Nederlandse 'luxe' die we ons niet langer kunnen veroorloven, vindt het Paarse kabinet. Na de eeuwwisseling zijn ouderen hard nodig om hun deel van de hemel omhoog te houden.

De 55-plussers konden tot nu toe nog wel gemist worden op de arbeidsmarkt. Ze vormden immers een relatief klein deel van de beroepsbevolking, zo'n 14 procent. En er waren jongeren genoeg om hun plek in te nemen.

Dat gaat veranderen als in het jaar 2000 de babyboom-generatie 55 jaar wordt. In 2020 is maar liefst 22 procent van de beroepsbevolking 55 jaar of ouder. Als deze prop mensen zich massaal van de arbeidsmarkt terugtrekt, zit de BV Nederland met grote problemen. Niet alleen omdat het onbetaalbaar is, maar ook omdat er niet genoeg jongeren zijn om de opengevallen plekken op te vullen.

Op de ministeries van Sociale en Economische Zaken wordt het dan ook 'onvermijdelijk' genoemd dat ouderen langer blijven doorwerken. Dat het ook kán, bewijst het buitenland. In de VS werkt 55,9 procent van de 55 tot 63-jarigen. In Denemarken en het Verenigd Koninkrijk is dat 47,5 procent. In Japan zelfs 63,6 procent.

Het bedrijfsleven is 'zonder meer doordrongen van de ernst van de situatie', zegt Gerard Verheij van de werkgeversvereniging VNO-NCW. 'Maar men vindt het nog erg moeilijk om dat om te zetten in daden. Want ouderen zijn erg duur.' En dus gebeurt het nog steeds dat ouderen bij reorganisaties en afslankingen met voorrang op straat worden gezet.

De gemiddelde Nederlandse mannelijke werknemer tussen de 55 en 59 jaar verdient per maand 3194 gulden schoon. Zijn jongere collega tussen de 21 en 24 jaar gaat gemiddeld met 1929 gulden naar huis. Het financiële voordeel voor de werkgevers om oud in te ruilen voor jong, is evident.

Het is niet eens een bezuiniging voor werkgevers om deze wisseltruc toe te passen. Want doordat de gemiddelde werknemer steeds ouder wordt, nemen de loonkosten voor werkgevers die op hun handen blijven zitten, alsmaar toe. En snel ook.

Tussen 1991 en 2005 stijgt de gemiddelde leeftijd van de beroepsbevolking van 34,9 naar 38,3 jaar. Dat maakt de factor arbeid flink duurder. In een periode van 14 jaar is de gemiddelde werknemer zijn baas 12 duizend gulden per jaar meer gaan kosten. Op nationaal niveau, met een beroepsbevolking van ruim 6 miljoen mensen, betekent dat een verhoging van de werkgeverslasten met 72 miljard gulden in 14 jaar tijd.

Werkgevers zijn ook maar mensen en dus zullen ze blijven proberen van een dergelijke lastenverzwaring verschoond te blijven. Dit klemt temeer omdat de hogere beloning van ouderen geen gelijke tred houdt met de groei van hun arbeidsproductiviteit. In sommige beroepen, zoals fabrieksarbeid, daalt de produktiviteit van werknemers na het 45ste levensjaar zelfs licht. Voor administratief personeel geldt dit weer niet.

Daar tegenover staat dat ouderen meer ervaring hebben. 'Maar we hebben nog geen manier gevonden om dat te kapitaliseren', verzucht Gerard Verheij. Al met al zal de politiek er nog een harde dobber aan hebben om werkgevers zover te krijgen dat ze hun oudjes gaan koesteren.

Maar wat willen de ouderen zelf? Stoppen met werken, liever vroeger dan later! Niet voor niets is de vut in zo'n korte tijd zo populair geworden. En wat voor de ouderen van nu geldt, geldt in nog sterkere mate voor de ouderen van straks. Vrije tijd wordt een steeds gewilder goed, zo blijkt uit onderzoek van de onderzoeksgroep CERRA van de Rijksuniversiteit Leiden. En het is nog goedkoop ook.

Een vutter ruilt 20 procent van zijn salaris tegen 100 procent arbeidstijdverkorting. Alleen notoire workaholics kunnen zo'n aanbod weerstaan. Maar dat gaat veranderen. De sociale partners zijn druk doende de vut om te bouwen tot een pre-pensioen met latere uittredingsleeftijden en lagere uitkeringspercentages.

Cynici voorspellen dat een versobering van de vut onvoldoende is om de ouderen langer binnenboord te houden. Zodra de vut op grote schaal is versoberd, zwelt het aantal WAO'ers aan. En wie de WAO afknijpt, ziet dat het beroep op de WW zal groeien.

Deze theorie van de 'communicerende vaten' moet zich in de praktijk natuurlijk nog bewijzen. Onderzoek in Zweden heeft aangetoond dat deze uitruil bestaat. Maar het is overduidelijk dat er nogal wat sectoren zijn waarin vrijwel geen enkele werknemer gezond en wel het 60ste levensjaar haalt.

De koninklijke weg is natuurlijk om de arbeidsomstandigheden aan te passen, zodat je in elk beroep gezond oud kunt worden. Maar dat kost tijd en de werkgever veel geld.

Beide partijen zijn goedkoper en sneller van elkaar verlost als men de sluiproute kiest die WW heet. De betrokkene krijgt 5 jaar lang een WW-uitkering, oftwel 70 procent van het laatst verdiende loon, met een vrijstelling van de sollicitatie-plicht vanaf 57 jaar.

Is het 65ste levensjaar bereikt dan komt het pensioen tot uitbetaling. Zoniet, dan moet een korte tijd overbrugd worden in de IOAW (bijstand voor ouderen). Dit is geen vetpot maar het appeltje voor de dorst of het eigen huis dat je bij elkaar hebt gespaard mag je houden.

Maar het afsnijden van deze sluiproute is nu niet het soort maatregel waarmee een politieke partij zich graag profileert in de aanloop naar de verkiezingen.

KADER 1:

'Wij koken ook met water'

Peter van den Berg

Eén ding moet duidelijk zijn. Wavin - in kunststof leidingssystemen - is géén modelbedrijf. Op de borst slaan komt niet voor op het hoofdkantoor in Zwolle.

Ab van de Belt, directeur Wavin Nederland, is trots op het personeelsbeleid van de onderneming, maar relativeert: 'Wij koken ook met water.' Waarmee hij maar wil zeggen dat niets menselijk Wavin vreemd is.

'In onze onderneming staat flexibiliteit voorop. In werktijd, contract en beloning. Dat passen we al sinds jaar en dag toe. Uitgangspunt is dat onze werknemers veranderingsbereid zijn. Dat vereist een open communicatie. We proberen niet vanuit een ivoren toren te opereren, maar zoeken de mensen op de werkvloer op. Praten, aanhoren en bijsturen.'

De onderneming, met zo'n 1750 werknemers in Overijssel, is begin jaren negentig geherstructureerd. Wavin concentreerde zich op de produktie van pvc-buizen en de andere activiteiten, zoals het vervaardigen van kratten, huisvuilniszakken en strippen voor ramen en kozijnen, werden elders ondergebracht.

De nieuwe constructie leidde tot de oprichting van Owase - Overijssel WAvin Sociale Eenheid. Owase staat model voor het sociale personeelsbeleid dat Wavin probeert te voeren. 'De aandeelhouders hebben er belang bij te werken met goed gemotiveerde mensen.'

Van de Belt noemt de aanpak het 'paraplu-model'. 'Maatregelen nemen vóórdat het gaat regenen. Niet op het moment zelf, want dan ben je te laat. Je moet daar werken, waar de markt erom vraagt.

'Als we zien aankomen dat er een teveel aan personeel komt in een van onze productie-bedrijven en elders een tekort dreigt, gaan we al schuiven. Hoef je ook geen advertienties te plaatsen. Anticiperen op ontwikkelingen.'

Juist door gebrek aan begeleiding, inspelen op nieuwe ontwikkelingen en mobiliteit zijn bij veel bedrijven werknemers achter de geraniums beland, meent de Wavin-topman. 'Als je vastliep, belandde je in de WAO. Als er gereorganiseerd werd, was er het vangnet WW. Werkgevers, maar ook de vakbonden, hebben in het verleden veel misbruik gemaakt van deze regelingen.'

Zo'n overplaatsing is ingrijpend, realiseert Van de Belt zich. 'Je slaat los van je roots. Het valt niet mee te moeten verkassen. Je mist je kaartvriendjes, de ploegmaten met wie je samen in de auto naar het werk en weer naar huis gaat.' Toch werpt deze benadering meer vruchten af dan werknemers van de ene op de andere dag af te schrijven, zegt hij.

Wavins slogan luidt: Zo lang mogelijk gemotiveerd, gezond, flexibel en mobiel personeel met een toegevoegde waarde aan het werk houden. Zo lang mogelijk?

'Te lang is gedacht: hoe je fysiek op je 65ste ook in elkaar zit, hup eruit. We denken in termen van loopbaanombuiging en maatpensioen. Je kunt bij ons tussen de 55 en 70 jaar met pensioen. De WW zit vol, de WAO ook. Je kunt niet langer als bedrijf je ellende afwentelen op die vangnetten.'

KADER 2:

Dirk SpijkerFOTO BERT VERHOEFF - DE VOLKSKRANT

'Die pijn gaat nooit meer over'

Peter van den Berg

Hij was 58 jaar, toen hij het te horen kreeg. Dirk Spijker (63) had er inmiddels 34 jaar opzitten bij Hoogovens. Jarenlang op de afdeling metaalregeltechniek. Eerst als technicus, later als opzichter. De laatste klus was aan de Hoogoven 7. Die heeft hij nooit kunnen afmaken.

'Ongeveer vijf jaar geleden werden we geconfronteerd met de problemen bij Hoogovens. Een groot aantal werknemers van 55 jaar en ouder moest het veld ruimen. Ik had met mijn zestigste in de vut gekund, omdat ik een flink aantal atv-dagen had opgespaard. Dan zou ik 87,5 procent van het laatstverdiende loon krijgen. Als ik in de WW terecht zou komen, zou dat voor mij financieel niets uitmaken.'

WW was de optie van Hoogovens voor enkele honderden werknemers. Maar Spijker verdomde dat. 'Ik vond dat de Nederlandse samenleving daarvoor niet hoefde op te draaien. Want de WW is gemeenschapsgeld. '

Spijker tekende inhoudelijk verweer aan. Op één A4-tje maakte hij duidelijk niet in de WW te willen. Hij kreeg zijn vut-regeling. 'In inkomen ging ik er in één klap toch zo'n 450 gulden op achteruit. Een behoorlijke aderlating, vooral als je nog twee studerende kinderen thuis hebt. Dan ontstaat er een behoorlijk gat.

'Maar heel weinig mensen zijn zoals ik nog in de vut terecht gekomen. Hooguit vijftien. De rest werd rechtstreeks in de WW geloost. Als je de pech had dat je vrouw ook nog werkte, werd je onmiddellijk met een korting geconfronteerd. De meesten moesten werkelijk gewoon hun spullen inpakken en gelijk wegwezen.'

Hij vraagt zich hardop af of een beleid waarbij werknemers van de ene op de andere dag naar huis worden gestuurd nog menselijk is. Daar zit je dan thuis achter de geraniums. 'De manier waarop het allemaal ging was niet bepaald leuk. Ik was er nog lang niet aan toe. Het eerste halfjaar heb ik het er behoorlijk moeilijk mee gehad. Zoiets valt koud op je dak.'

Hoewel hij genoeg andere bezigheden heeft - bestuurslid van een woningbouwcorporatie, official bij de Nederlandse zwembond - had hij het gevoel in een 'sociaal gat' terecht te zijn gekomen. 'Ik bekleedde bij Hoogovens een zelfstandige functie, regelde opleidingen voor collega's. Dat miste ik in één klap. Zodra ik opstond had ik direct het gevoel ''er is niets meer''.' Zo nu en dan nog eens nostalgisch rondhangen bij de poort? 'Ze willen je niet meer zien. Eén keer per jaar is er een dag voor oud-werknemers. Met een etentje en een borreltje.

'Maar er zijn heel wat oud-collega's die daar niet eens meer naartoe gaan. Vanwege de pijn. Dat gaat nooit meer over.'

Meer over