'Steun VS aan Iraniërs is kus des doods'

Fouad Ajami en Ervand Abrahamian..

NEW YORK Fouad Ajami, een Libanees-Amerikaanse kenner van de islamitische wereld, hoort de laatste tijd bezorgde geluiden van zijn liberale vrienden in het Midden-Oosten. ‘Is dit nou verandering?’ vragen ze zich af.

De Amerikaanse president Barack Obama koos Egypte en Saoedi-Arabië voor zijn eerste bezoek aan de regio; ‘despotische staten’, aldus Ajami. Hij negeerde de meer democratische moslimlanden zoals Irak (dat hij slechts een paar uur bezocht) en Indonesië. ‘Obama liet weten dat hij een vriend van de status quo is’, zegt Ajami in New York. ‘Ontmoedigend voor hervormers.’

In Obama’s behoedzame benadering van de situatie in Iran ontwaart Ajami dezelfde neiging tot realpolitik. ‘Hij schat dat het regime zal overleven. Daar kan hij wel eens gelijk in krijgen. Maar het idee dat de wereld en Iran vervolgens veranderen vanwege de komst van Barack Hussein Obama, is een mythe.’

De Iran-expert Ervand Abrahamian in New York schat eveneens in dat de Iraanse president Ahmadinejad en geestelijk leider Khamenei de huidige, turbulente fase zullen doorstaan. Maar volgens de in Iran geboren expert is de afstandelijke houding van Washington de enige juiste.

‘Het laatste dat de liberale krachten in Iran kunnen gebruiken, is openlijke steun van Obama’, zegt Abrahamian. ‘Het zou de kus des doods zijn.’

Het debat over Iran woedt volop in de VS, dat sinds 1979 geen diplomatieke betrekkingen met Iran heeft. Er zijn zo’n 1,5 miljoen Amerikanen van Iraanse afkomst; veelal hoogopgeleide, succesvolle immigranten. Tegenover de geslotenheid van hun geboorteland staat de openheid van hun huidige thuisland. In de Iraanse gemeenschappen in Los Angeles, New York en elders wordt gedemonstreerd, gediscussieerd en gepubliceerd.

Veel Iraniërs roepen de regering-Obama op om zich duidelijker achter de opponenten van het regime te scharen. Ajami – wiens voorouders vanuit Iran naar Libanon kwamen – behoort tot die groep. De hoogleraar Midden-Oosten-studies diende als adviseur van de vorige regering-Bush; hij steunde de invasie van Irak en stemde vorig jaar voor de Republikein John McCain.

Volgens Ajami schuift de president geleidelijk op naar een meer assertieve houding, onder invloed van critici als McCain. Maar Obama’s basale overtuiging blijft dat er met het regime te praten valt, zoals hij in de verkiezingscampagne betoogde. De Iraanse ontwikkeling van kernenergie – en mogelijk kernwapens – staat centraal in zijn beleid, zegt de president. En politieke hervorming laat hem schijnbaar koud, voegt Ajami toe.

Dat is weliswaar een koerswijziging na de Bush-jaren, maar er is niets nieuws aan de overtuiging dat Teheran redelijk zal praten en luisteren. ‘Zelfs Reagan liet de deur op een kier voor Iran’, zegt Ajami. Ook George Bush sr. en de mensen rond Bill Clinton wilden praten. ‘Er is een complete ‘handreikingsindustrie’ in intellectueel-politieke kringen. Dertig jaar na de revolutie in Iran moge duidelijk zijn dat deze factie weinig tot geen resultaat’ heeft geboekt, aldus Ajami. Volgens hem ziet Obama niet in dat de Iraniërs afwachten totdat hij, ‘de zoveelste vertegenwoordiger van het Amerikaanse imperialisme, weer weg is’.

De toonaangevende historicus Abrahamian, die diverse boeken over Iran schreef, ziet dit anders. ‘Sommigen mensen denken dat de Amerikanen liberalisering teweeg kunnen brengen. Maar iedereen herinnert zich de Amerikaanse rol bij de coup in 1953.’ Actieve bemoeienis van de VS zou hervormingen ondermijnen en het regime van Ahmadinejad munitie geven, betoogt Abrahamian in navolging van Obama. Hij meent dat Europeanen als de Franse president Sarkozy beter een rol kunnen spelen, omdat ze minder ‘historische, ideologische bagage’ meebrengen.

De historicus bepleit geduld: ‘Ook al zal Ahmadinejad deze slag winnen, hij komt verzwakt uit de strijd tevoorschijn.’ Daarop zal volgens Abrahamian en andere kenners wel degelijk verandering in Iran volgen.

Een verschuiving in de Iraans-Amerikaanse verhoudingen is dan onvermijdelijk, betogen zij. Abrahamian: ‘Meer verfijnde politici zoals (presidentskandidaat) Mousavi en (oud-president) Rafsanjani begrijpen dat de verhouding met de VS cruciaal is.’

Ahmadinejad blijft betogen dat Iran een supermacht-in-opkomst is, en dat het kwade Amerika spoedig in elkaar zal zakken. De invloed van Iran reikt in de regio inderdaad ver: steun voor extremistische groepen als Hamas en Hezbollah, tegenwerking van de VS in Irak en Afghanistan.

Maar dat is geen houdbaar beleid, zegt Abrahamian. De staat van de Iraanse economie hangt direct samen met de betrekkingen met Washington. Want de – dringend noodzakelijke – ontginning van aardgas kan alleen gebeuren met kapitaal en technologie uit de VS. Zodoende is het belang van het sanctiewapen in Amerikaanse handen groot, zegt Abrahamian: ‘Economische ontwikkeling is onmogelijk zonder een normalisering van de verhoudingen.’

Obama staat in dit proces wel degelijk centraal, meent hij. ‘Het was gemakkelijk om Bush als obstakel en vijand neer te zetten. Maar als Ahmadinejad tegenover Obama staat – wie zullen Iraniërs en de wereld geloven?’

Volgens Ajami gelooft Obama echter al te zeer in zijn eigen biografie. De Amerikaan ‘vertrouwt op de uniciteit van zijn naam’, zegt Ajami. ‘Alsof dat verschil maakt.’ De hoeders van de Iraanse theocratie houden volgens hem vast aan een afgemeten vijandigheid tegenover Amerika: genoeg voor ‘een ideologisch houvast’, maar niet al te veel, zodat de vijandigheid in eigen land niet omslaat in een bedreiging van hun macht. ‘Dat zullen zij blijven doen.’

Ajami hekelt Obama’s realisme: ‘We zagen de Barack-en-Mubarak-show in Egypte. Daar kunnen hervormers in Iran en de regio geen moed uit putten.’ Abrahamian: ‘Het gaat erom dat het regime in Teheran kracht verliest.’ Dat vereist in zijn ogen nuance, geen grote woorden.

Meer over